Bij carnaval zijn het nog altijd de mannen die de scepter zwaaien

Traditie Carnaval mag weer, na twee jaar coronabeperkingen. Voor vrouwen is weinig plek in de carnavalsstichtingen, al verandert dat langzaam.

Suzy Deurinck protesteerde vlak voor de coronacrisis in Bergen op Zoom tegen het gebrek aan vrouwen in de carnavalsstichtingen.
Suzy Deurinck protesteerde vlak voor de coronacrisis in Bergen op Zoom tegen het gebrek aan vrouwen in de carnavalsstichtingen. Foto Katrijn van Giel

Carnaval is het feest van de omkering. De machthebbers hebben even niets te zeggen, het is de tijd dat Prins Carnaval en zijn gevolg regeren. Maar kan er van echte omkering sprake zijn als ook tijdens het feest, komende week, vrouwen geen rol van betekenis spelen?

Hoewel in Noord-Brabant en Limburg af en toe wel een Prinses Carnaval wordt benoemd, is van een echte kentering nog geen sprake. Het zijn nog vooral de mannen die de scepter dragen. Op sommige plekken, bijvoorbeeld in Roosendaal, is de nar een vrouw. Achter de schermen gaan de veranderingen verder: steeds vaker zitten vrouwen in het bestuur en ook een vrouwelijke voorzitter is niet bijzonder meer. Maar dat komt niet vaak voor.

„Het lijkt een pietluttig onderwerp, maar dat is het niet”, zegt Suzy Deurinck. Vlak voor de coronacrisis uitbrak, heeft ze in Bergen op Zoom op haar eigen manier geprotesteerd tegen het gebrek aan vrouwen in de carnavalsstichting: ze ging verkleed als prins op pad.

Van tevoren stond ze niet lang stil bij wat ze kon verwachten, maar de reacties schokten haar. „Mensen hadden er meteen een mening over. Sommigen vonden het grappig, anderen zeiden weer dat het een functie voor alleen mannen is. De clichés hoorde ik ook: dat ik alleen maar aandacht wilde.”

Het is nog een uitzondering als vrouwen in carnavalsverenigingen bestuurder of prinses zijn.

Foto privécollectie Suzy Deurinck

De emancipatie in de carnavalswereld gaat best langzaam, moet Rob van de Laar, voorzitter van de Brabantse Carnavals Federatie (BCF), toegeven. „Uiteindelijk zal het overal wel veranderen, en terecht. Maar ik vind het rijkelijk laat.” Bij de BCF zijn alle Brabantse carnavalsverenigingen aangesloten. „De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze doen en hoe ze dat invullen. Maar dat betekent niet dat ik er zelf geen mening over heb vanuit mijn achtergrond als carnavalshistoricus.”

Vrouwenemancipatie

‘Het is een traditie’, is een veelgebruikt argument. „Maar een traditie beweegt mee met de ontwikkelingen in de samenleving. Vaak veel later. Het is niet meer van deze tijd om vrouwen uit te sluiten.” Vlak voor carnaval maakt Van de Laar altijd melding als er ergens een prinses is benoemd of een vrouw is toegetreden tot een bestuur. „Dat zou niet nodig moeten zijn. Maar carnaval is weerbarstiger.”

Het is best opvallend, merkt hij op. Verreweg de meeste carnavalsorganisaties die nu nog bestaan, zijn opgericht na de Tweede Wereldoorlog. „Het is een beetje merkwaardig dat die organisaties er vanaf het begin geen vrouwen bij betrokken, want de vrouwenemancipatie was toen al in gang gezet.” Van de Laar is er voorstander van dat de verandering vanuit de samenleving gebeurt. „Het is een lokaal feest ,met lokale gebruiken. Daar moet je naar luisteren. Je moet het niet opdringen.”

Dat het ook met enig aandringen goed kan gaan, bewijst Tilburg. In 2018 riep de gemeenteraad op vrouwen toe te laten tot de stichting. „Op het moment dat het werd aangekaart, zijn we naar onze statuten en reglementen gaan kijken. Er stond niet expliciet in dat vrouwen geen lid van de Raad van Elf mogen zijn of Prins mogen worden, maar er werd wel alleen over ‘hij/hem’ gesproken. Dat hebben we aangepast”, zegt voorzitter Patrick Dewez.

Sindsdien zijn verschillende vrouwen toegetreden tot het bestuur en de commissies. „Je zou het liefst natuurlijk meteen een prinses op het podium willen. Dat zien we als een traject waar we zeker naartoe willen.”

Trage verandering

Mariëlle Swinkels is sinds twee jaar voorzitter van de carnavalsvereniging van het Limburgse dorp Heide. „Mijn eerste seizoen was tijdens de coronacrisis en ik heb dit jaar pas voor het eerst een fysieke bijeenkomst meegemaakt.” Haar eerste voorstel was om het volledig notuleren van de vergadering achterwege te laten, omdat dertien kantjes niet meer van deze tijd zijn. „Dat vonden ze wel een ‘vrouwelijk’ plan van me en daarna is het plan in de prullenbak beland.” Ze vertelt het met een lach.

Tradities veranderen traag en het heeft meer daarmee te maken dan met haar vrouw-zijn, vermoedt ze. „Het was wennen om in een zaal vol met mannen te staan. Ik kan daar wel tegen hoor, en ik denk dat een beetje meer vrouwelijke input en mindset niet verkeerd is.”

Het zal nog wel een tijdje duren voor het gewoon is dat vrouwen in carnavalsverenigingen een bestuurder zijn of prinses, denkt ze. „Bij ons zijn we heel creatief en inventief, maar ik merk bij andere clubs dat ze heel erg vasthouden aan wat ze altijd al gedaan hebben.”

Daarnaast merkt ze dat de animo bij vrouwen ook wel minder is. „Het heeft te maken met het type persoon dat je bent. Als prins of vorst moet je veel praten op podia en mijn indruk is dat veel vrouwen dat niet willen. Je moet het wel echt leuk vinden en de ambitie hebben. Het vergt veel tijd.”

Mensen verwachten dat je een kant-en- klare oplossing hebt als je protesteert, zegt Suzy Deurinck. „Dat is niet zo. Ik heb het gevoel dat er iets niet klopt en dat heb ik aangegeven.” Ze heeft het idee dat het in het zuiden van het land soms allemaal wat langzamer gaat en dat emancipatie daarom minder belangrijk lijkt. „Maar het is belangrijk om ook het landelijke gebied te betrekken in gesprekken over gelijkheid en empathie. Natuurlijk zal het hier ook goedkomen, maar ik zie vooralsnog weinig intelligente gesprekken.” Hoelang het nog gaat duren? Ze lacht: „150 jaar?”