Met elke flitsbestelling maak je je leven jachtiger

Flitskoeriers Handig toch, vergeten chips of tomaten supersnel thuisbezorgd? Volgens jaagt dit soort ‘gemak’ en ‘efficiency’ ons juist verder op.

Illustratie Aart-Jan Venema

Laatst hadden we na het avondeten een acute behoefte aan mini-Magnums. We hadden de kinderen een toetje beloofd, de vriezer was leeg. Logistieke crisis in de keuken. Met mijn oudste zoontje wandelde ik naar de winkel om de hoek. Ik liet mijn stopwatch meelopen (met dit stuk in gedachten, want werk stopt nooit). Toen we terugkwamen klokte ik 14 minuten en 47 seconden. Het ijs smolt al bijna. Ik had verloren. Faster than you, treiterde de slogan van Gorillas op een voorbijzoevende flitskoerier.

Ja, hallo, niet eerlijk, dacht ik. Onderweg was ik een oude bekende tegengekomen en had een praatje gemaakt. Hij vertelde over een aanstaand straatprotest tegen de sloop van een huizenblok in de wijk Bloemhof in Rotterdam-Zuid. Bij de kassa had ik een kort gesprek met de caissière en met een oudere man die niet kon pinnen. En bij terugkomst trof ik, in een portiek naast mijn huis, twee daklozen die daar een maaltijd deelden. Wéér een praatje. Al dat geklets kostte ons dure tijd – maar we hadden wel mooi, om het dramatisch te zeggen, geweefd aan het tapijt van de samenleving. Oh, en ik had in die 14 minuut 47 natuurlijk ook gebabbeld en geslenterd met mijn zoontje. Onbetaalbaar.

Precies tegen dat weefsel en tegen dat levensgeluk voeren de flitskoeriers van Flink, Gorillas en Getir momenteel hun blitzkrieg. Gelukkig zijn ze alleen nog maar in de grote steden actief, 90 procent van Nederland valt buiten de dekkingsgraad. Maar de filosofie van deze ijlboden houdt de hele wereld in de greep.

Die filosofie heeft misschien minder te maken met snelheid als wel met zogenaamde efficiency. De flitsers halen in praktijk trouwens ook vaak niet de beloofde tien minuten. Wat ze wel altijd leveren: ze nemen het ‘ongemak’ weg van praten met mensen. Ze verlossen ons van de ‘frictie’ van sociaal contact. Ze faciliteren de contactloze maatschappij. En ze verkopen dat contactloze als iets begerenswaardigs, in plaats van als gewoon een ander woord voor isolement.

Illustratie Aart-Jan Venema

Niet voor niets zagen de aasgieren hun kans schoon toen wij geïsoleerd waren: toen we bang en gestresst met z’n allen opgehokt zaten middenin een pandemie. De lockdowns bleken onbedoeld een soort staatssteun voor de flitsbedrijven. Iedereen weet: er klopt iets niet als de aanrijtijden van een ambulance verslechteren, terwijl de aanrijtijden van een zak chips steeds korter worden (de ambulance deed er volgens de laatste cijfers in 95 procent van de gevallen 16 minuten en 46 seconden over, aldus Medisch Contact).

Nu de wereld weer opengaat, is het ook tijd om ons als de sodemieter van de opgelegde maatregel van de flitsbezorgers te ontdoen. Niet dat het probleem verdwenen is als de flitskoeriers failliet gaan. Ze zijn slechts de meest extreme uiting van de filosofie van efficiency die ons in de greep houdt. De laatkapitalistische dwangneurose van alles in een dag proppen, alles uit het leven halen. Van maximale benutting. Vierkant en hoekig zijn de distributiedozen en de datacenters langs de snelwegen. Vierkant zijn de containers op de schepen, treinen, terminals. Vierkant zijn de groene en oranje rugtassen van de voedselkoeriers.

