Herseninfarct na kraken van nek: ‘Ik ben nog elke dag boos’

Nekbehandeling Mensen met chronische hoofdpijn kunnen hun nek laten ‘kraken’ – een omstreden methode die in zeldzame gevallen tot een herseninfarct leidt. Er is een alternatief, maar dat wordt niet door alle behandelaren gebruikt.

Bij nekmanipulatie of nekkraken wordt heel snel een beweging van de ene naar de andere kant gemaakt door een ruk te geven aan een gewricht
Bij nekmanipulatie of nekkraken wordt heel snel een beweging van de ene naar de andere kant gemaakt door een ruk te geven aan een gewricht Foto Brian Gadby

Benauwd. Zo voelt Gerben, toen 33 jaar oud, zich als hij op de avond van 26 januari 2016 wakker wordt in een ziekenhuisbed van het VUmc in Amsterdam. Hij voelt zijn lichaam niet, kan alleen nog maar knipperen. Hij probeert zijn armen op te tillen, zijn benen te bewegen. Tevergeefs. Als hij het gezicht van zijn vrouw Andrea herkent, wil hij tegen haar praten. Dat lukt niet: er zit een buis in zijn keel. Het is goed mis, beseft Gerben.

Een paar weken eerder was hij met hoofdpijn naar de huisarts gegaan. Hij werd doorverwezen naar een fysiotherapeut, maar voordat hij daar terecht kon, zou hij weken verder zijn. Hij wilde van zijn „irritante” hoofdpijn af, zich weer op zijn drukke baan als vastgoedanalist bij een pensioenfonds kunnen storten, weer ongestoord spelen met zijn kinderen van 3 en 5 jaar oud. Een andere optie was een bezoek aan een chiropractor, besprak hij met zijn huisarts, daar kon hij meteen terecht. Zo belandt Gerben op de behandeltafel van een chiropractor in Haarlem, om zijn nek te laten kraken.

De eerste behandeling ging goed, maar de tweede behandeling een paar dagen later, niet. Een raar gevoel in zijn tenen kruipt langzaam omhoog naar de rest van zijn lichaam. Alsof er een deken over hem heen valt. Dan wordt het zwart voor zijn ogen en raakt hij buiten bewustzijn. Het eerstvolgende dat Gerben zich herinnert, is dat hij die nacht wakker wordt in het ziekenhuis. Hij blijkt een dubbelzijdige ‘cervicale arteriële dissectie’, een scheur in de binnenkant van een slagader, te hebben opgelopen tijdens de behandeling. Dat veroorzaakte een herseninfarct, waardoor hij verlamd raakte. De chiropractor moest Gerben reanimeren en belde 112.

Gerben wil niet met zijn achternaam genoemd worden, want „na alles wat mijn gezin heeft meegemaakt, willen we nu vooral rust.” Wel vindt hij het belangrijk mensen te informeren over een behandeling die zijn leven verwoestte. Zijn achternaam is bij de redactie bekend. De betrokken chiropractor staat deze maandag voor de rechter op verdenking van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het OM wilde hem aanvankelijk niet vervolgen, maar is via een zogenoemde artikel 12-procedure alsnog gedwongen de zaak aan de rechter voor te leggen.

Omstreden behandeling

De behandeling die Gerben onderging heet ‘manipulatie van de cervicale wervelkolom’, korter gezegd nekmanipulatie of nekkraken. Die term is weinig medisch, er wordt niets letterlijk ‘gekraakt’. Wel wordt heel snel een beweging van de ene naar de andere kant gemaakt door een ruk te geven aan een gewricht. De flink harde krak die daarbij soms te horen is, is in feite een luchtbel die zich verplaatst. Het zou helpen tegen hoofd- en nekpijn – al is dat niet wetenschappelijk bewezen – en wordt uitgevoerd door onder meer chiropractoren en manueel therapeuten (fysiotherapeuten met een specialisatie in gewrichten). Het werk van een chiropractor bestaat voornamelijk uit manipulatie, terwijl manueel therapeuten ook andere fysiotherapeutische behandelingen doen.

De behandeling, die rond 1850 onder chiropractoren opkwam in de Verenigde Staten en na de Tweede Wereldoorlog overwaaide naar Europa, is omstreden vanwege het uiterst kleine, maar zeer ernstige risico op een scheur in de binnenkant van een slagader, met als gevolg een herseninfarct. Gerben was door zijn chiropractor niet geïnformeerd over de risico’s van de behandeling, terwijl dat wel verplicht is. Manipuleren gebeurt zowel in de rug als in de nek – van rugmanipulaties zijn geen ernstige risico’s bekend.

