Recensie

Recensie Theater

Charlie Chan Dagelet redt ongeïnspireerd ‘Mamma Medea’

Mamma Medea Net als in zijn eerdere repertoire-bewerkingen biedt regisseur Olivier Diepenhorst in ‘Mamma Medea’ weinig nieuwe inzichten. Maar hoofdrolspeler Charlie Chan Dagelet tilt de enscenering boven zichzelf uit.

Scène uit ‘Mamma Medea’ met o.a. Charlie Chan Dagelet (l.) en Damaris de Jong.
Scène uit ‘Mamma Medea’ met o.a. Charlie Chan Dagelet (l.) en Damaris de Jong. Foto Bart Grietens

Je ziet het niet vaak meer in het Nederlandse theater: een ensemblevoorstelling die staat of valt bij de rol van één acteur. De collectieve arbeid die theater achter de schermen vergt staat ook in het eindresultaat steeds meer centraal: individuele prestaties zijn minder belangrijk dan een evenwicht tussen de verschillende artistieke elementen. Eigenlijk zetten vooral solo’s en monologen nog de schijnwerpers op één enkele performer: niet geheel toevallig gingen zowel de Louis d’Or als de Theo d’Or vorig jaar naar acteurs die alleen op het podium stonden.

Lees ook dit interview met Charlie Chan Dagelet: ‘Medea is een vurige vrouw, een feminist’

Van Mamma Medea, de nieuwe voorstelling van regisseur Olivier Diepenhorst bij het Almeerse Theatergroep Suburbia, zou echter weinig overblijven zonder de hoofdrol van Charlie Chan Dagelet. In de nieuwe enscenering van de tekst van Tom Lanoye, die in 2001 in regie van Gerardjan Rijnders voor het eerst werd opgevoerd, schittert zij als de jonge vrouw die haar familie en vaderland verraadt om met de Griekse Jason een nieuw leven te beginnen, maar die na jaren op haar beurt door hem wordt bedrogen. Als tienermeisje dat verliefd wordt is ze speels en dansant, maar later weet Dagelet de traumatische gevolgen van haar eigen daden en die van de verraderlijke Jason haarfijn vorm te geven. Haar portrettering van Medea is een briljante evenwichtsoefening tussen intuïtie en intellect. Dagelet laat ons nooit vergeten dat deze vrouw moorden op haar geweten heeft, maar ze toont ook de patriarchale omstandigheden die Medea maken tot wie ze is: opgegroeid onder het juk van haar vader en later aangewezen op de grillen van haar echtgenoot, als vreemdeling in een racistisch land.

Helaas weet de rest van de enscenering het hoge niveau van Dagelet niet te evenaren. De prachtige, welluidende tekst van Tom Lanoye heeft als valkuil dat de Griekse personages aan de oppervlakte blijven: Jason en zijn landgenoten worden eerder als karikaturen neergezet, om hun alledaagse racisme en morele superioriteitsgevoelens ten opzichte van de ontheemde Medea extra in de verf te zetten. Zowel het eendimensionale, rolbevestigende kostuumontwerp van Vita Mees en Nola van Timmeren, als de banale speelstijl van de acteurs die de Griekse personages neerzetten, onderstrepen die oppervlakkigheid nog eens. Net als in eerdere voorstellingen van Diepenhorst slaagt de regisseur er te weinig in om een interessante tegenkleur aan de oppervlakkige betekenis van de tekst te bieden.

Zolang Dagelet op de speelvloer aanwezig is wegen die bezwaren echter minder zwaar. Haar totale onvoorspelbaarheid maakt haar Medea even gevaarlijk als sympathiek.