Manju Reijmer: „In de huidige, witte filmwereld mag je vertellen dat één persoon racistisch is, maar niet dat het systeem racistisch is.”

Foto Roger Cremers

Interview

Scenarist Manju Reijmer: ‘Mensen die de touwtjes in handen hebben willen diversiteit, maar ze weten eigenlijk niets van diversiteit’

Achter de schermen Scenarioschrijver Manju Reijmer stond aan de basis van succesvolle NPO3-webseries, maar vertrok toch naar Videoland. Hij strijdt voor een betere representatie van minderheden, maar is ook kritisch op zijn eigen creaties. „Ik heb mezelf teleurgesteld.”

Als je op het YouTube-kanaal van NPO3 kijkt, zijn zeven van de tien meest populaire video’s door hem geschreven. Scenarist Manju Reijmer (31) schreef onder meer de eerste drie seizoenen van tienerdrama De Slet van 6 VWO (2017) en het eerste seizoen van Vakkenvullers (2018), webseries waarvan de meest bekeken afleveringen meer dan één miljoen views op het videoplatform haalden. „Ik wilde graag series maken voor een jong publiek”, vertelt hij. „TikTok bestond destijds nog niet en YouTube was de plek waar je jongeren kon bereiken.” De afleveringen van zijn webseries duren nooit langer dan tien minuten.

Wie het aanbod van de NPO bekijkt kan denken dat het Reijmer nogal voor de wind gaat: zijn pennevruchten, die hij de laatste jaren in teamverband heeft geschreven, zijn niet van het scherm te slaan. Wekelijks verschijnen er op het YouTube-kanaal en de website van NPO3 nieuwe afleveringen van Vakkenvullers, een comedy over een diverse groep jonge supermarktmedewerkers, en van de dramedy Koeriers (2021), over pizzakoeriers. Inmiddels bestaat er een Duitse versie van Vakkenvullers, genaamd Die Discounter. En op 4 januari maakte hij zijn debuut als scenarist op de nationale televisie met de aflevering ‘Niet gepland’ van Zina (2021), een dramedy over Marokkaans-Nederlandse vriendinnen die tussen twee culturen leven. Zijn series bereiken een breed, divers publiek: „Jongeren van kleur zijn mijn doelgroep, dus ik maak grapjes die zij begrijpen.”

Maar toen hij klaar was met het schrijven van Koeriers, en zijn collega’s hem vroegen wat hij daarna wilde doen, wilde hij wanhopig antwoorden: „Ik wil niets meer doen.”

„Ik ben kapot gestreden”, zegt de jonge scenarist in zijn appartement in Amsterdam-Zuidoost. Hij heeft het over de strijd die hij achter de schermen voert voor „een betere representatie van minderheden in de filmwereld”. Zelf is Reijmer geboren in Sri Lanka en getogen in Duiven, een klein dorp naast Arnhem in Gelderland. Al heel zijn leven wist hij dat hij scriptschrijver wilde worden. „Toen ik een tiener was, in de kast, bruin in een witte wereld, queer in een heterowereld, vond ik de echte wereld best moeilijk. Mijn ontsnapping was thuis zitten en mijn favoriete series kijken.”

Verliefd op Jack uit Lost

In zijn woonkamer hangen posters van de Amerikaanse tienerseries The OC (2003) en Veronica Mars (2004). Tijdens het gesprek vertelt hij dat hij „nog steeds verliefd is op Jack” uit Lost (2004). „Deze series hebben me door mijn tienerjaren gesleept. Als ik dat kan doen voor tieners nu, dan ben ik een gelukkig mens.” Hij studeerde journalistiek in Zwolle, omdat hij „heel erg volgens de regels wilde leren schrijven”, volgde een cursus scenarioschrijven in Los Angeles, en behaalde een master sociologie, „zodat ik beter werd in mijn werk”. Hij werd assistent-scenarist, tot hij in 2017 aangenomen werd als scenarist voor De Slet van 6 VWO. Toen begon wat hij, heel vaak tijdens het interview, „de strijd” noemt.

Een strijd die hij sinds september 2021 niet meer als schrijver bij de NPO, maar bij Videoland voert als commissioning editor, iemand die scripts aankoopt en de makers begeleidt. „Omdat ik niet meer wil schrijven, maar wel op systemisch niveau de strijd voort wil zetten”, zegt hij over zijn overstap.