Ik ben nog elke dag boos, maar probeer er het beste van te maken

Gerben

Gerben is niet de enige die een herseninfarct opliep nadat hij zijn nek liet kraken. NRC sprak drie anderen die dit overkwam. Jaarlijks krijgt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gemiddeld twee meldingen binnen van complicaties na nekmanipulatie. In 2012 ontving de IGJ drie meldingen van een herseninfarct na nekmanipulatie. Eerder, in 2009, overleed iemand eraan. Een grove onderrapportage, denkt Jan Pool, manueel therapeut en senior onderzoeker leefstijl en gezondheid bij de Hogeschool Utrecht: „De meeste gevallen worden niet gemeld. Soms omdat behandelaren bang zijn voor de schuldvraag, soms omdat de complicatie pas een aantal dagen later optreedt en niet meer gelinkt wordt aan de behandeling.”

Het is onduidelijk hoeveel nekmanipulaties jaarlijks worden uitgevoerd, omdat het door verschillende beroepsgroepen wordt gedaan. Niet alle behandelaren zijn BIG-geregistreerd, chiropractoren bijvoorbeeld niet.

Risico’s vaak niet gemeld

Uit een rondgang van NRC blijkt dat patiënten niet altijd worden geïnformeerd over de risico’s, terwijl dat wel verplicht is. NRC vroeg ruim driehonderd chiropractoren en manueel therapeuten in een enquête van 25 vragen hoe zij met nekkraken omgaan. De vragen gingen onder meer over de duur van behandelingen, alternatieve behandelingen en hoe zij hun klanten informeren.

Daarop kwamen 27 reacties, 2 van chiropractoren, 25 van manueel therapeuten. Drie behandelaren laten weten te informeren over het risico op een herseninfarct, zeventien anderen informeren alleen over mildere bijwerkingen zoals hoofdpijn en duizeligheid. Zeven behandelaren melden de risico’s niet. Gitte Tönner, voorzitter van de Nederlandse Chiropractoren Associatie, liet weten haar leden gevraagd te hebben niet in te gaan op de mail, omdat ze de vragen „niet kwalitatief hoogwaardig” vond.

De inspectie zegt zich momenteel „te beraden op een manier om meer zicht te krijgen op het naleven van de richtlijnen”, mede vanwege een recente melding (die losstaat van Gerben) waarbij ook geen sprake was van het informeren over de risico’s.

Gerben neemt een slok van zijn glas water, via een rietje. Hij zit in een fauteuil bij het raam van zijn woning in Bloemendaal, met uitzicht op bomen in de tuin. De woning is ruim en gelijkvloers, omdat hij nauwelijks kan lopen. Ja, af en toe een stapje met de rollator, maar verder zit hij in een rolstoel. Zijn lichaam is zwak. Op de bovenverdieping, waar de kinderen slapen, komt hij niet.

Lees ook: Vooral hoogopgeleiden bezoeken een alternatieve genezer

Na zijn ziekenhuisopname bracht Gerben vijf weken verlamd door op de intensive care van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Langzaam begon hij tintelingen in zijn tenen en vingers te voelen. Nu, zes jaar later, kan hij weer praten en enigszins bewegen. Wel zit hij nog in een rolstoel, heeft hij minder dan 20 procent longfunctie, kan hij zijn armen niet optillen, is hij 100 procent arbeidsongeschikt verklaard en kan hij zeer slecht zien. Hij praat zacht, niet te veel, want zelfs de meest dagelijkse handelingen kosten hem veel energie. Hij is nog elke dag boos, zegt hij, „maar ik probeer er het beste van te maken”. Er is geen zicht op verbetering van zijn huidige situatie.

Zijn vrouw Andrea en zijn vader Wim zitten op de bank. Er ligt een voetbal tussen hen in, van de kinderen. Terugdenken aan de eerste dagen na het ongeluk valt hen zwaar. Gerben zegt niet meer precies te weten hoe hij zich voelde. Andrea weet het nog wel. „Je wilde niet meer verder.” Geëmotioneerd staat ze op, en loopt de kamer uit: „Sorry, hoor.”

„Ik heb er inmiddels zoveel over gepraat, dat ik dat wel met enige afstand kan”, zegt Gerben. „Maar mijn vader en vrouw hebben er moeite mee.” Hoewel hij meteen na zijn herseninfarct niet meer verder wilde leven, overtuigden zijn familie en de artsen hem ervan het herstel een week aan te kijken. „Daarna ging het iets beter, en ben ik toch doorgegaan.”

