Niet langer met de Russen samen in de ruimte

Ruimtevaart De oorlog in Oekraïne en de sancties betekenen een versneld einde van de Russische ruimtevaart-samenwerking met het Westen.

Het Westen gebruikt Russische transportraketten voor zijn ruimtevaartprogramma’s: links een Russische RD-180-raket in de VS, rechts een Sojoezraket in Baikonoer voor het Britse bedrijf OneWeb.
Het Westen gebruikt Russische transportraketten voor zijn ruimtevaartprogramma’s: links een Russische RD-180-raket in de VS, rechts een Sojoezraket in Baikonoer voor het Britse bedrijf OneWeb. Foto’s Getty Images, Reuters

‘Als jullie de samenwerking met ons blokkeren, wie redt dan het Internationaal Ruimtestation van ongecontroleerd terugvallen op het grondgebied van de VS of Europa?”, twitterde Dmitry Rogozin, hoofd van het Russische ruimtevaartagentschap Roscosmos op de dag van de Russische inval in Oekraïne.

Rogozin, vriend van president Vladimir Poetin en al sinds 2014 onder sancties van het Westen, drukt zich wel vaker stoer uit als een Russische moezjiek (kerel). Maar onzin is zijn impliciete dreigement niet. Het 420 ton wegende ruimtestation heeft om de paar weken een duwtje nodig, omdat het langzaam hoogte verliest door weerstand van de ijle atmosfeer op 418 kilometer hoogte. Zonder die boosts van de raketmotor van een aangekoppeld Russisch Progress-vrachtschip, zou het na enkele maanden neerstorten. „Boven Rusland vliegt het ISS niet, dus alle risico’s liggen bij jullie”, liet Rogozin nog fijntjes weten.

Intussen benadrukten NASA en de Europese ruimtevaartorganisatie ESA juist dat ze zich zullen houden aan de sancties die bedoeld zijn om de Russische lucht- en ruimtevaartsector te raken, en dat de samenwerking met Europa, Japan en Canada in het ISS doorgaat. Aan boord van het ISS zijn nu vier Amerikanen, twee Russen en de Duitser Matthias Maurer. Ook trainen er nog NASA-astronauten in Rusland, en Russische kosmonauten in Houston.

De westerse partners willen tot 2030 door met het ruimtestation. Rusland meldde al eerder per 2024 uit het ISS-project te stappen, onder meer vanwege veroudering van de Russische kernmodules, die niet afgekoppeld kunnen worden. Rusland heeft plannen voor een eigen ruimtestation met gebruik van wel afkoppelbare modules, en het land wil met China een bemande maanbasis bouwen.

Intussen heeft NASA een spoedteam opgericht om scenario’s te ontwikkelen om na 2024 de taken over te nemen van de Russische ISS-kernmodules. In april staat al een proef op het programma waarbij het Amerikaanse Cygnus-vrachtschip het ISS de benodigde boost geeft.

In een later interview met Tass liet Rogozin overigens weten dat hij bij nader inzien doelde op de periode na 2024; het acute neerstorten van het ISS is even van de baan. Toch lijken de oorlog, de sancties en de snel ijziger wordende verhoudingen het einde te betekenen van de westers-Russische ruimtevaartsamenwerking, die in de optimistische jaren negentig werd ingezet toen Amerikaanse astronauten naar het Russische ruimtestation Mir reisden.

Nederlandse robotarm

Lange tijd leek de samenwerking in het ISS, in aanbouw sinds 1998, immuun voor alle politieke verwijdering. Maar met de inval in de Krim in 2014 schrok de Amerikaanse politiek wakker, en kwam er serieuze financiering voor het ontwikkelen van een Amerikaanse capsule die astronauten naar het ISS en terug kan brengen. Met het pensioen van de Space Shuttle in 2011 waren de Amerikanen daarvoor pijnlijk afhankelijk geworden van Russische raketten. Sinds 2020 kan de VS weer zelf astronauten van en naar het ISS vliegen, met hulp van de Crew Dragon-capsule van het Amerikaanse bedrijf SpaceX.

