Zo wapen je jezelf tegen desinformatie over de oorlog in Oekraïne

Vier tips De oorlog in Oekraïne heeft een golf aan misleidende berichten losgemaakt. Bedenk wat je níet ziet, plus drie andere tips om je tegen desinformatie te verweren.

Illustratie Reuter / Dado Ruvics

Na de coronapandemie is de oorlog in Oekraïne de volgende grote crisis die online een golf aan misleidende berichten losmaakt. Vooral op sociale media, waar behalve journalisten ook activisten en influencers oorlogsupdates verspreiden, zijn berichten van het front vaak niet geverifieerd.

Hoe wapen je je tegen nepperij op Twitter of in de groepsapp, zonder direct een professioneel factchecker te worden? Vier handvatten, met tips van Ruurd Oosterwoud, Ruslandkundige en oprichter van anti-desinformatie-instituut DROG.

1 Bedenk dat beelden vaak gerecycled worden

Bij elk groot nieuwsonderwerp worden oude beelden verspreid alsof ze actueel zijn. Misleidende beelden die – zogenaamd – uit Oekraïne komen zijn zelden met geavanceerde technologie vervaardigd. Het gaat om huis-tuin-en-keuken-fakes. Zo toonden factcheckers aan dat een video van feestvierende Russische soldaten oud beeld uit Oezbekistan was.

Het is een vorm van factchecken die iedereen kan. Je kan ‘omgekeerd zoeken’ op een foto, bijvoorbeeld via Google, onder ‘afbeeldingen’: sla het beeld op en voer het in in de zoekbalk, druk op enter, waarna direct te zien is of een foto oud is of uit een andere context komt.

Lees ook: Europese Commissie vaardigt verbod uit tegen Russische staatsmedia - maar gaat er niet over

Vaak kan het ook simpeler: kijk naar de reacties onder de tweet of Facebookpost, waar mensen vaak al waarschuwen dat iets nep is. Maar het belangrijkste is om dit soort nepnieuwswetten – bijvoorbeeld dat bij élke grote nieuwsgebeurtenis oude beelden worden gerecycled – simpelweg te kennen. „Het is als een goocheltruc”, zegt Oosterwoud. „Als je eenmaal weet hoe het werkt, kijk je erdoorheen.”

Minder eenvoudig is het bij deepfakes: met kunstmatig intelligentie gemaakte video’s waarin iemand iets lijkt te zeggen dat hij nooit gezegd heeft. Oosterwoud ziet niet snel Poetin- of Zelensky-deepfakes opduiken. „Een goede deepfake kost heel veel tijd en geld. Dan kun je beter duizend cheap fakes verspreiden.” Deepfakes zijn vaak te herkennen aan het feit dat de persoon in de video weinig of niet met zijn ogen knippert.

2 Stel de vraag: wat zie ik hier níet?

Op een veelgedeeld filmpje zegt een verslaggeefster van het Amerikaanse NBC News over Oekraïense vluchtelingen: „Ze zijn christenen, ze zijn wit, ze zijn hetzelfde” – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Syriërs. Dat riekt naar racisme, maar in het volledige fragment is te zien dat de journalist hier het sentiment in Polen weergeeft, dat eerder niet en nu wél vluchtelingen verwelkomt. Die context was er afgeknipt.

Veel desinformatie is niet zozeer onwaar, maar half waar. Het tegengif: stilstaan bij wat je mogelijk níet te zien krijgt. Nog beter: daar actief naar op zoek gaan.

Een voorbeeld zijn de vele berichten dat Oekraïense vluchtelingen van kleur door Polen worden tegengehouden. Veel daarvan zijn inmiddels weerlegd. Maar ook die factchecks kunnen weer misbruikt worden om te doen alsof er niets aan de hand is. Terwijl er wel degelijk ook geloofwaardige berichten zijn over discriminatie aan de grens.

3 Scroll met mate

Helemaal aan nepnieuws ontsnappen is niet realistisch, zegt Oosterwoud – daarvoor is er te veel. Zelf is hij na de Oekraïne-invasie op dieet gegaan: hij volgt een paar reguliere nieuwsmedia en op Twitter leest hij alleen de updates van correspondenten die in Oekraïne zijn.

„Ik wil niet zeggen dat je buiten die gevestigde media niets moet geloven”, zegt Oosterwoud. „Maar daar werken wel professionals die hun best doen dingen te verifiëren. Sociale media zijn meer een casino: je weet nooit wat je krijgt maar blijft gokken dat je iets geloofwaardigs of hoopvols tegenkomt.”

Met algoritmes die sensatie belonen proberen de techplatforms ons aan het scherm vast te houden. Oosterwoud heeft een dummyprofiel op Twitter waarop hij jaren geleden expres extreme opiniemakers ging volgen. Nog altijd pusht de Twitter-app hem dagelijks algoritmisch geselecteerde ‘Aanbevolen tweets’ die daarop voortborduren. „Tijdens de pandemie gingen ze over ‘dodelijke’ vaccins, inmiddels krijg ik tweets als: ‘je dacht dat je wist wat in Oekraïne gebeurde, maar wat je op tv ziet is nep’.”

Ook als je mediawijs genoeg bent om uit zo’n fuik te blijven, is zelf je nieuws vergaren op sociale media een doodlopende weg, zegt Oosterwoud. „Alles proberen te bekrachtigen of ontkrachten is te veel werk. Je wordt alsnog meegezogen in een van de doelen van desinformatie: je te desoriënteren.”

Op dieet dus. Ook omdat wetenschappelijk onderzoek erop wijst dat we sneller onbetrouwbaar nieuws verspreiden als ons brein overprikkeld raakt. Een effect waar Russische desinformatie – waarop Oosterwoud afstudeerde – op mikt. „De leugen hoeft niet overtuigend te zijn – als je bepaalde verhalen maar vaak genoeg hoort om verward te raken.”

4 Schiet niet door in scepsis

Charlatans op sociale media spelen niet alleen in op goedgelovigheid, maar juist ook op wantrouwen. Oosterwoud verwijst naar een bericht dat misleiding door CNN zou bewijzen. Links staat een afbeelding van een CNN-item over een explosie in Oekraïne, rechts dezelfde foto met daarbij het jaar 2015. „Het was inderdaad een oude foto, maar CNN had hem nooit gebruikt. De maker had hem zelf in een CNN-format geplakt.”

Hoe herken je zo’n gephotoshopt beeld? In dit geval was het verdacht dat het beeld erg korrelig was. Bovendien stond er een gekke tekst bij: „Grotendeels vreedzame explosie in Oekraïne” – wat CNN nooit zou zeggen.

Als burgers in een samenleving zo overspoeld worden door conflicterende berichtgeving en de zoektocht naar waarheid opgeven, dreigt wat wetenschappers liar’s dividend noemen. Dit ‘voordeel voor de leugenaar’ kan bijvoorbeeld zijn dat autocratische leiders over beelden die voor hen ongevallig zijn gaan beweren dat het deepfakes zijn.