De communicatie ging aanvankelijk lastig: Gerben kon alleen communiceren met zijn ogen. Hij vormde zinnen door te knipperen bij de juiste letters terwijl zijn familie de letters van het alfabet opnoemde. „Zo liet hij ons bijvoorbeeld weten dat hij dorst had”, zegt zijn vader Wim. „Ik kwam er maar niet achter wat hij nou wilde drinken. Ik heb foto’s van dranken, zoals een glas cola, aan de muur gehangen om erachter te komen. Dat voelde zo…”

Na een korte pauze en een diepe zucht: „Nou, laten we er maar niet meer over praten.”

Alternatief

Al in 2013 vroeg de inspectie aan de Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie (NVMT) een beroepsnorm – strengere regels – op te stellen voor nekkraken. Als die er niet zouden komen, zou de inspectie de behandeling niet meer toestaan. Ook chiropractoren en andere behandelaren die nekmanipulaties uitvoeren, zouden zich dan aan die strengere regels moeten gaan houden.

De NVMT adviseerde daarop nekmanipulatie helemaal af te raden. Ook omdat er een veiliger alternatief voor nekmanipulatie lijkt te bestaan: nekmobilisatie. Dat is een soortgelijke, maar zachtere en langdurige behandeling. In een nieuwsbrief van toen van de NVMT staat dat mobilisatie „even effectief” is, maar dat er geen gevallen van ernstige bij- en nawerkingen bekend zijn – van manipulatie zijn „veel” gevallen bekend. Bijwerkingen variëren van hoofdpijn en duizeligheid tot cervicale dissectie (zoals bij Gerben).

Het advies van de NVMT viel niet goed onder chiropractoren en manueel therapeuten. De Stichting Nationaal Register Chiropractoren ging in hoger beroep tegen het besluit van de IGJ, maar dat werd afgewezen. Ook NVMT- leden verzetten zich: verschillende bronnen zeggen dat er „geschreeuwd en gescholden” werd op vergaderingen. Op een ledenvergadering in november van 2013 ontstond veel discussie.

Uiteindelijk besloot het bestuur ter plekke de beroepsnorm te wijzigen, blijkt uit notulen van die vergadering, in het bezit van NRC. Nekmanipulatie bleef toegestaan, maar wél met de verplichting patiënten vooraf om toestemming te vragen en te informeren over de risico’s – het zogenoemde informed consent.

De afzwakking was reden voor Lennard Voogt, één van de NVMT-bestuursleden, op te stappen. In de notulen van de ledenvergadering is te lezen dat hij „helemaal achter” het strenge advies – er helemaal mee stoppen – stond, maar het minder ingrijpende advies niet kon onderschrijven „zonder dat hiervoor nieuwe wetenschappelijk-inhoudelijke inzichten aanleiding geven”. Voogt wil om tijdgebrek niet ingaan op zijn aftreden destijds.

Voogt staat niet alleen. Ook manueel therapeut Jan Pool, destijds betrokken bij het opstellen van de beroepsnorm, was het oneens met de afzwakking van het NVMT-advies. Zelf manipuleert hij niet: „Er is geen enkel bewijs dat de ene behandeling superieur is aan de andere. Maar manipulaties zijn wel risicovoller.”

Meer manueel therapeuten denken er zo over. Leden van de oudste vereniging voor manuele therapie in Nederland, de Vereniging van Manueel Therapeuten, kraken bijvoorbeeld niet. „Toon eerst maar aan waarom je niet net zo goed een andere methode kan hanteren”, zegt voorzitter Antoinette Simons tijdens een spreekuur in haar praktijk bij sportschool TrainMore.

Dat kraken ondanks ernstige incidenten toch nog gebeurt, noemt zij „menselijk gedrag”. „Veel therapeuten zijn opgeleid om te manipuleren, en zijn het daarom gewend. Daarmee stoppen, is een grote gedragsverandering.”

Bovendien, zegt Simons, half overstemd door de opzwepende muziek in de sportschool: „Manipuleren verdient makkelijker. Wij rekenen tussen de 60 en 90 euro voor een behandeling en zijn een uur bezig. Voor manipulaties wordt vaak hetzelfde gerekend, maar die zijn in een paar minuten klaar. Het is een quick fix.”