Lees ook: 680 kilo zwaar, 11,3 meter lang; dit is de Nederlandse robotarm die naar ruimtestation ISS gaat

Een Nederlands slachtoffer van de Russisch-westerse verwevenheid dreigt de toch al veelgeplaagde European Robotic Arm (ERA) te worden. Dat is de 11,3 meter lange externe robotarm voor het ISS, gebouwd door Dutch Space, nu Airbus in Leiden. Kosten: 360 miljoen euro, voor twee derde ingebracht door Nederland. ERA was afgelopen zomer, na vijftien jaar wachten door technische problemen buiten zijn schuld, eindelijk gelanceerd aan boord van de Russische ISS-module Nauka.

Sindsdien speelden nieuwe problemen bij het inschakelen van de arm. Volgens de Russische ruimtevaartjournalist Anatoly Zak, die zich baseert op anonieme Russische ruimtevaartbronnen, wordt de communicatie van het Europese onderzoekscentrum Estec met de arm nu onmogelijk door de sancties. ESA en Airbus willen geen commentaar geven. Philippe Schoonejans, projectmanager van ERA, suggereert dat hard wordt gewerkt aan een oplossing. „We houden [verdere mededelingen] op tenzij we het oké krijgen te vertellen wat we weten en voorlopig van plan zijn”, zegt hij.

Buiten het ISS lijkt de Russisch-westerse ruimtevaartsamenwerking helemaal verleden tijd. Twee dagen na de invasie kondigde Roscosmos het eind aan van de samenwerking op ESA-basis Kourou in Frans Guyana, waar onbemande Sojoez-raketten werden gelanceerd. Ook komt een einde aan de levering van Russische RD-180-raketmotoren, het meest complexe onderdeel van ruimtevaartraketten aan de VS. „We kunnen de VS niet meer van ’s werelds beste raketmotoren voorzien. Laat ze maar iets anders gebruiken, hun bezemstelen of zo”, twitterde Rogozin.

De RD-180 werd gebruikt voor de eerste trap van de Amerikaanse Atlasraket, vaak ingezet voor lancering van defensiesatellieten. Verantwoordelijk directeur Tory Bruno liet weten dat er genoeg RD-180-motoren op voorraad zijn voor de zes nog geplande Atlaslanceringen.

Een direct slachtoffer is het Britse bedrijf OneWeb, dat werkt aan een constellatie van 648 satellieten die wereldwijd internet moeten aanbieden. De lancering van een Russische Sojoezraket met 36 satellieten, vanuit Baikonoer in Kazachstan, stond gepland voor 4 maart.

Maar Roscosmos voerde die dag een ongekend stuk ‘lanceerplatformtheater’ op door op tijdens een livestream de Britse vlag van de klaarstaande raket af te plakken. Rogozin: „De lanceercrew besloot dat de raket er mooier uitzag zonder vlaggen van bepaalde landen”. Daarna kondigde Rogozin aan dat de lancering alleen kon doorgaan als het VK zijn aandeel in OneWeb aan Rusland over zou doen, en als er garanties waren dat de satellieten niet voor defensiedoeleinden gebruikt zouden worden. OneWeb weigerde, waarna de Sojoezraket van het lanceerplatform werd verwijderd. De satellieten worden volgens het Russische persbureau RIA Novosti in een verzegelde ruimte achtergelaten. OneWeb heeft alle lanceringen van Baikonoer opgeschort, hoopt ooit zijn satellieten terug te krijgen, en moet op zoek naar een nieuwe raket.

Lees ook: Europese sonde is op weg naar Mars

Dat geldt vermoedelijk ook voor de Mars-sonde Exomars, een Europees Mars-karretje aan boord van een Russische lander, die dit jaar gelanceerd had moeten worden met een Russische Proton-raket. Volgens een verklaring van ESA is deze lancering nu ‘zeer onwaarschijnlijk’, en worden alternatieve opties overwogen. Het volgende lanceervenster voor een gunstige reis naar Mars is in 2024.