Ondanks dat velen „liefdevol” met hem meewerkten, waren het de collega’s met wie hij werkte, tegen wie hij te strijden had. Maar met ‘systemisch’ bedoelt hij dat het niet gaat om individuen of „een boze omroep die aan alles schuld heeft”. Reijmer ontwaart een systeem dat racisme en seksisme in stand houdt.

Reijmer: „Je kan geen personage opvoeren dat de onschuld van gewone witte mensen aantast.”

Foto Roger Cremers

Hoe kon het gebeuren dat een succesvol scenarioschrijver toch bij de publieke omroep is weggedreven? „In het begin ben je als scriptschrijver ondergeschikt aan producenten, en zeker aan regisseurs. Zij zijn diegenen die het totaalbeeld bepalen, en jij hebt niets te zeggen over de casting. Dus ik creëerde toen vaak heel expliciet personages van kleur, maar die werden daarna wit gecast. Dat kom je pas te weten wanneer ze zeggen dat de cast rond is. Het omgekeerde was ook heftig: wanneer ik een wit personage op een bepaalde manier had geschreven, en ze dan een zwarte persoon gingen casten, die opeens allerlei stereotypen kreeg die ik er zelf niet in had geschreven.”

Toch leek Reijmer steeds beter in zijn missie te slagen. Als je het aantal mensen van kleur in De Slet van 6 VWO vergelijkt met Koeriers, de eerste Nederlandse comedy met een volledige cast van kleur en een nagenoeg volledig zwarte crew, lijkt er onmiskenbaar sprake van vooruitgang. Maar bij het terugblikken op dit succes overheerst de herinnering aan de strijd die hij ervoor moest leveren. Ook met zichzelf.

Alleen mensen van kleur

Koeriers volgt een zwarte jongen die pizzakoerier wordt om snel veel geld te maken. Reijmer en Maarten Swart, de producent, verkochten de webserie als „een serie over pizzakoeriers, op dezelfde manier dat Vakkenvullers een serie is over vakkenvullers, waar kleur totaal geen rol speelt”. Een luchtige comedy, met een diverse cast, vol sketches, waar ze het niet hebben over maatschappelijke problematieken. „‘Superleuk!’, zei de omroep. Maar achteraf zei de producent tegen me: ‘Manju, volgens mij wil je een serie maken met alleen mensen van kleur, waarom doe je dat niet?’ En ik zei: ‘Nee! De omroep gaat het niet goed vinden, we worden gecancelled nog voor we online komen.’ Oorspronkelijk had ik het zelfs gepitcht met een witte hoofdpersoon, want ik dacht: een zwarte hoofdpersoon krijg ik er nooit doorheen. Ik ben getraind om te denken dat een zwarte cast niet kan.”

Hoewel niet iedereen bij de omroep even enthousiast reageerde, zetten de twee hun plan door. De NPO besteedde er weinig aandacht aan, tot de Black Lives Matter-protesten in de zomer van 2020 losbarstten. „Toen waren we klaar met het samenstellen van de cast, en die was uiteindelijk helemaal van kleur. Koeriers werd ineens een paradepaardje voor de NPO. ‘Oh my god’, zeiden ze, ‘we hebben een zwarte serie. Wat goed dat jullie dit hebben gedaan!’ Zo gingen ze daar ook over berichten.”

Maar zo’n serie maken was, zelfs na de BLM-protesten, niet eenvoudig, vertelt Reijmer. De cast mocht dan wel helemaal van kleur zijn, toch ontstond er bij sommige witte mensen met wie hij werkte weerstand bij de onderwerpen die hij wilde behandelen, en hoe hij ze wilde behandelen.

„Ik denk dat ik gewoon pech heb dat ik in deze tijd series maak, want we zitten in een transitiefase waarin mensen eindelijk erkennen dat diversiteit nodig is. Ze willen diversiteit, en ze moeten diversiteit, want het publiek vraagt erom. Maar de mensen die tien jaar geleden alleen witte series maakten hebben nog steeds de touwtjes in handen, en ze weten eigenlijk niets van diversiteit. Dus je komt in botsing met een systeem dat inderdaad Koeriers wil hebben, maar er nog niet klaar voor is.”