Voor manueel therapeut Eric Saedt, die wél manipuleert, heeft het niet te maken met geld maar met de ervaringen van patiënten. „De wetenschap heeft moeite de effecten van manipulatie aan te tonen, maar mijn patiënten merken dat effect wel. Die zijn blij dat ze na vijftien jaar van hun koppijn af zijn.” De snelheid van manipulatie is in het voordeel van de behandeling, zegt hij: „Waarom zou je iemand twintig minuten lastig vallen als het ook in een paar seconden kan?”

Simpel, zegt manueel therapeut Victor Nuijten: om risico’s te voorkomen. In zijn praktijk hangt een vergeeld krantenartikel hierover aan het prikbord: „Kraken van nek straks taboe.” Erboven hangt een blauw bordje: „Verboden te kraken.” Ook hij denkt dat gewoonte meespeelt. Vooral bij chiropractoren: „Een verbod op deze behandeling is een bedreiging van hun beroep.”

Ervaringen

Ook chiropractor en epidemioloog Sidney Rubinstein van de Vrije Universiteit Amsterdam, lid van de wetenschapscommissie van de chiropractorenassociatie, was het oneens met de strengere regels voor kraken. Rubinstein is bekend binnen de beroepsgroep: alle chiropractoren die door NRC werden benaderd, willen zelf niets zeggen, maar verwijzen naar hem.

Rubinstein baseert zijn oordeel over de behandeling op zijn eigen ervaringen – niet op factoren als tijd en geld, benadrukt hij. „Ik zal niet om de feiten heen draaien: er is geen verschil in effect gemeten tussen manipulatie en mobilisatie. Op basis van wetenschap is het moeilijk motiveren waarom wij zo graag blijven manipuleren. Maar patiënten in mijn praktijk zeggen beter resultaat te merken na manipulatie. Dat gevoel van patiënten is lastig mee te nemen in wetenschappelijk onderzoek.”

Een causaal verband tussen nekkraken en een scheur in de binnenkant van een slagader is lastig aan te tonen. Manueel therapeut Jan Pool acht dat verband echter waarschijnlijk als de bijwerking tijdens of direct na de behandeling optreedt. Om de risico’s van nekmanipulatie beter in kaart te krijgen, pleit Pool voor méér onderzoek.

Gerben heeft uiteindelijk nieuwe zingeving gevonden, al „duurde dat best lang”. Van de verzekeraar van zijn chiropractor ontving hij een flinke schadevergoeding, waarmee hij zijn woning in Bloemendaal kocht. Bij de tuin is een aanbouw, waar hij zich kan terugtrekken, om muziek te maken bijvoorbeeld. Vroeger speelde hij piano, dat gaat niet meer. Nu produceert hij elektronische muziek op zijn computer. „Het is fijn me daarin te kunnen verliezen.”

m.m.v. Jasper Knegt

Stella (49): ‘Elk jaar vier ik: heb ’t overleefd’

Het is 2014 als Stella (49) uit Groningen naar de manueel therapeut gaat voor een massage, omdat ze last heeft van haar linkerarm.

Volgens de therapeut zit haar nek „helemaal vast” en moet die gekraakt worden. Twee dagen later heeft Stella geen gevoel meer in haar rechterarm. Een tennisarm, zegt de therapeut. Raar, vindt zij: van haar rechterarm had ze nooit eerder last, dat was juist haar linker. Die avond gaat ze met bonkende hoofdpijn naar bed.

De volgende ochtend voelt Stella zich zó raar, dat ze de huisarts wil bellen. Als ze naar de telefoon loopt, sleept haar been achter haar aan. Ze pakt de telefoon op en staart ernaar. Bellen…, hoe moet dat ook alweer? Ze weet het niet meer. Na nog langer turen naar het apparaat, begint het te dagen: oh ja, knopjes indrukken, zo moet dat.

Ze weet de huisarts aan de lijn te krijgen. Het blijkt een herseninfarct te zijn.

Na anderhalf jaar revalideren herstelt Stella grotendeels maar werken gaat niet meer. Ze kan niet tegen drukte en prikkels, komt soms moeilijk uit haar woorden en kan in paniek raken bij onverwachte situaties. Zoals die keer dat ze voor het eerst weer zelf boodschappen deed maar niet meer wist hoe ze moest betalen, en huilend de winkel uitliep. Zonder boodschappen.

