Schuldenvrij met wat hulp uit de buurt

Schuldhulp Kleinschalige projecten waarin mensen leren zich financieel te redden, blijken effectief in de aanpak van schulden. Liever hulp van een buurtgenoot dan van een formele instantie. „Soms hebben mensen aan een luisterend oor en een paar handvatten al genoeg”.

Ervaringsdeskundige Dayenne Tempo begeleidt in Amsterdam Zuid-Oost mensen die binnenlopen met vragen over schuldhulp.
Ervaringsdeskundige Dayenne Tempo begeleidt in Amsterdam Zuid-Oost mensen die binnenlopen met vragen over schuldhulp. Foto Daniel Niessen

Haar hele leven had ze in de zorg gewerkt, maar toen Lea Tjura (63) anderhalf jaar geleden een slijmbeursontsteking kreeg, kon ze het fysiek zware werk niet meer aan. Vijf maanden salaris kreeg ze mee. Daarna droogden haar inkomsten op, terwijl de rekeningen bleven komen. „Zorgpremie, huur, gas-water-licht. Ik had er slapeloze nachten van”, zegt ze.

Toen de betalingsachterstanden opliepen, opperde de gemeente bewindvoering; een juridische maatregel die kan worden toegewezen als iemand zelf niet meer goed voor zijn of haar geldzaken kan zorgen. „Maar met een klein beetje hulp kon ik dat best, dacht ik zelf. Ik had vooral iemand nodig die af en toe met me mee zou kijken.”

Dayenne Tempo (39), projectleider en ervaringsdeskundige in schuldhulpverlening, kan zich Tjura’s reserves over bewindvoering voorstellen. „Soms worden mensen bij een schuld van een paar duizend euro al onder bewind geplaatst, terwijl dat enorme gevolgen kan hebben voor iemands welzijn, iemands gevoel van zelfbeschikking. En het is niet altijd nodig”, zegt ze. Jaren geleden klopte Tempo zelf aan voor hulp, inmiddels begeleidt ze in Amsterdam Zuid-Oost in een drietal BuurtWerkKamers – bewonerstrefpunten in ‘kwetsbare’ wijken – mensen die met vragen over schuldhulp binnenlopen.

Dat zijn er zo’n tien per dag, schat ze. „Soms hebben ze betaalachterstanden, soms is hulp nodig bij het aanvragen van toeslagen, of zoeken mensen budgetadvies. Wij zoeken dingen voor ze uit, maken afspraken en treffen regelingen”, vertelt ze. Wanneer de schulden hoog zijn en de afloscapaciteit nihil is, verwijst ze mensen naar de gemeente. „Maar soms hebben mensen aan een luisterend oor en een paar handvatten al genoeg om de financiën op orde te krijgen”, aldus Tempo.

Nederland kent tal van informele, laagdrempelige projecten om mensen te helpen financieel weerbaarder te worden. Foto Daniel Niessen

Kleinschalige hulp

Nederland kent tal van informele, laagdrempelige projecten om mensen te helpen financieel weerbaarder te worden. Denk aan de Eurowijzer van VluchtelingenWerk, ONSbank voor jongeren met schulden, Schuldhulpmaatje of de thuisadministratiehulp van Humanitas. Dergelijke projecten zijn effectief, stelde de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onlangs na uitgebreid onderzoek in opdracht van Nationale-Nederlanden en Aegon. Ruim achttienduizend deelnemers aan 85 mede door deze verzekeraars gefinancierde projecten werden de afgelopen vijf jaar ondervraagd. Driekwart van de respondenten gaf aan baat te hebben gehad bij deelname aan zo’n project.

Volgens onderzoeker Roeland van Geuns was de winst het grootst als sprake was van dreigende of kleine schulden, en met name bij mensen met een lagere opleiding of een niet-Nederlandse achtergrond. „Het lijkt erop dat vooral vrouwen met een migratieachtergrond met de kleinschalige projecten veel beter bereikt worden dan door de formele schuldhulpverlening en maatschappelijk werkers.”

