Meta onderuit op de beurs, de rest van Big Tech draait beter dan ooit. Wat is er aan de hand?

Techaandelen Meta, moederbedrijf van Facebook, verloor donderdag in een dag 251 miljard dollar in waarde na een spectaculaire koersdaling. Veel techfondsen hebben het momenteel zwaar op de beurs – met uitzondering van de allergrootste bedrijven.

Een belegger op de beursvloer van de New York Stock Exchange.
Een belegger op de beursvloer van de New York Stock Exchange. Foto Timothy A. Clary/AFP

Mark Zuckerberg zal dit weekend ongetwijfeld onrustig slapen. Het aandeel van zijn bedrijf Meta kende donderdag de grootste waardedaling in een dag op de Amerikaanse beurs ooit. Het moederbedrijf van Facebook verloor 251 miljard dollar (219 miljard euro) aan beurswaarde, nadat het bedrijf teleurstellende kwartaalcijfers bekendmaakte. Vrijdag was er bij het openen van Wall Street nog geen teken van herstel zichtbaar.

Hoewel de omzet van Meta in het vierde kwartaal van 2021 met 20 procent groeide ten opzichte van een jaar eerder, namen de kosten met 38 procent toe. Hierdoor boekte het bedrijf een winst van 10,3 miljard dollar, 8 procent lager dan in 2020. De koersval als gevolg van zijn presentatie kostte topman Mark Zuckerberg 25 miljard dollar van zijn persoonlijk vermogen.

Zuckerberg heeft genoeg aan zijn hoofd. Zijn bedrijf ziet de kern van het verdienmodel ernstig in gevaar komen, nu iPhone-gebruikers van Apple de mogelijkheid hebben gekregen om het verzamelen van persoonsdata door Facebook uit te schakelen. Zuckerberg ziet ondertussen hoe jonge gebruikers zich afkeren van Facebook en Instagram en vertrekken naar TikTok. Ook kampt Meta na alle privacyschandalen met een reputatieprobleem, wat het lastiger maakt om talent aan te trekken. De toekomst ligt voor Meta in de metaverse, een nieuw virtueel internet dat vooralsnog vooral heel veel geld kost. Een toekomstvisie die niet direct geld oplevert, is lastig voor beleggers – doorgaans vooral geïnteresseerd in winst op de korte termijn.

Daarmee voegde Meta zich bij een flinke rij techbedrijven die de laatste weken kampen met grote koersdalingen. En weekt het zich tegelijkertijd los van de club van grote Amerikaanse techbedrijven die op een hoop worden geveegd onder de noemer ‘Big Tech’: Microsoft, Apple, Alphabet, Amazon en Meta. Waar Meta worstelt, draaien de andere vier door alsof er niets aan de hand is.

Slechtste start van een beursjaar ooit

De Amerikaanse Nasdaq-index, waarin veel techaandelen zitten, leek tot deze week af te stevenen op de slechtste start van een beursjaar ooit. Tot techgiganten Alphabet en Amazon met hun cijfers over het vierde kwartaal van vorig jaar kwamen en, opnieuw, de verwachtingen overtroffen. Eerder hadden Apple en Microsoft al goede cijfers laten zien.

De grote Amerikaanse techbedrijven deden daarmee wat ze elk kwartaal doen: met dubbele cijfers groeien, beleggers enthousiasmeren en de rest van de beurs mee omhoog trekken. Beleggers op Wall Street konden dankzij de bedrijven van topmannen Sundar Pichai (Alphabet) en Andy Jassy (Amazon) weer eens met een beetje optimisme het weekend in.

De schrik zit er bij beleggers de laatste weken stevig in. Zorgen over de toenemende inflatie en stijgende rentes maakten dat de vijfhonderd grootste fondsen op Wall Street in januari gezamenlijk 5 procent van hun beurswaarde inleverden. Het zijn percentages die sinds de financiële crisis in 2009 niet meer zijn gezien. Honderden miljarden gingen de afgelopen weken in rook op (om daarna deels weer terug te komen).

Meer over de paniek op de beurzen: ‘Het dondert op de beurzen – wat is er aan de hand?’

Een toenemende inflatie leidt ertoe dat waarderingen, gebaseerd op voorspellingen van winsten in de toekomst, onder druk komen te staan. Met name de toch al hoog gewaardeerde Amerikaanse techaandelen kregen daarom de grootste klappen. Juist naar deze aandelen is sinds de coronapandemie veel geld gegaan, opgejaagd door burgers en bedrijven die door lockdowns gedwongen in hoger tempo digitaliseerden. Die lucht loopt er nu – met uitzondering van bijna alle Big Tech-fondsen dus – even hard weer uit.

