De nieuwe directeur van De Kleine Komedie Jörgen Tjon A Fong (links) en zijn voorganger Vivienne Ypma.

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Nieuwe directeur Kleine Komedie: ‘Ik wil een gesprek over de grens van de grap’

Directiewissel De Kleine Komedie De gaande en de nieuwe directeur praten over hun theater. Hoe kijkt Vivienne Ypma terug en wat wil Jörgen Tjon A Fong anders in de cabarettempel?

De volledige heropening van De Kleine Komedie, met het vooruitzicht van volle zalen, had Vivienne Ypma nog graag meegemaakt. Maar begin dit jaar droeg ze het directeurschap na zestien jaar over aan haar opvolger, Jörgen Tjon A Fong, die werkzaam was als regisseur bij zijn eigen gezelschap Urban Myth. Wat betekent die verandering voor het theater aan de Amstel, dat zich specifiek richt op cabaret en daarmee een centrale rol vervult in de cabaretwereld?

Om te beginnen zal Tjon A Fong (47 jaar) niet zelf programmeren, zoals Ypma (63) deed, die de functies van artistiek en zakelijk directeur combineerde, vertellen ze, gezeten aan een tafel in hun theater. Ypma: „Door die combinatie kon ik programmeren wat ik wilde, ook voorstellingen die commercieel minder aantrekkelijk waren, maar wel pasten bij het merk De Kleine Komedie. Een aantal cabaretiers die goed lopen en waar iedereen hard om moet lachen, stond hier niet. Want ze voldeden niet aan onze criteria.”

En haar criteria waren? „Het belangrijkste vind ik de oorspronkelijkheid van de maker, de authenticiteit, de integriteit. Alleen maar geamuseerd worden door iemand die goed een grap kan vertellen is niet wat ik zoek.” Dat is geen kwestie van smaak, beklemtoont ze. „Ik heb ook cabaret geprogrammeerd dat niet per se mijn smaak was, maar dat wel de eigenschappen had die ik zocht.”

Het is een filosofie waar Tjon A Fong niet aan wil tornen. „In de basis verschillen we hierover niet van gedachte. Maar ik ben van een andere generatie, ben een ander persoon, dus de uitwerking zal anders zijn. Mij gaat het ook om inhoudelijk cabaret, niet om entertainment. Elke cabaretier die hier staat heeft een vorm van maatschappelijk engagement. Je ziet de maatschappij door hun bril. Dat vind ik sterk aan de programmering en dat wil ik continueren.”

Veranderende stad

Tjon A Fong wil zich richten op het vormgeven van een nieuwe identiteit van De Kleine Komedie. „Waar ik benieuwd naar ben: hoe verhoudt dit theater zich tot de veranderende stad? Cabaret, humor en satire kunnen dat proces behapbaar en inzichtelijk maken en een ander perspectief bieden.”

Over de precieze invulling van zijn ideeën laat de nieuwe directeur zich niet uit. Daarvoor is het nog te vroeg, zegt hij. Hij schetst de grote lijn die hij voor ogen heeft. „Onderzoek van Maurice Crul, verbonden aan de VU, laat zien dat Amsterdam een stad van minderheden is. Dan is het belangrijk om de nieuwe cultuur, die nieuwe groepen te definiëren. Is het cabaret in De Kleine Komedie representatief? De missie van De Kleine Komedie is een theater voor alle Amsterdammers te zijn.”

De afgelopen twee jaar is de hel geweest voor mensen die willen beginnen

Jörgen Tjon A Fong

De term ‘alle Amsterdammers’ is niet per se een kwestie van diversiteit, zegt hij. „Ik wil niet zeggen: er moeten meer Turken, Marokkanen en Surinamers in de zaal en op het podium. Dat is te simplistisch. Het gaat erom een nieuwe generatie cabaretiers binnen te halen, die niet alleen refereert aan etniciteit, maar verhalen over de stad meebrengt. Waarbij verschillende etniciteiten vanzelfsprekend zijn, maar verspreid zijn over verschillende subculturen. Die ontwikkeling wil ik graag bewuster steunen dan het theater tot nu toe heeft gedaan.”

Dat sluit aan op ontwikkelingen die hij signaleert. „Cabaret wordt internationaler, er komt meer stand-up, er zijn Amerikaanse invloeden, en spoken word en storytelling winnen aan belang en populariteit. Daar wil ik ruimte voor maken.”

Ypma knikt instemmend en noemt Nina de la Parra als voorbeeld, want die is, typerend voor de veranderende demografie van Amsterdam, van gemengde afkomst (Nederlands-Surinaams) en een dertiger. Het gaat namelijk niet alleen om jonge makers, zegt ze. „Maar ook om andere verhalen, gebracht met een eigen persoonlijk en sociaal engagement.”

Tjon A Fong: „Interessant is dat mensen zeggen: ik hou niet van cabaret, maar wat Nina doet wil ik wel zien. Dat betekent dat je de definitie van cabaret misschien moet updaten. Bij herwaardering van cabaret gaat het om nieuwe stemmen.”

Breekijzer

Waar bestaat die herwaardering uit? Tjon A Fong: „Bepaalde grote namen worden gezien als code van de stijl. Als Youp de definitie van cabaret is, dan geeft dat een bepaald beeld van een genre, met onvoldoende oog voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de rol van humor en cabaret als breekijzer om maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken. Het gesprek over de grens van de grap, over hoe humor wel en niet werkt, vindt nog te weinig plaats. Volgens mij hebben we op het vlak van duiding en contextualisering iets laten liggen de afgelopen periode. Ik wil dat gesprek op gang brengen.”

Ypma is sceptisch: „Het is belangrijk, maar ook al vaak geprobeerd. Cabaretiers zijn kwetsbaar in wat ze maken, want het is zeer persoonlijk, dus het is moeilijk om makers te vinden die zich over hun werk of dat van collega’s uitspreken. Zoals het ook moeilijk is om collega-programmeurs over de emancipatie van cabaret te laten spreken. Er wordt toch vaak niet verder gekeken dan de lach.”

Het theater heeft een belangrijke rol in het ondersteunen van jonge makers. Daar zijn ze het over eens. Tjon A Fong: „De afgelopen twee jaar is de hel geweest voor mensen die willen beginnen.” Ypma: „Een slagveld.” Tjon A Fong kreeg in zijn begintijd steun van de Amsterdamse schouwburg, memoreert hij. „Op die manier moeten wij ook onze verantwoordelijkheid nemen voor beginnende makers.”

Ypma: „Het ergst is het voor de namen die we niet kennen. Twee jaar lang hebben we geen festivalwinnaars gehad. Twee jaar lang hebben we ontwikkeling en groei van onderaf gemist. En publiek groeit mee met de makers, dus we zijn ook twee jaar nieuw, jong publiek misgelopen. Dat moeten we gaan vinden.”