Waar Vakkenvullers luchtig is, is Koeriers dat niet: de serie behandelt na de eerste aflevering zware onderwerpen, zoals racisme, seksisme, en aanranding. „Oorspronkelijk wilde ik een serie maken over gentrificatie, maar dat thema werd er langzaam uitgefilterd tijdens alle feedbackrondes, want ze wilden niet dat het een systemische aanklacht tegen witte mensen zou zijn.” Gentrificatie is een fenomeen waarbij voornamelijk witte mensen in armere buurten gaan wonen, omdat andere delen van de stad te duur zijn geworden, zodoende de prijzen opdrijven, waardoor arme mensen – vaak van kleur, vaak zwart – uit hun eigen buurten worden verdreven. „In de huidige, witte filmwereld, mag je best wel vertellen dat één persoon racistisch is, maar niet dat het systeem racistisch is.” Dus, legt Reijmer uit, je kan één racistisch personage opvoeren, „een boeman waarmee witte Nederlanders zich niet identificeren”, maar tonen dat Nederland een racismeprobleem heeft, bijvoorbeeld door een serie over gentrificatie te maken, waarin de witte yuppen die in de wijk komen wonen de boemannen zijn – dat is geen optie. „Want zo’n personage tast de onschuld aan van gewone witte mensen.”

Mensen die de touwtjes in handen hebben willen diversiteit, maar ze weten eigenlijk niets van diversiteit

Reijmer herschreef het verhaal, waardoor in Koeriers „de grootste vijand niet zoiets als ‘racisme’ is, maar ‘het individu’.” Zo zijn de antagonisten een witte jongeman die zomaar veronderstelt dat een zwarte pizzakoerier ook wiet verkoopt, of een witte klant die van het hoofdpersonage eist dat hij „die grote zwarte lul” laat zien wanneer hij een pizza bij haar gaat leveren. Maar ook: het hoofdpersonage, een zwarte man, die een zwarte vrouw aanrandt – een van de belangrijkste verhaallijnen in de serie. „Ik maakte Winston tot de bad guy, die een les moet leren, en uiteindelijk de good guy wordt.” De worsteling valt te lezen op Reijmers gezicht. Ondanks de veelzijdigheid van de zwarte personages in Koeriers, onder wie Jeffrey, een aardige zwarte jongeman die, hoewel hij een goede vriend is van de aanrander, het opneemt voor de aangerande zwarte vrouw, het blijft wrang: hij creëert eindelijk een zwarte hoofdpersoon, en die is dan ineens ook een aanrander. Hij werd hier ook op aangesproken door zijn zwarte vriendinnen, vertelt hij. „Het voelt alsof ik mijn publiek heb teleurgesteld, maar…” Dit was de enige manier waarop hij een verhaal kon vertellen met een voornamelijk zwarte cast, zegt Reijmer: door een serie te maken over de ontwikkeling van een onvolmaakte hoofpersoon, in plaats van „te vertellen dat witte mensen racistisch zijn”. Dit is de strijd die hij steeds met zichzelf, als schrijver van kleur die principieel antiracistisch wil zijn, voert. Hoe representeer je bevolkingsgroepen waar je zelf geen onderdeel van uitmaakt, en die ondervertegenwoordigd zijn in de filmwereld, in een systeem waarin je niet vrij bent de verhalen te vertellen die je wil vertellen, zoals je ze wil vertellen?

Stereotyperend schrijven

„Ik had het liefst een verhaal verteld over een zwarte held die 100 procent heldhaftig is, in plaats van het stereotype te bevestigen dat zwarte mannen aanranders of seksistisch zijn of dat soort dingen. Ik denk dat ik eigenlijk mezelf heb teleurgesteld.”

Reijmer voelt een enorme verantwoordelijkheid. Als je hem vraagt welke rollen na de casting meer stereotypes kregen, weigert hij namen te noemen omdat hij de acteurs van kleur wil beschermen. „Die krijgen al zo weinig kansen.” Hij huurt consultants en medeschrijvers in, om zeker te zijn dat hij goed over de bevolkingsgroepen schrijft die hij op het scherm afbeeldt. Hij schaamt zich ook voor die keren dat hij zelf stereotyperend of kwetsend over bevolkingsgroepen schreef waar hij zelf niet bij hoort. Bijvoorbeeld toen hij het enige trans personage in De Slet van 6 VWO liet uitschelden door een van de hoofdpersonages. „Ik lig hier wakker van”, herhaalt hij vaak tijdens het gesprek. Soms grappend – maar vaak denk je dat het wel eens waar zou kunnen zijn.

