OVV: Nederland was niet goed voorbereid op een lange gezondheidscrisis

Coronacrisis Nederland was niet goed voorbereid op een langdurige landelijke gezondheidscrisis. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een woensdag gepubliceerd rapport over de coronabestrijding.
Medewerkers en een bewoner op de gang in verpleeghuis Berkenstede in Diemen (Noord-Holland).
Medewerkers en een bewoner op de gang in verpleeghuis Berkenstede in Diemen (Noord-Holland). Foto Ilvy Njiokiktjien

Nederland dacht dat het goed was voorbereid op een pandemie, maar was het niet. En toen de coronapandemie zich in de eerste maanden van 2020 aandiende, onderschatten kabinet en de medische adviseurs in eerste instantie de ernst daarvan.

Dat concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een woensdagochtend gepresenteerd rapport. Daarin is het eerste deel van de coronabestrijding, tot september 2020, onderzocht.

Het gedecentraliseerde zorgstelsel en de crisisorganisatie waren volgens het rapport onvoldoende toegerust op de bestrijding van een langdurige, landelijke gezondheidscrisis. Dat kwam volgens de OVV deels doordat zo’n pandemie zich in de recente geschiedenis niet heeft voorgedaan. Organisaties gebruikten recente ervaringen, zoals met de Mexicaanse griep, als voorbeeld voor hun voorbereiding. Er was geen goede voorbereiding op een pandemie, omdat er nooit een pandemie was.

Lees hier de prijswinnende NRC-reconstructie over de eerste coronamaanden: Hoe Nederland de controle verloor

In de gedecentraliseerde zorgsector waren wel regionale oefeningen voor uitbraken van infectieziektes, maar het ontbrak aan landelijke sturing. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kwam bijvoorbeeld niet aan bod in de draaiboeken. Toen het coronavirus in maart 2020 Nederland overspoelde, was het onduidelijk welke rol de minister precies had. In de bestaande crisisstructuren was een gebrek aan centrale aansturing. Daardoor kon de minister de regionaal georganiseerde GGD’s, verantwoordelijk voor de bestrijding van infectieziekten, niet aansturen. Dat speelde Nederland ook parten bij onder meer de uitbreiding van de testcapaciteit, aldus het OVV.

Het rapport beschrijft een crisis waarin niemand de baas was. Verantwoordelijkheden waren onduidelijk, net als waar precies welke keuzes gemaakt moesten worden, aldus OVV-voorzitter Jeroen Dijsselbloem bij de presentatie van het rapport. Het is volgens hem „urgent” om na de denken over de bevoegdheden van de overheid „in tijden van dit type landelijke crises”.

Door het ontbreken van die goed voorbereide aansturing moest Nederland veel improviseren. „Op alle fronten”, aldus Dijsselbloem, „dat is uiterst kwetsbaar”. Dat bleek in de verpleeghuizen, waar in de eerste golf bijna de helft van de doden vielen. Er was volgens de OVV aan het begin van de crisis te weinig aandacht voor de bescherming van die kwetsbare ouderen, waar zich een „stille ramp” voltrok. Test- en beschermingsmiddelen (zoals mondkapjes) die voorhanden waren, werden in het begin voornamelijk beschikbaar gesteld voor de acute zorg en ziekenhuizen. Daardoor waren bewoners en personeel van verpleeghuizen onvoldoende beschermd. Die keuzes hadden volgens Dijsselbloem „schrijnende gevolgen”: doden.

Politieke keuzes

Maar niet alleen de instituties zaten een effectievere crisisbestrijding in de weg. Nederland onderschatte de ernst van het coronavirus ook. Volgens de OVV was de besluitvorming te sterk gericht op positieve scenario’s. Er waren wel negatievere scenario’s, maar die werden volgens de onderzoekers onvoldoende uitgewerkt. In de communicatie naar burgers werd met te veel zekerheid gesproken over de scenario’s dat het wel mee zou vallen. Zulke communicatie „komt als een boemerang terug”, aldus Dijsselbloem.

Toen de coronapandemie zich in 2020 aandiende, onderschatte het kabinet de ernst daarvan

Dijsselbloem: „Onzekerheid moet je niet proberen klein te maken. Hou hem op tafel. Bereid je voor op verschillende scenario’s en neem dat mee in de communicatie naar de bevolking.” Die onderschatting leidde er ook toe dat experts in maart 2020 werden verrast „door het scenario van een grillig virus dat zich verder onder de radar had verspreid dan verwacht”. Maar Nederland zag dat te laat, omdat er te weinig getest werd: de regels wíe zich mocht laten testen, waren te beperkt om goed zicht te krijgen op de virusverspreiding. Een gebrek aan testcapaciteit speelde een rol, maar de beperkte testregels versterkten het tekort ook: daardoor kreeg Nederland minder testmateriaal dan landen die ruimer wilden testen. Daardoor bleef Nederland achter de feiten aan lopen.

In het rapport wordt scherp geoordeeld over het gebrek aan politisering in de eerste fase van de crisis. Keuzes over de verdeling van schaarse goederen, zoals van beschermingsmiddelen, werden volgens Dijsselbloem al in de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) verwerkt – in plaats van door de politiek gemaakt. „Het OMT kwam in een verantwoordelijke rol, in plaats van een adviserende”, aldus Dijsselbloem. Eén van de aanbevelingen: „Besluiten moeten aan de politiek overgelaten worden.”