Ziekenhuis wil stoppen met de behandeling, maar de familie wil doorgaan

Rechtszaak De familie van een ernstig zieke Covid-patiënt spande een kort geding aan om voortzetting van zijn behandeling af te dwingen.

Erasmus MC wil een zieke man niet verder behandelen, de familie wil dat wel. Het is uitzonderlijk dat zoiets juridiseert.
Erasmus MC wil een zieke man niet verder behandelen, de familie wil dat wel. Het is uitzonderlijk dat zoiets juridiseert. Foto David van Dam

Op de intensive care van het Rotterdamse Erasmus MC ligt een man. De intensivisten van de afdeling willen zijn behandeling niet voortzetten, de familie van de patiënt wil dat wel. Zijn vrouw en kinderen spannen daarom een kort geding aan tegen het ziekenhuis. Afgelopen donderdag troffen de partijen elkaar in de rechtbank Rotterdam.

De man ligt inmiddels ruim twee maanden in een ziekenhuis. Op 7 december vorig jaar werd hij met Covid-19 opgenomen in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Bijna twee weken later moest hij aan de beademing worden gelegd. De prognose was somber. Hij kreeg een herseninfarct, waarna hij een spraakstoornis ontwikkelde. De man kon niet spreken en leek weinig te begrijpen. Al voor zijn opname had hij last van een slikstoornis.

Lees ook: Hoe gaat het nu in de zorg? Zeven ziekenhuizen vertellen

Het ziekenhuis in Breda zag weinig mogelijkheden voor verbetering. De relatie tussen de artsen en de familie was gespannen en leek steeds verder te verslechteren.

De man werd daarop overgeplaatst naar het Erasmus MC in Rotterdam, maar de vooruitzichten bleven net zo somber. Intensivisten probeerden de zuurstoftoevoer af te bouwen, zodat de patiënt naar de verpleegafdeling zou kunnen. Dat lukte niet. In het weekend van 5 en 6 februari verslechterde zijn situatie zozeer dat de artsen de behandeling wilden stoppen. Er is geen zicht op herstel, zeiden ze. De man was zichtbaar aan het lijden.

„Voor de familie was het zeer ingrijpend te horen dat het ziekenhuis de zuurstoftoevoer wilde beëindigen,” zegt Imad El Boutaibi, advocaat van de familie donderdag in de Rotterdamse rechtbank. „Als dat gebeurt, komt hij te overlijden.”

Second opinions

De familie, van wie NRC de naam niet noemt vanwege de persoonlijke aard van de zaak, heeft drie second opinions gevraagd aan artsen in het buitenland. Die zeggen dat de patiënt op een verpleegafdeling doorbehandeld kan worden, zegt El Boutaibi. Volgens het ziekenhuis zijn de second opinions niet houdbaar, onder meer omdat hierin suggesties worden gedaan die binnen het Nederlandse zorgsysteem niet te realiseren zijn. Zo is het beademen van patiënten met meervoudige problematiek op een verpleegafdeling in Nederland geen optie.

De familie begrijpt dat de patiënt niet op de intensive care kan blijven, maar door hem nog iets langer zuurstof te geven, verwachten ze tijd te winnen. Tijd om nog een laatste second opinion op papier te krijgen. Een arts uit Brussel zou eerder aan de telefoon gezegd hebben de patiënt in zijn ziekenhuis op te kunnen nemen. Hij moet daarvoor de tijd krijgen om de man in het echt te zien, zegt de familie. Ze verwachten en hopen dat de man een kans krijgt te overleven. „Ook als die kans slechts 1 procent is,” zegt de zoon, die naast de advocaat zit. „Er wordt ons gevraagd of we wel met onze vader door zouden willen in de staat waarin hij nu verkeert, maar wij accepteren hem zoals hij nu is.”

„Mag ik nog een toevoeging doen, alstublieft?” De tweede zoon, die tot dan toe achter in de zaal bij zijn moeder zit, loopt naar voren. In het ziekenhuis in Breda, zegt hij, werd vastgesteld dat zijn vader niet kan communiceren. Maar toen ze het in het Arabisch probeerden, ging het beter. „Als ik aan hem vroeg of ik zijn dochter was, zei hij nee. Als ik vroeg of ik zijn zoon was, zei hij ja.” Toen hij zijn vader in het Arabisch vroeg of hij door wil leven, antwoordde hij ook „Ja”. „Onze vader is een vechter.”

De behandelend arts, die net klaar is met de opleiding, wordt emotioneel. Natuurlijk zijn ze in het ziekenhuis ver gegaan om de patiënt te redden, zegt hij. Maar deze man staat doodsangsten uit omdat hij – ondanks de zuurstoftoevoer – niet genoeg lucht krijgt. „Ik zie een patiënt die aan het overlijden is. Het kan zijn dat lijden in onze visie iets anders is dan in die van u. Ik kan het mijn verpleegkundigen niet langer aandoen om door te behandelen.”

Lees ook dit interview uit 2020 met de medisch ethica van het Erasmus MC

Hoewel het vaker voorkomt dat de familie van een patiënt het niet eens is met het besluit van een arts, leidt dit zelden tot een kort geding, zegt Gert van Dijk, ethicus bij artsenfederatie KNMG. „Soms heeft de familie tijd nodig om dat besluit te accepteren. Maar meestal komen zij en de arts er gelukkig samen uit.”

In de uitzonderlijke gevallen die wel juridisch opgelost moesten worden, zegt Van Dijk, ging de rechter niet mee met de eis van de familie. „In Nederland gaat de rechter doorgaans niet op de stoel van de arts zitten.” Vorig jaar wezen de rechtbank in Den Haag en de rechtbank Midden-Nederland soortgelijke eisen rond een Covid-patiënt af.

Ook de rechtbank in Rotterdam wees afgelopen vrijdag de eis van de familie af. Doorbehandelen is volgens de rechter medisch zinloos. De uitspraak betekent dat de artsen de behandeling van de patiënt kunnen stoppen. De man kan hierdoor op korte termijn overlijden. Hoe het nu met hem gaat, is onduidelijk.

Een medische behandeling moet altijd gerechtvaardigd kunnen worden, legt Van Dijk uit. Als een patiënt geen belang meer heeft bij een bepaalde behandeling, is er sprake van medisch zinloos handelen, dat gestopt mag worden.

Volgens Mirjam Houtlosser, docent-onderzoeker medische ethiek bij het Leids Universitair Medisch Centrum, kan het per land verschillen wat als medisch zinloos wordt gezien. „In Nederland geldt dat behandeling op de intensive care moet dienen als overgang naar een betere situatie, of om tijdelijke verslechtering te overbruggen. Vaak knelt het tussen de arts en de familie wanneer ze hierin van opvatting verschillen.”