Ik ben bang, zegt mijn 97-jarige oma

Dagboek Vanuit Utrecht volgt de Nederlands-Oekraïense schrijver Lisa Weeda hoe het gaat met haar familie en kennissen in oorlogsgebied. „Mijn nicht Yulia, uit Loegansk, zet een foto op Instagram. Een hand in de zon, er zit een vogeltje op. Ze schrijft erbij: ‘Ik wil dat het gewoon lente is’.”

Mensen in een schuilkelder in Kiev.
Mensen in een schuilkelder in Kiev. Foto Sergei Chuzavkov

Donderdag 17 februari

In de middag bereikt het nieuws mij en mijn familie in Nederland. Mijn oudtante Nina zit samen met nicht Ira en haar dochter Olja in een schuilkelder in Stanitsa Loeganskaja, aan de frontlinie van het oorlogsgebied in Oost-Oekraïne. Er wordt al een paar uur gebombardeerd. Net als acht jaar geleden zitten ze onder de grond, op provisorische bedden, tussen bij elkaar geraapte meubels, met wat eten en drinken dat ze in alle haast hebben meegenomen, te wachten tot het schieten voorbij is.

De andere zus van mijn oma, Klawa, stuurt mijn moeder een WhatsApp-bericht uit de zuidelijke havenstad Odessa. „Ik heb contact met je tante Nina, ze is oké. En je tante Lida belde, die is ook oké. Vanochtend zat onze Ira bij Nina in de schuilkelder en holde even naar buiten om Olja te roepen. Ze huilde toen ik haar belde. Het is een nachtmerrie. Vertel het niet aan je moeder, ze zal zenuwachtig worden.”

Mijn grootmoeder Aleksandra verliet als achttienjarig meisje in 1942 datzelfde dorp, Stanitsa Loeganskaja. Toen was het nog de Sovjet-Unie. Klawa schrijft tot slot: „[Poetin] wil heel Oekraïne. Zelfs dit is niet genoeg.”

Lees ook: De NRC-recensie van Aleksandra: ‘een roman als een koortsdroom’ (●●●●)

In de ochtend sloeg er een granaat in op een kleuterschool. Het projectiel beukte dwars door de vier bakstenen dikke muur. In het gebouw zelf was niemand meer: de kinderen waren enkele minuten eerder geëvacueerd. De foto wordt wereldnieuws. Serhiy Morgunov, een Oekraïense fotograaf met wie ik in de zomer van 2018 op een dak in het noorden van Kiev stond en over de stad keek, zet ’s avonds een bewerkte foto van de granaatinslag op Instagram. De Russische schrijver Dostojevski is erin gemonteerd. Hij kijkt door het granaatgat naar binnen bij de speelzaal. Het is een ravage: grijze bakstenen op de vloer, puin op een houten kast vol voetballen, gescheurd felgroen behang. When the Great Russian culture visits you, schrijft Serhiy erbij.

Een etmaal nadat Nina, Ira en Olja uren in een schuilkelder hebben gezeten kijkt mijn 97-jarige oma Aleksandra naar het NOS Journaal. Buiten, in Dordrecht, stormt het. De regen slaat tegen de ramen. Haar geboortegrond, de Donbas, waar het nu koud is en overdag de zon schijnt tegen een helblauwe lucht, is voor de zoveelste keer sinds de lente van 2014 in het nieuws. Ze belt mijn moeder op. „Ik ben bang” , zegt ze. „Niet alleen voor oorlog daar, maar in heel Europa.”

Zondag 20 februari

To lose Ukraine, would be to lose our head. Deze woorden van Lenin hangen sinds februari 2014, toen Rusland de Krim annexeerde en de oorlog in de Donbas begon, op een gele, verweerde post-it aan de muur boven mijn schrijftafel. De afgelopen dagen keek ik naar dat briefje. Ik weet donders goed waarom ik het heb opgehangen, waarom ik het sinds de lente van 2014 niet heb weggehaald, waarom ik het in zou moeten lijsten. Lenin wist al dat Oekraïne een land is dat je niet uit je (ijzeren) greep moet laten ontsnappen. Als dit land eenmaal is losgebroken, zoals Oekraïne met horten en stoten probeerde na de val van de Sovjet-Unie en zeker deed met de bloedige Majdan-revolutie van 2013-2014, ben je het kwijt. Lenin wist dat toen, Poetin weet dat nu: opnieuw macht krijgen over dit land, waar Oekraïense nationalisten zich al sinds 1918 tegen onderdrukking verzetten en pleiten voor een eigen staat, wordt een zwaar en waarschijnlijk niet te winnen gevecht.

