Rechter: meer ruimte voor burger

Bestuursrecht Rechters moeten uitvoeriger gaan toetsen of een door de overheid genomen besluit „evenredig” genomen is.

De uitspraken en de nieuwe wegingscriteria zijn een rechtstreeks gevolg van de Toeslagenaffaire.
De uitspraken en de nieuwe wegingscriteria zijn een rechtstreeks gevolg van de Toeslagenaffaire. ANP

De rechterlijke macht krijgt een menselijker gezicht. Rechters krijgen meer vrijheid om de individuele belangen van burgers mee te wegen in rechtszaken tegen de overheid. Het uitgangspunt dat een rechter niet op de stoel van de bestuurder mag zitten en zich terughoudend moet opstellen bij juridische conflicten tussen burger en overheid, wordt minder strak toegepast. In bestuursrechtelijke zaken waarbij zwaarwegende belangen van burgers in het geding zijn, moet de rechter uitvoeriger toetsen of een door de overheid genomen besluit „evenredig” genomen is.

Dat is de kern van drie uitspraken woensdag van de zogeheten Grote Kamer van de afdeling rechtspraak van de Raad van State. De uitspraken zijn leidend voor de bestuursrechtspraak in Nederland. In die Kamer hebben rechters zitting van de Afdeling bestuursrechtspraak, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Hun uitspraken zijn bedoeld „ter bevordering van de rechtsontwikkeling en de rechtseenheid”.

De Grote Kamer behandelde afgelopen mei drie zaken als testcase voor jurisprudentie over hoe ver rechters mogen gaan bij individuele toetsing als er grondrechten van de burger in het geding zijn. Twee zaken gingen over woninguitzettingen op last van de burgemeester, één over illegale kamerverhuur in Amsterdam. In alledrie de zaken werd getoetst of lagere rechters voldoende rekening hadden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de gedupeerde burgers.

De uitspraken en de nieuwe wegingscriteria zijn een rechtstreeks gevolg van de Toeslagenaffaire. Toen lag niet alleen de Belastingdienst onder vuur, maar ook de bestuursrechter, omdat in procedures de omstreden besluiten van de fiscus doorgaans werden overgenomen.

Lees ook:Gezocht: een nieuwe rol voor de rechter na ‘Toeslagen’

De rechtspraak, met de Raad van State voorop, onderzoekt sindsdien de eigen rol in de Toeslagenaffaire. De bestuursrechtspraak beloofde uit te zoeken of er misschien op meer terreinen „te streng” was geoordeeld en of het niet mogelijk was om in de toekomst tot „responsieve rechtspraak te komen”, waarbij „meer mensgericht” wordt geoordeeld.

Zo werd woensdag een individuele ontruimingsprocedure op last van de burgemeester van Harderwijk na geconstateerde drugshandel, een testcase voor de Grote Kamer, met de vraag of daar ‘mensgericht’ was geoordeeld. En of de bestuursrechter voldoende onderscheid had gemaakt tussen „geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid”, van aangevochten overheidsbesluiten.

Willekeur-criterium

Met de uitspraken van woensdag wordt volgens de Kamer „expliciet” afstand genomen van het tot nu toe in de rechtspraak gehanteerde „willekeur-criterium”: de rechter mag niet op de stoel van de bestuurder zitten. In welke mate bestuursrechters nu dat criterium mogen loslaten, is volgens de Grote Kamer afhankelijk van de individuele zaak. Rechters moeten zelf kiezen tussen „alle varianten van vol tot terughoudend”. Hoe zwaarder de belangen en hoe ernstiger de nadelige gevolgen voor de burger en „als het besluit inbreuk maakt op de mensenrechten”, dan zal de bestuursrechter „intensiever toetsen”.

Voor de Harderwijkse woningsluitingszaak zelf betekent dat concreet dat de burgemeester opnieuw moet hardmaken of hij dat gezin redelijkerwijs de woning had mogen uitzetten. En of de gevolgen voor het gezin na ontruiming in verhouding staan met het doel van de woningsluiting: voorkoming van drugshandel en overlast. Een lagere rechter kan daarna de ontruimingszaak opnieuw beoordelen, mede aan de hand van de door de Kamer opgestelde criteria voor responsieve rechtspraak.

In twee andere zaken waarover de Kamer woensdag uitspraak deed ( één ging ook over woningsluiting, de andere over illegale kamerhuur in Amsterdam) paste de Grote Kamer dezelfde principes van responsieve rechtspraak toe. Met verwijzing naar de uitspraak in die Harderwijkse zaak.