Ze woont nu in een seniorenwoning en heeft een driewieler (op haar gewone fiets bleef ze maar in de berm belanden). Dat brengt haar enige zelfredzaamheid. Elk jaar viert ze dat ze haar herseninfarct overleefde. Dan komen haar ouders, die de mantelzorg op zich namen, en haar vriend voor een gebakje langs. Stella wil niet met achternaam genoemd worden, uit vrees voor nare reacties van de manueel therapeut.

Marije (45): ‘Ik loop als een pinguïn’

Ze zei het nog: „Ik vind het doodeng.”

Nergens voor nodig, zei haar manueel therapeut, er kon absoluut niets gebeuren. In september 2020 werd de nek van de 45-jarige Marije gekraakt – zónder dat zij daarbij geïnformeerd was over de risico’s. Het enige wat de therapeut had gezegd: „Ik heb een snelle en een langzame behandeling, kies maar.” Ze koos de snelle.

Tijdens de behandeling viel Marije bijna flauw, ze vertrok met een „dronkenmansloop”. Van de schrik, volgens de therapeut. Marije wil niet met haar achternaam genoemd worden, omdat ze middenin een letselschadezaak met haar therapeut zit.

Een week later kwam ze weer bij haar manueel therapeut, ze had eerder al gezegd dat hij wat rustiger aan moest doen. Maar voor ze er erg in had, werd ze weer gekraakt. „Hij kondigde het niet eens aan.” Weer voelde ze zich beroerd.

Dat werd in de loop van de dag slechter: ze moest overgeven, liep moeilijk, voelde tintelingen in haar lichaam en zag in de spiegel haar oog hangen. In het ziekenhuis stelden artsen een scheurtje aan de binnenwand van een slagader vast. Het veroorzaakte een herseninfarct.

Nu, ruim een jaar later, is Marije „best goed hersteld”. Wel is ze snel oververmoeid („dan verander ik in een heks, niet leuk voor mijn omgeving”), voelt haar linkerhand altijd „alsof-ie slaapt” en voelt ze geen warmte, kou of pijn aan de linkerkant van haar lichaam. Als ze opstaat van de bank, loopt ze volgens haar kinderen „als een pinguïn”. Ook haar balans is aangetast: „Ik kan niet fietsen zonder te slingeren en ik val al om als ik mijn sokken wil aantrekken.”

Het is een beperking waar ze mee heeft leren leven. Maar toen er vorig voorjaar overal natuurijs lag en zij niet haar schaatsen aan kon trekken, voelde dat behoorlijk „shit”. „Het was mijn lievelingssport. Maar ik kan niet op één been staan, laat staan op een smalle schaats.”

Marijn (44): ‘Ik ben mijn vrijheid kwijt’

Marijn van den Berkhof (44) uit Zeeland rijdt in 2018 met 130 kilometer per uur op de linkerbaan van de snelweg als ze zich plots niet lekker voelt.

Ze is onderweg naar een klant, om oestermandjes te verkopen. Ze krijgt stekende hoofdpijn en ziet flitsen in haar rechteroog. Kletsnat van het zweet stopt ze de auto – midden op de weg, want er was geen vluchtstrook. „Ik heb daar een paar minuten zitten opdrogen voordat ik kon doorrijden.” Met één oog dicht rijdt ze door naar haar klant.

De dagen erna houdt Van den Berkhof last van hoofdpijn en duizeligheid. „Alsof het stormde in mijn hoofd.” Op haar werk kan ze haar beeldscherm alleen zien als ze haar hoofd schuin draait en haar mond een beetje opent. Af en toe valt het gevoel aan de linkerkant van haar lichaam weg, soms komt het weer terug. Een collega brengt haar naar de huisarts, waar ze in elkaar stort. „Ik had het gevoel dat ik doodging.”

Twee dagen eerder was Van den Berkhofs nek gekraakt bij de fysiotherapeut, vanwege nekpijn. Sindsdien heeft de linkerkant van haar lichaam verminderd kracht en heeft ze moeite met beeldschermen. Op het moment werkt Van den Berkhof niet, in de toekomst hoopt ze dat wel weer te kunnen. Het ergste, vindt ze zelf, is dat ze niet meer verre afstanden kan autorijden. „Dat was mijn vrijheid, nu zit ik opgesloten. Ik woon in een vissersdorp in Zeeland waar de bus maar een paar keer per dag gaat.”

Vroeger ging ze graag abseilen, nu heeft ze geen hobby’s meer. „Dat kost te veel energie. De zorg voor mijn twee kinderen en het huishouden is soms al te veel.” Maar, zegt ze: „Ik ben allang blij dat ik weer in een rechte lijn kan lopen. Ik kom van heel ver.”