Het einde van de Majdan-revolutie, waarbij het volk hun corrupte en naar de pijpen van Rusland dansende president Janoekovitsj wist af te zetten, was het begin van daadwerkelijke onafhankelijkheid. Oekraïne, of in elk geval het merendeel van de bevolking, draaide het gezicht naar Europa en de rug naar Rusland.

Dat was het startschot van het geweld op de Krim en de groeiende onrust in het oosten van Oekraïne, van de plotselinge verschijning van separatisten in de provincies Loegansk en Donetsk, die eigen republieken uitriepen en beweerden los te willen zijn van het „fascistische”, met Amerika heulende Oekraïne. In dat oostelijke gebied, dat nu al acht jaar een schimmenrijk tussen Oekraïne en Rusland is, viel nog aan de benen van het Oekraïense lichaam te trekken.

In maart 2021 glijdt er een foto van mijn oudtante Nina mijn Instagram-tijdlijn binnen. De foto is gemaakt door Serhiy, hij exposeert zijn werk in Kiev: foto’s uit de Donbas, oorlogsgebied. Ik kijk recht in de ogen van mijn oudtante. Ze is vermagerd, oud geworden, niet opgemaakt. Ze staat in een kelder tussen een zestal provisorische eenpersoonsbedden: twee houten stoelen met een krukje ertussen geschoven. Daarbovenop: kussens en dekens. De dekens zijn even vrolijk felgekleurd als de huizen in het land waar ik dan al een aantal jaar doorheen reis. Achter haar, onder een afzuigsysteem, aan een lichtgroene muur waar de verf vanaf bladdert, hangt een jasje aan een spijker. Mijn oudtante Nina draagt sandalen met sokken erin, daarboven een zeegroene jurk (al zou het ook een nachtjapon kunnen zijn) met gele en blauwe bloemen. Ze leunt op een van de stoelen, houdt haar andere hand statig voor haar buik, alsof ze in een sjieke fotostudio voor een feestelijke aangelegenheid wordt vastgelegd.

Maandag 21 februari

Mijn nicht Yulia uit Loegansk zet een foto op Instagram. Een hand in de zon, er zit een vogeltje op. Ik wil dat het gewoon lente is, staat er op de foto, dat er geen ziekte is, geen oorlog.

Dinsdag 22 februari

Voor de live-uitzending van een talkshow waar ik te gast ben begint, zegt een politicus tegenover me aan tafel grappend: „De mensen die de afgelopen weken short zijn gegaan op de Oekraïense economie, hebben nu bakken met geld verdiend.” Hij denkt een tijdje hardop na wat het zou opleveren om ‘short te gaan’ – winst maken op de aandelenmarkt door in te spelen op een koersdaling – op de Russische economie, lacht om zichzelf, zegt dat het natuurlijk niet oké is om daarover te speculeren en vraagt dan waarom ik er eigenlijk zit.

„Mijn familie woont in Oekraïne”, zeg ik.

Zijn gezicht vertrekt.

Woensdag 23 februari

Het is woensdag, maar het voelt als vrijdag. Ik zeg tegen alle media dat ik in de avond niet kan. Ik moet in de kroeg zitten met mijn beste vriend – hij is half Oekraïens. Na tien minuten praten en twee biertjes aan de bar in een café waar mensen om ons heen wat zitten te lachen, moet hij huilen.

Het is niet de eerste keer dat we zo aan de bar zitten, te speculeren over wat de volgende stap van Rusland is. Al acht jaar komt dit gesprek om de zoveel tijd boven.

„Als het hier maar bij blijft”, zegt hij. „Mijn moeder kreeg met die erkenning van de volksrepublieken door Rusland al een rolberoerte.”