De kubusrugtassen van de flitskoeriers zijn symbolisch voor die dwangneurose. Een kubusvorm valt optimaal te vullen, maar is funest voor de ruggengraat van de flitsbezorger. Zie de natuurkundige hefboomwet van Archimedes (of denk gewoon aan de keer dat je met een rugzak wandelde): het beste voor je rug is om de lading zo dicht mogelijk tegen het lijf te dragen. Daarom zijn wandeltassen geen kubussen. Het vierkante design van de bezorgtas is bedacht met het comfort van de aandeelhouder in gedachten, niet de rug van de pakezel.

Lees ook: De gedachtenloosheid van de Gorillas-fiets

Ook de klant is niet gebaat bij de efficiënte levering, al denkt de klant van wel. Vroeger zou je bij de buren aankloppen als je suiker nodig had om een taart te bakken. Of misschien bij de buurtwinkel. Nu spreek je niemand. Mensen worden binnenvetters. Met de nadruk op vet. Want de populairste bestellingen zijn snacks, roomijs en chocola. Daarom staan op Franse reclames voor flitsbezorgers ook sigarettenachtige waarschuwingen, dat snacken en bankhangen ongezond is. Terecht: flitskoeriers zijn een aanslag op de volksgezondheid. En ze ondermijnen onze onafhankelijkheid. Flitsservices willen dat wij onze huishoudens draaien als fabrieken: volgens de just-in-time-managementfilosofie, waarbij onderdelen precies-op-tijd geleverd worden, zodat er bespaard kan worden op opslag van voorraden. Tijdens de pandemie bleek hoe kwetsbaar die methode is: er hoeft maar één schakeltje in de keten van bevoorrading te ontbreken en alles stokt. Flitsservices zien het liefst dat wij onze levens ook just-in-time organiseren. Doe je voorraden weg, lispelen ze, vertrouw maar op onze app. Maar wat was er eigenlijk mis met de goed gevulde, betrouwbare provisiekast? Die is niet alleen sneller – als er onverwachts bezoek voor de deur staat serveer je in een flits wat nootjes en een goed glas – maar ook betrouwbaarder. Er is geen app die kan vastlopen. Geen timeslot dat vol is. Je moet alleen eens in de maand nadenken over je voorraden. Provisiekast: het woord zegt het al. Provisie komt van: vooruit-zien. Dat staat haaks op slogans als Think now, think Flink!

De komst van de magnetronmaaltijd heeft niet gezorgd voor meer tijd met geliefden, maar voor langer overwerken

Flitskoeriers illustreren ook de scheefgroei in de samenleving: armere millennials bedienen rijkere millennials, constateerde de onvolprezen journalist Jeroen van Bergeijk, die zelf als flitskoerier werkte. Het fietsen viel hem niet zwaar, wel het tillen van de tas, schreef hij in de Volkskrant. Sommige flitskoeriers bestellen zelf als ze moe thuiskomen ook een flitskoerier voor een snack, constateerde hij. Logisch, eigenlijk. Hoe vermoeider we zijn, hoe groter onze behoefte aan snelle vervulling. Zo voedt dit systeem zichzelf: jakkeren, schransen, jakkeren, schransen. Of zoals de oprichter van flitsbezorger Getir onlangs in NRC zei: „Wij geloven dat iemand die hard werkt, recht heeft op luiheid.” Autopionier Henry Ford vond nog dat je fabrieksarbeiders fatsoenlijk moest betalen, al was het maar uit eigenbelang: anders zou er geen afzetmarkt zijn voor zijn auto’s. Maar de flitsmaffia is slimmer: als je iedereen te hard laat werken, groeit juist de afzetmarkt voor het ‘recht op luiheid’.

Het verkooppraatje is dan dat flitsbezorgers tijd vrijmaken voor zaken die echt belangrijk zijn in het leven, zoals een boek lezen of tijd met geliefden. Haha. De komst van de magnetronmaaltijd heeft niet gezorgd voor meer tijd met geliefden, maar voor langer overwerken. Ping! En door. Of zie de wet van internet: hoe sneller het werd, hoe drukker we werden. Een tijdje terug wilden mensen nog kalm tomaten kweken op hun balkon; nu grijpen ze hun app en laten ze een tomaat aanrukken. Of doe eigenlijk maar roomijs. Maakt dat het leven beter?

