Testen voor toegang treft specifieke groep in de culturele sector stevig

Testen voor toegang De culturele sector is blij met het loslaten van vrijwel alle maatregelen. Maar grote popzalen en clubs kregen juist met een nieuwe maatregel te maken. Zij mogen alleen bezoekers toelaten die kort tevoren negatief getest zijn.

Controle van de Corona App bij de Stadsschouwburg in Haarlem.
Controle van de Corona App bij de Stadsschouwburg in Haarlem. Foto Olivier Middendorp

Het overheersende gevoel na de persconferentie van dinsdag was dat vanaf 25 februari álles weer open mag, voor iedereen, ook voor ongevaccineerden; volle voetbalstadions, theaters op volle bezetting, horeca met hun normale sluitingstijden, geen anderhalve meter afstand meer. Maar in alle feestvreugde is een beetje ondergesneeuwd dat er een nieuwe beperkende maatregel is die een specifieke groep in de culturele sector stevig treft. Voor locaties waar meer dan 500 mensen meedoen aan zogeheten ongeplaceerde evenementen (staan, dansen, moshpits) gaat ‘1G’ gelden: ze mogen alleen bezoekers toelaten die kort tevoren negatief getest zijn, óók als ze volledig gevaccineerd en geboosterd zijn.

„Ik ben écht gefrustreerd”, zegt Jeroen Bartelse, directeur van TivoliVredenburg en lid van de taskforce culturele en creatieve sector. „Natuurlijk ben ik blij dat vrijwel alles weer helemaal open mag, maar dat déze maatregel over zou blijven, dat had ik niet verwacht.”

Hij noemt de grens van 500 bezoekers arbitrair, en die wordt in de Kamerstukken inderdaad niet verder toegelicht. Bovendien: „Áls er goed geventileerde ruimtes zijn, zijn het wel de grote muziekzalen. Er is geen reden om te denken dat volle avonden in kleinere feestzaaltjes veiliger zijn dan optredens in de grote, goed geventileerde locaties. En dan heb ik het nog niet over carnaval waarbij mensen van bomvolle kroeg naar bomvolle kroeg hoppen, wat straks wel mag.” Directeur Berend Schans van popkoepel VNPF noemt de maatregelen „disproportioneel”. „Er is geen abnormale druk meer op de gezondheidszorg, dus is deze maatregel niet strikt noodzakelijk.”

Lees ook: Testen voor toegang? Het moet maar, zegt de Kamer

Specifiek deel

De restricties treffen een beperkt en specifiek deel van het openbare leven: live muziek en clubs. Het merendeel is lid van koepelorganisatie VNPF, waar vrijwel alle programmerende popzalen bij aangesloten zijn. In oktober 2021 waren dat er 65. 18 daarvan zijn grote podia (meer dan 1.000 bezoekers), 29 middelgroot (tussen 400 en 999 bezoekers) en 18 klein (minder dan 400 bezoekers). Directeur Berend Schans heeft voor 50 van de 65 aangesloten podia de gegevens paraat over de – in hun indeling irrelevante – capaciteit van 500 bezoekers: 23 podia hebben zalen waar meer dan 500 bezoekers in passen, soms meerdere. Van de in totaal 95 zalen van deze leden zijn er 36 geschikt voor meer dan 500 personen. Daarnaast vallen natuurlijk ook grote verhuurlocaties als de Ziggo Dome, Afas Live, Ahoy, en het Klokgebouw in Eindhoven onder de maatregelen.

De vraag is hoeveel last zalen en artiesten zullen hebben van de beperking. Testen voor toegang is nog steeds gratis, en sinds deze zomer is het aantal testlocaties fors uitgebreid, van 100 naar 900, zei minister Ernst Kuipers (VWS, D66) woensdag in het Kamerdebat over de coronamaatregelen. „Dat betekent dat 99,9 procent van de Nederlanders ondertussen binnen 30 minuten autoreistijd bij een locatie terecht kan. De meeste mensen kunnen dat binnen een veel kortere reistijd.”

Steekproef

Een korte steekproef donderdag ondersteunt dit. Voor wie zich zaterdag in Noordwijk wil laten testen (postcode 2211) was binnen 2,1 kilometer volop plek. In Tilburg (5026) binnen 1,8 kilometer, Rotterdam (3022) 0,4 kilometer, Zierikzee (4303) 1 kilometer, en mensen uit Jorwert moesten 7,5 kilometer overbruggen.

Toch vreest Berend Schans van de VNPF dat die drempel te hoog zal zijn. Vooral voor clubs is spontaniteit in uitgaan belangrijk, en er zijn veel kleinere clubs waarvoor straks helemaal geen beperkingen meer gelden. Als je met een groep vrienden op stap bent, van wie niet iedereen is getest, dan kies je voor die kleinere clubs.

Voor de poppodia vreest hij dat veel mensen de moeite niet zullen nemen, zeker niet voor optredens die al meermaals zijn uitgesteld. De hoop is dat niet veel artiesten het zekere voor het onzekere nemen, zoals het Belgische Balthazar, dat een optreden van maart toch naar mei verplaatste. Ook Bartelse verwacht een grote ‘no show’, en hij pleit ervoor dat de 1G-maatregel op het volgende weegmoment van 15 maart van tafel kan. Maar of het publiek massaal dat weegmoment zal afwachten voor ze kaarten kopen? „Nee, mensen hebben knaldrang.”