Lees ook de vorige aflevering in deze serie, over commissioning editor Jacomien Nijhof: ‘Ik zou niet snel iets als Temptation Island bestellen, ook al is het een grote hit’

Want hoe ontkom je als scriptschrijver aan stereotyperingen? „Ik wil niet doen alsof transfobie, homofobie, racisme of seksisme niet bestaan. Dus mijn personages zijn dat allemaal. Je kan niemand emanciperen als je niet laat zien waartegen wordt gevochten: dus transfobie en seksisme zijn er, en zo kunnen die vrouwen eindigen als de winnaars, als helden. Maar vooral mijn trans vrienden zeiden: ‘Ik snap dat je dat wil, maar voor ons brengen zulke scènes trauma’s naar boven.’ Dus daarna heb ik het niet meer zo veel gedaan. Toch denk ik dat het heel krachtig kan zijn om de mensen waar je publiek zich mee identificeert te laten zien als mensen die ook racistisch of seksistisch zijn, en te laten zien hoe ze die vooroordelen overwinnen. De fout die veel films maken is dat hun helden altijd goed zijn voor de minderheden, en de schurken altijd slecht zijn voor de minderheden. Daardoor identificeren de kijkers zich met de helden, en denken ze dat ze zelf goed zijn voor minderheden, terwijl ze dat niet per se zijn.

„Maar ik denk dat de scène met het trans personage toch problematisch is, omdat De Slet van 6 VWO niet gemaakt is als een veilige serie voor trans mensen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Amerikaanse serie Pose, waar veel empowerment en trans representatie in zit. De Slet van 6 VWO is een witte cishetero show, en dan ervaart de enige trans persoon die kijkers even te zien krijgen ook nog eens alleen maar onveilige situaties.” Zo wordt trans zijn gereduceerd tot pijn, wat vaak in series en films gebeurt.

Wéér afgebeeld als aanrander

„Het is zoals hoe in Koeriers een zwarte man wéér wordt afgebeeld als aanrander. Je weet dat er seksistische zwarte mannen bestaan. Maar doordat je ze zo afbeeldt in een filmwereld in een land dat zwarte mannen daar dertig keer harder voor beoordeelt, wordt het moeilijk.”

Dus hij heeft spijt dat hij deze verhalen op die platformen vertelde? „Ja, dat ik ze schreef voor een wit publiek, en voor een witte omroep.” Want daardoor kunnen de vooroordelen van witte of cisgender kijkers bevestigd worden – wat dan weer bijdraagt aan de onderdrukking van trans mensen of zwarte mannen.

„Maar over de verhalen zelf heb ik geen spijt. Ik vond de aanranding belangrijk, omdat het een mythe is dat verkrachters en aanranders boemannen zijn die niet in het dagelijkse leven voorkomen. Het zijn gewone mensen die dat doen. Koeriers gaat deels over: wat doe je als je dat nu eenmaal hebt gedaan? Dat is het traject van het hoofdpersonage.”

Zijn worsteling met de verwachtingen – van zijn collega’s, zijn netwerk en hemzelf – maken dat hij de pen voorlopig heeft neergelegd. Wanneer Reijmer wordt gevraagd om concrete namen of voorbeelden te noemen van de mensen die ervoor zorgden dat hij „kapot gestreden” is, weigert hij ze te geven. De Nederlandse filmwereld is gewoon te klein, zegt hij, en „het zal te veel moeite kosten wanneer je op een gegeven moment weer met die mensen moet werken.” Zelfbescherming, noemt hij dat. En: het gaat om een structureel racistisch systeem, niet om de individuen. „Als ik dacht dat ik door te namen en shamen ervoor zou kunnen zorgen dat er morgen geen racisme meer was in Nederland, zou ik het direct doen.”

Hoewel hij zijn energie nu vooral steekt in het begeleiden van makers bij Videoland laat hij de deur naar de wereld die hij verlaten heeft nog wel op een kier, want als hij weer gaat schrijven, wil hij dit in de mainstream doen.„Ik heb geen behoefte om kleine indie-projecten te doen waar niemand naar kijkt. Ik schrijf voor de tiener, ergens in Gelderland, die wil ontsnappen. Die moet het kunnen vinden.

„Eigenlijk ben ik de hele dag aan het proberen de filmwereld te veranderen, maar dat doe ik zodat de industrie beter wordt, en het publiek de series krijgt die het verdient. Dat wordt weleens vergeten als je kritiek uit.

„Weet je, mensen van kleur geven niet meer om de Nederlandse filmwereld. En waarom zouden ze? Ze werden zo lang door de industrie vervreemd dat het moeilijk is om die weer te vertrouwen. Ik hoop dat ik eraan kan bijdragen dat Nederlanders weer Nederlands drama weten te vinden. En dan vooral: Nederlanders van kleur.”