Als je een kind opvoedt met beloningen, train je dan geen quid-pro-quo-mentaliteit?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Moeder: „We willen onze zoon (7) en dochter (5) graag dingen bijbrengen, zoals zindelijkheid, de speen afleren, in je eigen bed doorslapen en luisteren na één waarschuwing in plaats van doorgaan met klieren. Wij werken met een stickerkaart: goed gedrag wordt beloond met een sticker, en bij een volle kaart volgt er een kleinigheidje zoals een Donald Duck of pannenkoeken. Overal waar ik kom hangen dit soort schema’s op de koelkast. Voor ons gezin werkt dit goed. Alleen merken we nu dat onze zoon gaat onderhandelen als we dingen van hem vragen. ‘Als ik dit doe, krijg ik dan een cadeautje?’ Natuurlijk proberen we dan uit te leggen dat sommige dingen ook gewoon moeten, en tot normaal gedrag behoren. Is het slecht voor de kinderen als je steeds inspeelt op extrinsieke motivatie? Leer je ze dan een soort quid-pro-quo-mentaliteit? En zo ja: hoe leren we ze dat weer af?”

Naam is bij de redactie bekend. (Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.)

Geweten ontwikkelen

Marga Akkerman: „Uw zoon is door zijn leeftijd uw systeem met beloningen gaan begrijpen. Fijn dat hij het zo uitgesproken doet: zonder beloning komt er geen gewenst gedrag. Hij weet dus nu hoe hij zijn ouders moet bespelen.

„Het wordt tijd met dit systeem op te houden. Een vaak herhaalde beloning is in de eerste plaats bedoeld om een jong kind duidelijk te maken welk gedrag precies moet worden getraind. Dat kan nu vervangen worden door te vertellen wat de bedoeling is, of door het voor te doen. Belangrijk is dat hij gaat nadenken over iets wel of niet doen. Je slaat je zusje niet, niet omdat je daarvoor een beloning krijgt, maar omdat je is verteld dat je een ander geen pijn doet. En stopt voor het rode verkeerslicht omdat het anders gevaarlijk wordt.

„Vertel uw zoon dat hij te groot is om voor alles een beloning te krijgen. Dat hij al zo groot is dat hij kan gaan begrijpen waarom iets wel of niet moet gebeuren. Zo helpt u hem bij het ontwikkelen van zijn geweten en bij het stimuleren van zijn intrinsieke motivatie: iets gaan doen omdat hij het zelf leuk vindt, los van een beloning van buitenaf.”

Gezinsproject

Stijn Sieckelinck: „Zo’n beloningssysteem helpt jonge kinderen om gewoontes af te leggen en nieuwe gewoontes aan te leren. Met zo’n kalender met stickertjes maak je kinderen de ‘eigenaar’ van dit veranderproces. Doordat je daarmee herhaaldelijk een appèl doet, kan er iets gaan verschuiven in hun gedrag. Op een gegeven moment zullen ze er niet meer over onderhandelen omdat het beoogde gedrag de nieuwe gewoonte is geworden.

„Wat het extrinsieke karakter betreft, zie het in perspectief: er is zoveel wenselijk gedrag dat kinderen wél vanzelf aanleren, dat het niet geeft als ze op de paar specifieke punten die u noemt op deze wijze aangemoedigd worden.

„Als uw kinderen misplaatst gaan onderhandelen, bijvoorbeeld over iets krijgen als ze meegaan naar een begrafenis, kunt u dit aangrijpen als pedagogisch moment. Dan kunt u uitleggen bij welke zaken je wel en niet om een beloning kunt vragen.

„Om te vermijden dat dit systeem ‘voor wat, hoort wat’ in de hand werkt, kunt u er ook een gezinsproject van maken. Alle gezinsleden formuleren aandachtspunten, en bespreken hoe ze elkaar kunnen helpen die doelen te bereiken. Als de jongste bijvoorbeeld zijn jas ophangt, schiet vader minder snel uit zijn slof. Grote kans dat daardoor iedereen meer gemeenschapszin aanleert. Zodra iedereen trots is op het behaalde resultaat volgt er een gezamenlijke beloning.”

Marga Akkerman is klinisch jeugd- en kinderpsycholoog.

Stijn Sieckelinck is opvoedfilosoof en lector jongerenwerk aan de Hogeschool van Amsterdam

Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.