Opinie

Begraven onder de WhatsApp-berichten

Marc Hijink

Aan gevoel voor timing ontbrak het mijn zus niet. Een dag na haar begrafenis startte SIRE een campagne om mensen makkelijker over de dood te laten praten. Omdat Nederlanders dit gespreksonderwerp liever mijden. Te eng. Te confronterend.
Zelf – ze was nogal van de woordgrappen – had ze er een broertje dood aan om met haar broer over de naderende dood te praten. Liever greep ze zich vast aan een laatste strohalm, totdat ook die afbrak.

De SIRE-slogan luidt: ‘De dood. Praat erover. Niet eroverheen’. Dat doen we dan maar. Door de tijd te nemen voor rouw. Door praktische zaken bijtijds te regelen, zoals het testament, de muziek bij de uitvaart en wie de antieke fruitschaal van oma krijgt.

Ook iets om snel te regelen: je digitale nalatenschap. Wil je nabestaanden toegang geven tot je online accounts? Je kunt je wachtwoorden vastleggen in een digitale kluis en de inloggegevens in een testament op laten nemen. Dat is veiliger dan het notitieboekje waarin de oudere generatie doorgaans de wachtwoorden bijhoudt.

De grote onlinediensten hebben al een nabestaandenfunctie. Apple biedt sinds kort een Erfeniscontract om je iCloud-account door te geven aan nabestaanden. Bij Google regel je dat – enigszins eufemistisch – via de Inactiviteitsvoorkeuren. Facebook doet het met de herdenkingsstatus.

Ook voor bitcoins en andere cryptovaluta kun je personen aanwijzen die na je dood toegang krijgen tot je digitale portefeuille. Natuurlijk is daar ook al een app voor.

Maar als je je hele digitale hebben en houden doorgeeft, dan is de vraag: willen de nabestaanden dat ook zien? Vorige week stond VPRO’s Tegenlicht daar even bij stil.

In het programma meldt een vrouw zich met de laptop en telefoon van een overledene, bij een bedrijf dat die apparaten kan openen om bestanden te achterhalen. Ze hoopt zo wat meer inzicht te krijgen in zijn onverwachte dood.

Terwijl ze de toestellen overhandigt – „het ruikt nog helemaal naar hem” – twijfelt ze toch: „We willen graag weten welke muziek hij op het laatst heeft geluisterd. Maar wil ik eigenlijk wel álles van hem weten? Naar welke dingen hij zocht en welke sites hij bekeek?” Sommige geheimen moeten geheim blijven, om de herinnering intact te houden.

Je digitale erfenis bestaat niet alleen uit bestanden die je achterlaat op je eigen telefoon of computer. Je leeft ook voort op andermans account, op andermans toestel.

Op mijn telefoon vind ik mijn zus terug in app-berichten. Ze zakt daarin langzaam weg – begraven onder de nieuwere berichten. De condoleances het eerst; wat dat betreft is de WhatsApp-geschiedenis meedogenloos.

Mijn zus stuurde vaak spraakberichten. Tot mijn ergernis: ze hebben voicemail toch niet voor niets vervangen door tekst en emoji’s? De laatste tijd sprak ze steeds vaker zulke berichten in, dat kostte minder moeite dan uitgebreid tikken. Mijn ergernis was allang verdwenen. Het zijn nu kostbare herinneringen, al hoor ik haar stem zwakker worden.

Onze digitale paden blijven elkaar kruisen. Ik kom haar tegen als telefoonnummer in mijn favorietenlijst, of als beheerder van de familie-appgroep. Haar kennende blijft ze dat nog wel even.

Een ander digitaal spoor: deze week kreeg ik via de mail de rekening van een laadpaal in Amsterdam. Ik herkende het adres. Het was de parkeerplek voor de kliniek waar mijn zus zich liet behandelen – haar strohalm.

Na de allerlaatste behandeling vroeg ze op de terugweg of het schuifdak van de auto even open mocht. Het was al donker, koud bovendien. Maar haar haren wapperden in de wind en ze keek met een grote glimlach naar boven.

Soms hoef je ook niet te praten over de dood.

Marc Hijink schrijft over technologie @Twitter: MarcHijinkNRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.