Het is makkelijker zelf de eerste stap te zetten als je bij buurtbewoners kan binnenlopen die hetzelfde hebben meegemaakt

Juriaan Otto hulpverlener

Volgens Juriaan Otto (49), medeoprichter van koepelorganisatie de BuurtWerkKamerCoöperatie, heeft dat te maken met de eenvoudige toegang tot die projecten en het ontbreken van enig moralisme. Otto: „In de reguliere hulpverlening ga je vaak gedwongen met je problemen aan de slag, bijvoorbeeld omdat er beslag wordt gelegd, omdat jeugdzorg dreigt in te grijpen of omdat de woningcorporatie je uit je huis wil zetten. Het systeem dwingt je iets met je financiële situatie te doen. Het is makkelijker zelf de eerste stap te zetten als je bij buurtbewoners kan binnenlopen die hetzelfde hebben meegemaakt en met succes de stap naar rehabilitatie of verlichting van schulden hebben gezet.”

Omdat kleinschalige projecten vaak vanuit de eigen gemeenschap ontstaan, is sneller sprake van een vertrouwensband. „Als je schulden hebt, zeg je niet zo snel tegen iemand uit ‘het systeem’ dat je anderhalf pakje per dag rookt, vanwege schaamte en de angst dat er iets van je wordt afgepakt. Aan een medebewoner vertrouw je dat sneller toe”, aldus Otto.

Is sprake van problematische schulden – meer dan 3.000 euro – dan is doorgaans meer hulp nodig dan informele projecten kunnen bieden. Financiële zelfredzaamheid – uitgaven beheersen, overzicht houden, inkomen genereren, kennis en begrip opdoen – valt te versterken. Maar een grote schuld wegwerken kan volgens Van Geuns maar op één manier: door een deel ervan kwijt te schelden. „En dat kan in Nederland alleen via de formele kanalen”, zegt hij.

Het probleem: mensen met serieuze schulden komen vaak niet of veel te laat bij formele kanalen als een gemeente of kredietbank terecht. Uit het HvA-onderzoek bleek dat twee van de drie deelnemers met problematische schulden (nog) geen professionele hulp hebben. Dat komt deels doordat deze mensen weinig vertrouwen in instanties hebben. Van Geuns: „Mensen zijn bang dat ze meteen hun auto moeten inleveren, of in beschermingsbewind worden geplaatst waardoor ze nog maar 40 euro per week overhouden om van te leven.”

Lees ook: Wie eenmaal een grote schuld heeft, raakt die niet zomaar meer kwijt

Angst bij elke brief

Ook Lesley Biervliet (33) uit Leeuwarden was bang de controle kwijt te raken als hij zich bij de gemeente zou melden. Zou hij in de schuldsanering terechtkomen? Op welke manier zou zijn leven veranderen? „Het voelde als een straf om bij een instantie te moeten vertellen dat ik gefaald heb in mijn sociaal-maatschappelijke plicht”, vertelt Biervliet. Ook schaamte zorgde ervoor dat hij lange tijd zijn kop in het zand stak. „Als volwassen man moeten toegeven dat je je zaken niet op orde hebt, is extreem pijnlijk. Naar de buitenwereld deed ik alsof alles goed ging, maar intussen voelde ik angst bij elke brief die op de mat viel. Ik wist dat het geen goed nieuws zou zijn.”

Toen zijn schuld was opgelopen tot 10.000 euro en huisuitzetting dreigde, meldde hij zich toch bij een werkconsulent van de gemeente. Die verwees hem naar een formele instantie – met een wachttijd van zes tot acht weken. Die tijd had Biervliet niet. „Ik zou bijna op straat worden gezet. Ik snap hoe egoïstisch het klinkt om te verwachten dat ik meteen geholpen zou worden, maar ik zat op dat moment echt aan de grond.” De situatie veroorzaakte zo veel stress, dat hij overwoog een eind aan zijn leven te maken, vertelt hij.

