Opinie

Een museum is niet alleen voor wit en hoogopgeleid

Cultuur Doorgaans bepaalt de dominante groep wat musea laten zien. Durven musea een voortrekkersrol te spelen in het inclusiever maken van Nederland, vraagt zich af.
View of the Salon Carré, door Alexandre Jean-Baptiste Brun. Het schilderij hangt in het Louvre, Parijs.
View of the Salon Carré, door Alexandre Jean-Baptiste Brun. Het schilderij hangt in het Louvre, Parijs.

Vorige zomer bezocht ik met een goede vriend tweemaal een museum. In het Kunstmuseum te Den Haag bekeken we de collectie van kunstenaars rond De Stijl en De Haagse School, en de indrukwekkende tentoonstelling over hedendaagse moderne kunst. In het Afrikamuseum te Tervuren waren we onder de indruk van de uitgebreide collectie. Met name de Congolese maskers verwonderden ons. Na afloop van het bezoek aan beide musea bleven we met prangende vragen achter. Zo vroegen wij ons af, in het geval van het Kunstmuseum, of het noodzakelijk is dat de collectie representatief voor de samenleving is en dat alle perspectieven in het museum worden vertegenwoordigd. Wij vroegen ons ook af, in het geval van het Afrikamuseum, in hoeverre volkenkundige musea in Europa daadwerkelijk dekoloniaal kunnen zijn.

Ik moest aan de twee uitstapjes denken toen het kabinet-Rutte IV eerder dit jaar het merkwaardige besluit nam om na de lockdown wel de winkels te openen, maar niet de musea en andere culturele instellingen. Het is veelzeggend als politieke bestuurders middenin een pandemie de bevolking de winkelstraten in jagen om kleding en elektronica te consumeren, terwijl culturele instellingen dicht moeten.

In het boek De Fundamenten (2021) stelt Ramsey Nasr dat wij als samenleving wankelen: niet zozeer omdat wij er financieel slecht aan toe zijn, maar omdat wij ons leven als volstrekte verwendheid zijn gaan beschouwen, en ‘onze fundamenten als ornamenten’. Met De Fundamenten schreef Nasr een van de indrukwekkendste pamfletten over het belang van kunst voor de gezondheid van een samenleving. Zijn analyse past in een brede trend, waarin denkers en kunstenaars zich buigen over de vraag hoe we de verloren balans tussen economie, cultuur en natuur kunnen herstellen om een harmonieuze samenleving te realiseren.

Wie het coalitieakkoord leest, krijgt de indruk dat het nieuwe kabinet het pamflet van Nasr goed heeft gelezen. Zo gaat het een herstelplan voor de culturele sector presenteren en investeert het daarnaast structureel 170 miljoen euro per jaar in de creatieve en culturele sector. Tevens wordt de creatieve industrie betrokken bij grote maatschappelijke opgaves.

Lees ook: Schrap de term ‘Bersiap’ want die is racistisch

Verbeeldingskracht van een natie

Maar wat is precies de rol van cultuur in het algemeen, en van musea in het bijzonder, als het gaat om de aanpak van hedendaagse maatschappelijke vraagstukken? Het beantwoorden van deze vraag begint met het inzicht dat onze samenleving naar nieuwe verhalen smacht, opdat iedere Nederlander zich veilig en geaccepteerd voelt in de publieke ruimte.

Historisch gezien leveren musea een bijdrage aan de verbeeldingskracht van een natie. Door hun collecties en exposities helpen ze ons om te begrijpen waar we vandaan komen en hoe we ons op een gezonde manier tot onze medemens kunnen verhouden. In het rapport The Social Significance of Museums van de Museumvereniging las ik dat kunstliefhebbers over het algemeen een hogere mate van tolerantie, empathie en respect voor alternatieve lijfstijlen vertonen. Het rapport beschrijft een museumbezoek als „een bijna transcendentale ervaring, die mentale ruimte schept voor nieuwe ervaringen en ontdekkingen”.

In onze multiculturele samenleving kunnen musea ons helpen om een gemeenschappelijk ‘wij’ te ontwikkelen. Maar het is de vraag of musea moedig genoeg zijn om een voortrekkersrol te spelen als het gaat om het inclusiever maken van Nederland. Durven zij voorop te lopen met het kweken van verbeeldingskracht? Dat betekent dat musea zichzelf als een publieke ruimte moeten beschouwen waar grote debatten van onze tijd op een redelijke manier worden gevoerd.