Donderdag 24 februari

03.05 uur Het meisje met wie ik date en dat naast me slaapt, wordt wakker. Ze maakt een vreemd geluid, waardoor ik ook wakker word. Ik heb eerder die avond met haar over Oekraïne gepraat. Al weken hebben we het erover. Voor we gingen slapen vroeg ik haar wat ze zou doen als hier een oorlog uitbrak. Als Nederland binnengevallen zou worden. Ik vroeg of ze dan zou vluchten of zou blijven om te vechten. Nog voor ik mijn vraag kon afmaken, zei ze al: „vluchten”. Ze wist alleen niet waarheen.

„Ik droomde dat het oorlog is”, zegt ze.

Mensen vluchten naar een schuilkelder in Kiev. Foto Gleb Garanich/Reuters

03.55 uur Het is oorlog. Op 31 plekken in heel Oekraïne – het land heeft een spanwijdte van zo’n vijftienhonderd kilometer – vallen bommen. Ze landen op strategische doelwitten: airports, opslagplaatsen voor spullen van het leger, bruggen, energiecentrales.

08.24 uur Ik app mijn oom Andriy in Odessa.

„Andriy, are you all ok?” … „I mean. Safe.”

„while alive)) think what to do”

14.01 uur Andriy stuurt: „Er waren nog twee beschietingen met kruisraketten. Voornamelijk op de locatie van militaire eenheden en militaire magazijnen.” Hij stuurt me kus-emoticons en hartjes en zegt weinig over zichzelf en zijn situatie.

Dat heeft hij altijd gedaan. Als ik bij hem op visite ben, laat hij me naar politieke kanalen kijken. De afgelopen jaren toonde hij video’s van misstanden in de Donbas. Zijn wifi-wachtwoord is sinds 2014 Putin Huilo: ‘Putin is een klootzak’. In 2018, tijdens een verblijf in de West-Oekraïense stad Lviv, dronk ik Putin Huilo-bier bij brouwerij Pravda (‘waarheid’). Dry Hopped Golden Ale, met op het label Poetin. Hij zit op een gouden troon. Hij is naakt, heeft op zijn borstbeen een tatoeage met de hamer en de sikkel van de Sovjet-Unie en op zijn buik het Kremlin. In zijn handen houdt hij het MH17-vliegtuig, onder zijn voeten door rijdt een Russisch hulpkonvooi: witte vrachtwagens met bloed op de flanken.

14.33 uur Mijn moeder en haar zussen zitten bij mijn Oekraïense oma Aleksandra om haar het nieuws over de Russische inval te brengen. Mijn moeder, doktersassistente, heeft oxazepam voor haar meegenomen. Als ik mijn tante opbel, moet ze huilen aan de telefoon.

15.23 uur Ik stuur Andriy nog een berichtje.

„what is the situation in Odessa now? are you going to the dacha?”

„we are still thinking”

18.17 uur de motie- Van der Plas over onvoorwaardelijke steun uitspreken voor de soevereiniteit van Oekraïne wordt aangenomen. JA21, PVV en FVD stemmen tegen.

Lees ook: Dit interview met Lisa Weeda: ‘Het is eng dat het zo dichtbij is gekomen’

20.20 uur Oekraïense mannen tussen de 18 en 55 jaar mogen het land niet meer verlaten. Bij de grensovergang tussen Oekraïne en Polen wordt auto na auto gecheckt. Ik probeer te bedenken hoe oud mijn oom is. Ik zie ons tegenover elkaar aan zijn eettafel in Odessa zitten, terwijl hij vertelt dat het hem de afgelopen jaren pijn deed Russisch te spreken en niet Oekraïens.

20.47 uur Op weg naar huis van een talkshow (waar een instrumentale versie van ‘Mad World’ van Tears for Fears onder video’s van de luchtaanvallen en speeches was gemonteerd) denk ik aan een ontmoeting in december 2019 met bevriende Oekraïners. Ze waren een paar dagen in Nederland. We dronken koffie in mijn favoriete boekhandel. Meer dan anderhalf uur spraken we over politiek, de staat van Oekraïne en de lethargische houding van Europa. Een complex en heftig gesprek. Zou het blijven bij de twee volksrepublieken? Waarom keek Europa toe? Hoe ver konden de door Rusland gesteunde separatisten gaan? De boekverkoper die de koffie schonk sprak me na hun vertrek even aan. „Zo lang over politiek praten, is dat niet vermoeiend?”