Lees ook: CPB: schulden gaan vaak samen met mentale problemen

De gemeente verwees hem door naar een coachingstraject van De Dreamfabryk, een van de informele projecten uit het HvA-onderzoek. Oprichter Trèske Heere bracht Biervliet binnen twee weken in contact met een bewindvoerder en wist zo huisuitzetting te voorkomen. Via een maatwerkproject van de gemeente werd later geregeld dat Biervliets schuld tegen een eenmalige afkoopsom werd kwijtgescholden.

Biervliet: „Het is mijn redding geweest. Ik kwam binnen voor coaching, maar toen Trèske hoorde wat er gaande was, heeft zij alles op alles gezet om te kijken wat ze voor mij kon betekenen.”

Heere: „Wij zijn geen bureaucratische organisatie. Daardoor kunnen we sneller schakelen. Bovendien heb ik een groot netwerk, waardoor ik ook weet waar ik moet aankloppen.”

Haar aanpak gaf Biervliet perspectief. Waar hij voorheen soms 80 procent van zijn salaris moest inleveren om schulden af te betalen, kan hij nu weer wat opbouwen, zegt hij. „Mijn levensplezier is terug.”

Biervliets situatie is een goed voorbeeld van samenwerking tussen formele en informele schuldhulpverlening. Juist daar liggen nog veel kansen, zegt onderzoeker Van Geuns. In eerste instantie gaat het dan om signalering en doorverwijzing. „Bij informele projecten komen mensen binnen die het professionele veld nog niet weet te bereiken.”

Ook lukt het informele projecten beter cliënten binnenboord te houden. Van Geuns: „In de formele hulp krijgen mensen te maken met allerlei formaliteiten en selectiecriteria. Dat schrikt af. Vrijwilligers bij kleinschalige projecten hebben vaak meer tijd om mensen onder hun vleugels te nemen.”

Dat kan ook de motivatie van de deelnemers versterken, stelt hij. Motivatie is niet zozeer een persoonskenmerk, als wel de uitkomst van interactie. Maar ook voor de kleinschalige projecten geldt volgens Van Geuns: „Dat zou nog wel beter kunnen.”

Projectleider bij de BuurtWerkKamer Dayenne Tempo Foto Daniel Niessen

Gefragmenteerde hulp

De reguliere hulp, zegt Heere, is vaak gefragmenteerd. Het oplossen van schulden krijgt meer aandacht dan achterliggende oorzaken. „Terwijl vaak ook andere problemen spelen, bijvoorbeeld op mentaal vlak”, zegt ze.

Daarom blijft Dayenne Tempo ook graag betrokken bij hulpvragers die al naar instanties zijn doorverwezen. „We weten vaak niet wat er achter de voordeur gebeurt, maar gezien de stress en onzekerheid die ik zelf heb gevoeld toen ik in de schulden zat, weet ik hoe belangrijk het is verder te kijken dan iemands financiële situatie.”

Misschien speelt er een taalachterstand, of ligt iemand nachten wakker van de stress, wat logisch nadenken lastig maakt. „Ik bied een luisterend oor en heb veel geduld. Als iemand niet komt opdagen op een afspraak, blijf ik net zo lang bellen tot ik diegene te pakken heb.”

Geregeld verwijst ze mensen naar een taalprogramma, als iemand bijvoorbeeld zichtbaar moeite heeft met brieven lezen. Heeft iemand moeite met digitalisering, dan is er computerles. Tempo: „Aan zo’n integrale aanpak heeft iedereen wat: degene met schulden, de schuldeisers én de formele instanties die moeten bemiddelen.”

Heel soms blijkt bemiddeling van een formele instantie dan niet meer nodig. Zo kreeg Lea Tjura haar boekhouding op orde door de hulp van de BuurtWerkKamer. Met een vrijwilliger nam ze alle aanmaningen, formulieren en brieven door en ging die ordenen. Een Excel-bestand gaf haar inzicht in haar inkomsten en uitgaven. Met effect: ze slaapt weer, ze eet goed en begint binnenkort als winkelmedewerker. „Er is een last van mijn schouders gevallen. En waar ik vooral trots op ben: ik heb het bijna helemaal zelf gedaan.”

In de Bijlmer kunnen bewoners onder meer terecht bij een zogeheten BuurtWerkKamer. Foto Daniel Niessen