Opinie

De enige manier om Poetin te stoppen

In Europa

Het statement van het jaar kwam van Annegret Kramp-Karrenbauer. Toen donderdag duidelijk werd dat Vladimir Poetin met een keiharde invasie van Oekraïne bezig was, schreef de Duitse oud-minister van Defensie: „Ik ben zo boos op onszelf, omdat we historisch gefaald hebben. Na Georgië, de Krim en Donbas hebben we niets voorbereid dat Poetin echt kon afschrikken. We zijn de les van Schmidt en Kohl vergeten, dat onderhandelingen altijd voorrang hebben, maar dat je tegelijkertijd militair zo sterk moet zijn dat niet onderhandelen voor de andere partij geen optie kan zijn.”

Dit is hét probleem dat Europa nu moet oplossen. En wel snel. Wij hebben generaties lang in vrede geleefd, zo lang dat Europeanen van 1960 en daarna zijn gaan geloven dat vrede de normale gang van zaken is. En dat oorlog alleen uitbreekt als vrede faalt. We hebben ons decennialang op vrede geconcentreerd, op de kunst om daar goed in te zijn, en hebben oorlog nauwelijks nog serieus genomen. We hebben de dienstplicht afgeschaft, defensiebudgetten gekort. We zijn pacifisten die amper nog begrijpen wat oorlog is. Zelfs Joegoslavië, in de jaren negentig, was een ver-van-mijn-bed-show. We stonden erboven. Oorlog, dat was iets voor anderen.

In War: How Conflict Shaped Us schrijft de Canadese historicus Margaret MacMillan hoe gevaarlijk dit is. Op westerse universiteiten worden oorlogsstudies al jaren terzijde geschoven, „misschien omdat we bang zijn dat alleen al oorlog bestuderen en erover nadenken betekent dat we het goedkeuren”. Zo vertelde eens een onderwijsadviseur, die moest helpen bepaalde vakken aantrekkelijker te maken voor studenten, dat ze een serie colleges voorbereidde met de titel ‘War and Society’. De man keek afkeurend. Kon zij daar niet ‘A History of Peace’ van maken?

Door oorlog te negeren hebben we onze eigen vrede ondermijnd. En die van de buren

Door oorlog te negeren hebben we onze eigen vrede ondermijnd. En die van de buren. Als je niet meer weet wat oorlog is, en hoe graag mensen oorlog voeren, herken je oorlogszucht niet meer en vergeet je hoe je met oorlogszuchtigen over vrede moet onderhandelen. Want dat kan – zoals al onze goedbedoelde pogingen om Poetin op andere gedachten te brengen hebben aangetoond – alleen als je sterk bent. Militair sterk. Alleen zo dwing je de tegenstander tot concessies – omdat het alternatief, doorvechten, hem te veel gaat kosten.

Al 22 jaar praat Europa met Poetin zonder te beseffen hoe funest het is dat we amper een stok achter de deur hebben. We weten wat Poetin drijft. Na hun eerste ontmoeting, in 2000, noteerde de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright: „Hij vindt het pijnlijk wat er met zijn land is gebeurd en is vastbesloten om de grandeur te herstellen.” Vergeleken bij de emotionele drinkebroer Jeltsin vond ze Poetin „bijna zo koelbloedig als een reptiel”.

Stephen Kotkin, historicus aan Stanford University en gelauwerd biograaf van Stalin, zegt al jaren dat Poetin zich gedraagt zoals Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog: hij ruikt een kans om gebiedsverlies, en statusverlies, ongedaan te maken. Poetin aast er al jaren op de Sovjet-brokstukken van na 1991 terug te halen, zoals Stalin na 1945 grote delen van Midden- en Oost-Europa inpalmde om territoriale verliezen in 1919 te wreken. Poetin is Stalin niet, zegt Kotkin, maar beiden hebben die imperiale mentaliteit en een diepe angst voor westerse vrijheden. „Zij zijn daar banger voor dan wij er trots op zijn. Dat moeten we begrijpen.”

Als Poetin Oekraïne aan zich onderwerpt, waar stopt hij dan? Hij heeft de volgende stap al aangekondigd: voormalige Oostbloklanden uit de NAVO trekken. We kunnen maar beter aannemen dat dit óók menens is. ‘Oekraïne’ is een keerpunt, voor Europa en de NAVO. Europa moet als de sodemieter zijn defensie optrekken. Er is maar één manier om deze nucleaire agressor te stoppen: de prijs die hij voor oorlog betaalt zo hoog mogelijk maken.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.