Denk aan discussies over inclusief burgerschap, dekolonisatie en antiracisme. Musea brengen zichzelf en hun bestaansrecht in diskrediet door zich niet met deze en andere grote, hedendaagse vraagstukken te bemoeien. Daarom is de discussie over sensitief en inclusief taalgebruik in exposities relevant. Net zo relevant is de vraag of geroofde kunst gerestitueerd moet worden, en hoe dat dient te gebeuren. Met de curatie van speciale exposities (zoals over slavernij en Indonesië in het Rijksmuseum) weten musea ook grote gesprekken van onze tijd in een historische context te plaatsen, om ons vervolgens te inspireren, met een blik op de toekomst.

Het is evident dat musea de hele samenleving bedienen, inclusief groepen die ongemak ervaren over bepaalde maatschappelijke veranderingen. Het roept echter vragen op wanneer musea neutraliteit als een geuzentitel dragen. Want ondanks hun technische en wetenschappelijke aanpak zijn musea altijd het product van hun tijdgeest. Meestal bepaalt de dominante groep de collectie van de musea, en dus ook wat wij als samenleving als collectief verhaal beschouwen.

Nieuwe verhalen

Nederland ondergaat een grote demografische en culturele transitie. Willen musea hun bestaansrecht bewijzen, dan moeten zij zich aanpassen aan de tijd, en dekoloniseren. Zo kunnen zij de samenleving helpen om nieuwe verhalen te vinden over hoe om te gaan met grote vragen van onze tijd.

De Britse kunstenaar en curator Shaheen Kasmani beschrijft dekolonisatie als „het uitdagen van witte suprematie, het decentraliseren van het eurocentrische wereldbeeld – en het ontmantelt de denksystemen die de hetero witte man als standaard [plaatst]”. Het is dus de vraag of musea in hun collecties en exposities rekening houden met het belang van gemarginaliseerde groepen en zich aanpassen aan de behoefte van deze tijd. Dit vraagt een grotere inzet – groter dan de huidige, cosmetische ingrepen zoals het aanpassen van bepaalde woorden uit angst voor de zogenaamde woke-terreur. Dekolonisatie gaat ook veel verder dan het strooien met begrippen zoals diversiteit en inclusie. Het vraagt een fundamentele mentaliteitsverandering, zodat meervoudigheid onderdeel van ons dna wordt.

Kortom, dat musea een veilige haven voor iedereen moeten zijn, betekent niet dat zij aan de zijlijn moeten staan van grote maatschappelijke veranderingen. Vanuit hun poging om inclusief te zijn, moeten musea soms juist een kant kiezen die ongemakkelijk is voor de comfortabele en dominante groep in de samenleving. Als musea enige vorm van schuring vermijden, uit angst om uitgemaakt te worden voor ‘woke’ of ‘progressief’, dan zijn ze vooral de status quo aan het bedienen.

Uiteraard hebben musea nog een slag te winnen om hun relevantie bij een grotere doelgroep duidelijk te maken. Dat betekent dat ze afscheid moeten nemen van hun huidige imago, namelijk een heilige haven voor hoogopgeleid, wit en ouder publiek. Naast een actieve, politieke lobby over het belang van kunst, dienen musea nog meer te doen om de toegang tot hun collectie laagdrempeliger te maken. Zo vind ik het als drukke burger die overdag moet werken, vrij opvallend dat musea niet ’s avonds open zijn.

Lees ook dit interview: ‘Musea schipperen tussen identiteit bevragen en bevestigen’

Daarnaast zouden musea meer en beter gebruik moeten maken van nieuwe technologie die hen de kans biedt om hun collecties en exposities te ‘gamificeren’, zodat ze een andere doelgroep bereiken dan het standaard publiek dat nu al wordt bediend.

Na een lange periode van lockdown brachten de bezoeken aan de twee musea mijn vriend en mij tot elkaar. De musea stelden ons in staat onze dagelijkse beslommeringen voor een moment achter ons te laten en ons te verliezen in een nieuwe wereld. Een wereld waarin we konden dromen. Kunst consumeren om hoofd en hart te voeden, tot rust te komen, en te vertragen.

In een hijgerige tijd waarin burgers permanente prikkels via sociale media ontvangen, hebben wij musea meer dan ooit nodig. Zodat we ons bewust zijn over wat wij met elkaar gemeen hebben. In een hijgerige tijd waarin burgers door Big Tech gemanipuleerd worden om zoveel mogelijk tijd achter hun schermen door te brengen, om daar zoveel mogelijk informatie van dezelfde soort te consumeren, hebben we musea meer dan ooit nodig. Daarom gun ik iedereen een uitstapje naar een museum. Om te bezinnen, en te vertragen. Want dat kunnen we met z’n allen gebruiken. Helemaal na of juist tijdens een lockdown.