Laatst kwam ik de uitdrukking ‘efficiencyfuik’ tegen: als je dingen ‘slimmer’ en ‘efficiënter’ doet, vul je de vrijgekomen tijd met steeds nieuwe taken. Zodat je het alleen maar drukker krijgt. Dat is ook precies waar flitskoeriers voor zorgen: met elke bestelling die je plaatst, maak je je leven juist jachtiger.

Lees ook: De groeipijnen van Gorillas, de in recordtijd uit de grond gestampte flitsbezorger

Het is trouwens heel belangrijk om geen moreel oordeel te vellen over de troost van acuut roomijs. De populariteit van comfortfood is een signaal van stress. En die stress komt vaak door krachtenvelden buiten onszelf. Laatst vertelde een vuilnisman me dat hij op zijn werk cursussen krijgt over hoe om te gaan met geweld op straat. Als de vuilniswagen een straat blokkeert, worden mensen tegenwoordig sneller agressief. Deëscaleren is dan een nuttige vaardigheid. Nog beter zou het zijn om de oorzaak van dat moderne ongeduld weg te nemen.

Een van die oorzaken is dat mensen tegenwoordig veel te hard moeten werken. Er zijn in Nederland een kwart miljoen werkende armen: mensen die ondanks een baan onder de armoedegrens leven, of mensen met dubbele banen. Vroeger had je aan één eenvoudige baan genoeg om een huis te kopen; nu kom je zelfs als academisch geschoolde tweeverdieners met goede banen de stad nauwelijks in. Vroeger was werkloosheid een probleem; nu werkteveelheid. Er bestaat al onderzoek dat een verband suggereert tussen hoe duur steden zijn en hoe haastig mensen er lopen. Over tien jaar zullen er proefschriften verschijnen waarin een causaal verband wordt aangetoond tussen de exorbitant stijgende huizenprijzen en de toegenomen snelheid op fietspaden en stoepen.

Onze opgefoktheid is kortom geen morele kwestie; we rennen te hard, omdat we moeten. Studenten worden op de hielen gezeten door het bindend studieadvies, werklozen worden opgejut door de bijstandswet. In ons land heeft bijna een derde van de werkenden een ‘flexibele arbeidsrelatie’. Daar zitten zzp’ers bij en oproepkrachten. We lijken allemaal op flitskoeriers. Flitskoeriers: zakkendragers die men heeft wijsgemaakt dat ze eigen baas zijn.

Roze, zwarte en groene legers voeren een openlijke strijd op leven en dood over het recht om u een zak chips te verkopen. Infanteristen van een supermarktoorlog. Ruim tien bedrijven zijn in Europa nog in de race, lees ik op techcrunch.com. Slechts een paar zullen overleven. Het is een huiveringwekkende kapitalistische realityshow. Maar dit is geen straattheater, ook geen Squid Game. Dit gevecht is zo huiveringwekkend omdat velen eraan deelnemen. De student achter de laptop met een bindend studieadvies in de nek, de orderpicker in het magazijn, de advocate die de lunch steeds overslaat, de verpleegkundige met te veel patiënten, de journalist die dit stuk eruit ramt: de nooit te winnen wedstrijd van sneller zijn dan je bent.

Bij al die mensen moet je in gedachten een vrolijke vierkante rugzak projecteren die keihard aan de schouders trekt.

Zolang we onze stress wegeten met roomijs, zolang we dreigende burn-outs al yogaënd of hardlopend een stap voor proberen te blijven, zolang we de opstand in onszelf laten wegwrijven door de masseur – al die tijd zal er echt heus niets veranderen aan het ritme van de tijd. Hoe dan wel? Lid worden van een vakbond is een goed begin. Of de straat op gaan, protesteren tegen het systeem dat ons steeds sneller laat rennen. Of gewoon: de straat op gaan om weer zelf boodschappen te doen. Het is tijd om de marteltassen af te leggen en onze tijd terug te claimen.