Thuis schreef ik een term die ik van mijn Oekraïense vrienden leerde in een notitieboek: ‘Bored Europe’.

Vrijdag 25 februari: inwoners van Kiev rennen naar een schuilplaats terwijl het luchtalarm afgaat. Foto Emilio Morenatti/AP

21.21 uur Ik druk per ongeluk op die vreemde touch-screen-balk van mijn MacBook. „What can I help you with?”, vraagt Siri. „Je moet je gore teringbek houden”, roep ik tegen het zwevende glimmende bolletje bovenin mijn scherm.

21.45 uur Op Twitter verschijnen foto’s van protesterende mensen in Russische steden: Sint-Petersburg, Moskou, Novosibirsk, Jekaterinenburg. Een Russische kennis die in Nederland woont stuurt me een privébericht via Instagram: „Ik kan niets tegen je zeggen dat sense maakt. Hele dag huilen schamen bang zijn. Thinking of all of you.”

„Niet schamen”, antwoord ik.

Ik denk aan een meisje dat ik ontmoette in Sint-Petersburg in de winter van 2018. Ze werkte in een aftandse, vreemde bioscoop op een moeilijk te vinden binnenplaats. Ze maakte koffie met een Nespresso-apparaat en wees me een plek in de verder lege zaal. Ik ging op een rode chaise longue zitten terwijl zij de illegaal gebrande dvd van de documentaire The Act of Killing aanzette; een documentaire waarin Indonesische doodseskaders trots ensceneren hoe ze mannen hebben gemarteld en vermoord. Na afloop praatten we nog wat na, over hoe lacherig de mannen eerst waren over hun moordenaarschap en hoe stiller ze werden des te vaker ze hun gepleegde moorden voor de documentairemakers ensceneerden.

We spraken lang verder en kwamen bij Rusland uit. Ik vertelde over mijn liefde voor de cultuur, mijn Slavische afkomst, mijn Oekraïense familie.

Het meisje verstarde even toen ik daarover begon. Ze leek zich ongemakkelijk te voelen. Ze keek naar de Nespresso-machine (ze had ook chocomel cups, bood ze aan) en zei toen: „Maar ik ben niet Rusland. Heel veel van ons zijn niet Rusland.”

„I know it’s not Russians”, zegt het Russische meisje in mijn insta-DM. „It’s that monster.”

Vrijdag 25 februari

In de taxi die me in de ochtend naar een praatprogramma rijdt vertel ik de chauffeur over de enorme kracht van Oekraïners tijdens de Majdan-revolutie. Hij zegt dat Oekraïne de perfecte staat is geworden om geld wit te wassen.

Ik stop met luisteren en open mijn telefoon: Yulia uit Lviv staat al sinds 06.30 uur in de rij voor een schuilkelder. Het luchtalarm gaat al minutenlang af.

Ik scroll door mijn Instagram-tijdlijn. Dasha, een vriendin uit Kiev, deelde gisteravond een foto vanuit een metrostation: air raid alert in the city. Overal in het metrostation – honderden meters diep, na de Tweede Wereldoorlog gebouwd met de functie om te schuilen, zitten mensen tegen muren te wachten.

In de ochtend deelt Dasha een foto van een bed in een heel kleine kamer. Op het bed staat een laptop. Ze is weer thuis, om bij haar kat te kunnen zijn.

„This is how I’ll spend my future days”, schrijft ze. „Russia is bombing with missiles my city and my country. Military experts saying, that today might be even harder day then yesterday. I can’t imagine how it can be harder.”

Ik stuur haar een bericht en vraag of ik iets kan doen. Ik zeg dat ik moe word van hoeveel er hier gepraat wordt over geld, slim beleggen in Oekraïne en gasprijzen.

„We understand that we are alone in this war”, antwoordt ze. „We can only rely on ourselves.”