‘De schorsing’.

Tekening Martin Lodewijk

Interview

‘Rotterdam is een fantastisch decor voor strips’

Theo Seesing en Sander Grip | makers stripboek Duizenden uren aan gesprekken en archiefonderzoek staken Theo Seesing en Sander Grip in hun boek Rotterdam Stripstad, dat binnenkort uitkomt. „Met de scheepslui kwamen ook de comics.”

Op de grote gele tafel bij Theo Seesing thuis ligt een stapel houten dummies van het boek Rotterdam Stripstad, 100 jaar strips in de stad. Zonder pagina’s maar wel al met de door Egon de Regt getekende cover. Het boek zelf ligt nu nog ergens in het buitenland op de rotatiepers en wordt 11 maart gepubliceerd met een bescheiden launch party in De Doelen Studio.

Schrijver Sander Grip en zelfverklaard ‘beeldgek’ Theo Seesing haalden het laatste restje van de productiekosten met crowdfunding op om een lijvig boek te kunnen maken over honderd jaar strips in Nederland en vooral in Rotterdam, zoals ze dat voor ogen hadden.

„We zijn natuurlijk twee verwende jongetjes, dus we wilden veel kleur, veel pagina’s, uitklappagina’s, harde kaft, linnen rug – daar is geld voor nodig”, zegt Seesing.

De twee stripliefhebbers hebben naar eigen zeggen duizenden uren aan gesprekken en archiefonderzoek in het project gestoken, en hebben de saillantste stripfeitjes en wonderlijke voorbeelden van Rotterdams beeldverhaal gevonden.

Sander Grip (links) en Theo Seesing, de makers van het boek Rotterdam Stripstad, 100 jaar strips in de stad. Foto Sanne Donders

Waarom hebben jullie dit stripboek gemaakt?

Seesing: „Mijn beeldgekte en Rotterdamgekte kwamen samen in een project voor een andere partij, om Rotterdamse tekenaars in kaart te brengen. Ik had zó veertig namen, maar Robert van der Kroft, tekenaar van Sjors en Sjimmie en adviseur voor ons boekproject, zei tegen me: er zijn er wel tachtig. Hij wees me op een interviewreeks met striptekenaars van Sander in de Gers!. Toen hebben we onze koppen bij elkaar gestoken. Wat zit hier in het water dat we zonder moeite zoveel namen kunnen vinden? Uiteindelijk zijn we tot meer dan 140 namen gekomen.”

Grip: „Het is echt de haven. Met de scheepslui kwamen ook de comics naar Nederland, en voordat ze vertrokken werden de stukgelezen strips verkocht voor nog een laatste glas bier of een wip op Katendrecht.”

We zijn twee verwende jongetjes, dus we wilden veel kleur, veel pagina’s, harde kaft, linnen rug

Theo Seesing

Is Rotterdam meer een stripstad dan andere Nederlandse steden?

Seesing: „Er zijn dus relatief veel Rotterdamse stripmakers. En blijkbaar is Rotterdam een fantastisch decor voor verhalen. We hebben ongeveer 500 panels [plaatje of korte strip] die Rotterdam als decor hebben, of als uitgangspunt. Ik heb dat niet in die mate bij andere steden gezien.”

Grip: „Tijdens de wederopbouw is Rotterdam vrij lang minder interessant geweest om te tekenen, de voorkeur ging uit naar de mooie grachtjes van andere steden. Maar het is een unieke stad; Rotterdam herken je altijd. Het is gewoon minder duidelijk of dat mooie grachtenpandje staat in Amsterdam, Gouda of Delft, maar zet zo’n geknikte lijn op papier en iedereen denkt; hee, Rotterdam, de Zwaan.”

Seesing: „En de eerste Nederlandse krantenstrip is Rotterdams. In 1921 neemt het Rotterdamsch Nieuwsblad Henk Backer in vaste dienst om strips te gaan maken. Dat is eerste Nederlandse tekenaar die voor een Nederlandse krant een strip maakt, een Rotterdammer in een Rotterdamse krant, nu honderd jaar geleden.”

‘Delftse Poort’.
Tekening Bas de Ruiter
‘De Rotterdam’.
Tekening Jasper Rietman
Tekeningen Bas de Ruiter en Jasper Rietman

Is het een geschiedenisboek, chronologisch?