Naast Meta raakten ook Tesla, Spotify, Netflix, sociaal medium Pinterest, fitnessbedrijf Peloton en betaaldiensten Paypal en Block in een maand ongeveer een kwart van hun beurswaarde kwijt. Het negatieve sentiment raakt ook techbedrijven in Nederland, waar onder meer ASML, Just Eat Takeaway en Adyen fors inleverden.

‘Perfect storm’

Jim Reid, analist van Deutsche Bank, deed in januari de voorspelling dat er dit jaar een perfect storm voor techbedrijven op komst is. „Het is moeilijk te ontkennen dat het beleid van centrale banken een grote bijdrage heeft geleverd aan de ongelofelijke koersstijgingen van de techsector in de laatste zes, zeven jaar”, zei Reid. Hij doelde daarbij op de historisch lage rentes die de wereldwijde economie tijdens de corona-epidemie van de nodige impulsen moesten blijven voorzien.

Maar deze wetmatigheid lijkt, in ieder geval nu, niet voor iedereen te gelden. Want hoewel de Amerikaanse centrale bank en de Bank of England de afgelopen weken rentestijgingen aankondigden, en de Europese Centrale Bank erop zinspeelt, blijven de allergrootste Amerikaanse techbedrijven zoals gezegd buiten schot.

Alphabet, het moederbedrijf van Google, kon deze week klinkende cijfers over het vierde kwartaal van vorig jaar overleggen. Consumenten die thuis zaten tijdens de pandemie en op Google zochten naar manieren om hun geld uit te geven leverden het bedrijf recordinkomsten aan advertenties op. Alphabet rapporteerde ruim 75 miljard dollar omzet (32 procent meer dan vorig jaar) en zag de winst met een derde stijgen. Ook Alphabets clouddivisie en YouTube draaiden goed.

De koers van Alphabet bleef in de afgelopen crisismaand redelijk stabiel. Alphabet is nu bijna 2.000 miljard dollar waard en moet op Wall Street alleen Microsoft en Apple nog boven zich dulden als meest waardevolle bedrijven.

Apple slaagde er begin deze maand zelfs in als eerste bedrijf ter wereld de grens van 3.000 miljard dollar beurswaarde te bereiken. Problemen met chiptekorten en levering van iPhones uit Chinese fabrieken, die door het virus noodgedwongen tijdelijk moesten sluiten, hebben het bedrijf van Tim Cook niet in problemen gebracht. Vorige week maakte Apple bekend vorig jaar 123 miljard dollar te hebben omgezet, een stijging van 11 procent.

Techplatformen

Hoe kan het dat in ieder geval vier van de vijf grote techbedrijven zo buiten schot weten te blijven? Microsoft, Apple, Amazon en Alphabet doen inmiddels zó veel, dat kwetsbare bedrijfsonderdelen door andere meer winstgevende onderdelen worden gecompenseerd. De techbedrijven zijn techplatformen geworden, met een waaier aan diensten en producten, waarbij ze vooral elkaar beconcurreren. De enige echt serieuze tegenstander voor Big Tech: overheden, die met regulering proberen hun macht enigszins te beteugelen.

Neem Apple, dat er de laatste jaren in slaagt zijn bedrijfsmodel steeds minder afhankelijk te maken van de verkoop van nieuwe iPhones. Het bedrijf van Tim Cook verdient nu geld aan apparaten én diensten, waarbij de grote groei zit in abonnementen voor cloud-, muziek- en betaaldiensten. Amazons meest winstgevende onderdeel is al jaren niet meer het versturen van pakketten, maar clouddienst AWS. En Microsoft verdient geld met software, laptops, games en sociale media (LinkedIn is eigendom van Microsoft). De pandemie heeft de groei nog verder versneld. En in tegenstelling tot bij bedrijven als Netflix en Peloton zijn beleggers niet van mening dat met het einde van de pandemie in zicht de grote groei er straks weer uit gaat.

Los daarvan: Big Tech (inclusief Meta) is een groep gezonde bedrijven, die miljardenwinsten maken met producten waar de rek nog lang niet uit is. Voor een techbedrijf als Uber, de taxi-app die geld investeert in uitbreiding en sinds de oprichting vooral verlies maakt, zijn beleggers al geruime tijd een stuk minder mild. In een jaar verloor Uber 40 procent van zijn beurswaarde. Geld dat zomaar eens naar aandelen Big Tech kan zijn gegaan.