Seesing: „Er is een soort van chronologische lijn, maar je kunt ook zijweggetjes in. Zo wist Sander dat in de jaren 30 de opa van Superman in Rotterdam woonde.”

Grip: „De opa van Joe Shuster, een van de twee bedenkers van Superman, had een bioscoop in Rotterdam, Cinema Imperial. Zijn naam was Schustirowitz, een landverhuizer die een tijdje in Rotterdam is blijven plakken. Een van zijn kinderen verhuisde naar Amerika en veranderde zijn naam in Shuster. En een van zijn zoons, Joe Shuster, bedacht op de middelbare school met een maatje Superman.”

Seesing: „Een ander uitstapje in het boek is het hoofdstuk ‘Op de groene zoden’, over de geschiedenis van de voetbalstrip. Na de oorlog had je in Rotterdam, tamelijk uniek, het eerste stripblad voor jongeren in Nederland, Ketelbinkie. Daarin stond een stripje, Koos de voetballer.”

Grip: „Iedereen denkt dat Kick Wilstra de eerste voetbalstrip van Nederland is, maar daarvoor zat Koos. Koos is getekend door Piet Deunhouwer, hij moest na een paar afleveringen in dienst. Toen heeft Wim Meuldijk, de bedenker van tijdschrift Ketelbinkie, aan Henk Sprenger gevraagd een andere voetbalheld te bedenken. Dát werd Kick Wilstra. Dus er zit een Rotterdams voetbalstripje vóór Kick Wilstra.”

En los van de uitstapjes?

Grip: „Het boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel beschrijf ik honderd jaar geschiedenis van de strip en Rotterdam. Het tweede deel is een serie panels van strips door die honderd jaar heen waar Rotterdam in voorkomt. Het derde deel zijn zestien interviews met Rotterdamse striptekenaars. Dat is een doorsnede van oud en nieuw, van Martin Lodewijk als nestor van de Rotterdamse strip en Jan van Haasteren bijvoorbeeld, tot nieuwe namen als Kenny Rubenis en Valentijn Hamel. Tot slot staan er vier korte strips in van jonge striptekenaars die speciaal voor dit boek zijn gemaakt.”

Hoe hebben jullie die tekenaars uitgekozen?

Seesing: „Ik ben artistiek directeur van Cross Comix, en kom dus veel jonge makers tegen – Cross Comix is een Rotterdams platform voor visual storytelling. Het eerste criterium was dat ze jonger dan dertig moesten zijn, ik wilde laten zien dat het niet stopt in 2021. En ik dacht ook: dit is een boek gemaakt over een hobby van veelal oude witte mannen. Laten we nou eens tonen dat er ook andere tekenaars zijn die dingen van waarde maken.”

Grip: „Zo kwamen we op vier jonge makers uit, Miel Vandepitte, Marloes de Vries, Valentijn Hamel en Sterric [pseudoniem van Sterre Richard].”

Seesing: „Ik heb hun gevraagd hoe zij de stad nu zien. En grappig: drie van de vier hebben het erover dat het onmogelijk is te wonen in de stad waar ze van houden. Hoe urgent kan je het hebben.”

‘Mijn Rotterdam’. Tekening Pieter Dorrenboom

Over urgent gesproken: worden er eigenlijk nog veel strips gelezen?

Seesing: „Niet de strips waar jij en ik aan denken. Online is er een enorme ontwikkeling, en we tonen aan dat er een jonge generatie stripmakers opstaat, velen van hen zijn niet persé jongens.”

Meisjes?

Seesing: „Ook. En allemaal met geweldig goede strips.”

Grip: „In die online ontwikkeling zie je ook veel strips in serie, Instagramseries bijvoorbeeld zoals het werk van Studio Halftone. Maar de strip is ook mee volwassen geworden met de generatie die in de jaren 60 en 70 strips las. Van Suske en Wiske, Donald Duck en Guust Flater naar graphic novels die ook zware maatschappelijke thema’s aanstippen, waarvan Maus van Art Spiegelman een van de eersten was. En dit [houdt boek omhoog] is een moderne graphic novel, De vloek van rood van Sterre Richard. Honderd jaar na het begin is de strip nog springlevend. Ook in Rotterdam.”