‘Goedkope’ Nederlandse skileraar blijft gevraagd in Oostenrijk

Winterwerk Duizenden veelal jonge Nederlanders reizen ’s winters naar de bergen om te werken in de horeca of als skileraar. Gooit corona dit jaar roet in het eten? „Wat een wintersporter zich als allerlaatste af laat nemen, is wintersport.”

Nederlanders die in Oostenrijks skigebied werken, hebben te maken met coronabeperkingen.
Nederlanders die in Oostenrijks skigebied werken, hebben te maken met coronabeperkingen. Foto’s Snowlife

Voor een plaats die wordt geroemd om zijn après-ski, is er dit jaar weinig te beleven in het Oostenrijkse Gerlos. Bars zijn gesloten, restaurants niet – tot 22.00 uur. De onder Nederlanders populaire Cin-Cin-bar heeft skilerares Sanne Hoogveld (21) nog niet van binnen gezien. „Dat is balen, je gaat toch ook een beetje naar Gerlos om te feesten.”

Oostenrijk trof niet alleen coronamaatregelen voor het nachtleven: ongevaccineerden laat het überhaupt niet toe. Tot voor kort moesten ongeboosterde Nederlanders tien dagen in quarantaine bij aankomst. Een wintersport ‘zoals altijd’ zit er dit seizoen voor velen niet in.

Volgens de Nederlandse Skivereniging reizen jaarlijks duizenden Nederlanders, met name jongeren, af naar de bergen om te werken in bijvoorbeeld de horeca of als skileraar. Uitgerekend Oostenrijk, dat rond de kerstdagen extra inreisbeperkingen instelde voor Nederlanders, is de belangrijkste bestemming. Gooien de pandemie en bijbehorende maatregelen dit jaar roet in het eten van deze winterwerkers?

Oostenrijkers willen zelf

Toon Wouters oprichter Werken in Oostenrijk

Van de Nederlandse wintersporters gaat zo’n 60 tot 65 procent naar Oostenrijk en 12 tot 15 procent naar Frankrijk, zegt Arjen de Graaf namens de Skivereniging. Daarna komen landen als Italië en Zwitserland. Voor werknemers is de verhouding ongeveer hetzelfde.

„In Frankrijk kom je als leraar niet aan de bak, daarvoor moet je een lange opleiding volgen”, zegt De Graaf. „Terwijl je in Oostenrijk aan de slag kunt met een Anwärter, een diploma dat je na een opleiding van een week of twee haalt en waarmee je aan beginners les mag geven.” Met name jongeren doen die opleiding, die bestaat uit theorie en praktische lessen en examens in de Oostenrijkse bergen.

Vlak voor de feestdagen ontstond even paniek, zegt De Graaf, toen de Oostenrijkse regering een quarantaineplicht voor ongeboosterden invoerde. „Veel Nederlanders hadden die extra prik toen nog niet. Dat is nu genormaliseerd. Mensen weten aan welke voorwaarden ze moeten voldoen om het land binnen te komen en twijfelen minder om een vakantie te boeken.”

Toch zijn er volgens de vereniging wel minder Nederlanders afgereisd om te werken in de bergen. Cijfers daarover heeft ze overigens niet. „Skileraren zijn nog steeds erg in trek, maar après-ski is er niet meer. Dus veel horecabanen vallen weg”, aldus De Graaf.

Extra prik

Herkenbaar, zegt Toon Wouters, oprichter van recruitmentbedrijf Werken in Oostenrijk. Het werft Nederlands winterpersoneel, zoals skileraren en medewerkers voor winkels en horeca in skioorden. Voor hen regelt het bedrijf ook alle benodigde reis- en werkpapieren. Normaal gesproken zendt het zo’n 900 Nederlanders uit per skiseizoen, van wie zo’n 60 procent skileraar is. Dit jaar denkt Wouters dat het er „met een beetje geluk” ongeveer de helft worden.

Dat komt deels door de Oostenrijkse reisbeperkingen, zegt Wouters. Bovenop het wegvallen van de après-ski kregen niet alle medewerkers die van plan waren rond de feestdagen te komen (op tijd) een booster. „En de wisselende maatregelen leveren veel onzekerheid op”, zegt Wouters. „Mensen die een seizoen in de bergen overwegen, zijn bang dat de regels per week veranderen en blazen het dan maar helemaal af.”

Dat hij dit jaar minder werknemers kan uitzenden, ligt volgens Wouters eerder aan de Nederlandse werknemers dan aan de Oostenrijkse werkgevers. „Het land kampt met een groot personeelstekort. Oostenrijkers willen zelf geen skileraar meer worden, daarvoor betaalt het niet genoeg”, zegt Wouters. „Ik krijg nog dagelijks aanvragen van skischolen of ik leraren kan leveren. Maar wij hebben die mensen gewoon niet, helaas.”

Bovendien heeft de sector te kampen met tekorten die veroorzaakt zijn door het virus zelf: besmettingen en quarantaines houden leraren van de pistes af. Onder meer in Kirchberg, welbekend onder Nederlandse wintersportliefhebbers, haalde een Nederlandse groep skileraren het nieuws met een massale virusuitbraak. Ook in andere Oostenrijkse berggebieden houdt corona werknemers thuis.

Wouters heeft dit seizoen al zo’n 160 uitgezonden medewerkers een deel van de tijd thuis moeten houden – omdat ze ziek werden, of in contact waren geweest met iemand die besmet bleek. „Skileraren wonen allemaal samen in personeelshuizen”, zegt hij. Dat kan oplopen tot tientallen leraren per huis. „Als één leraar eenmaal ziek is, verspreidt het zich hartstikke vlug. Sommige scholen moeten dan zelfs een paar dagen dicht.”

Bezoek verboden

Skileraar Hoogveld woont deze winter in een huis met zeven anderen – tijdens het hoogseizoen, rond de kerstdagen, waren het er elf. Als één van hen positief test, moet iedereen thuisblijven. Haar skischool, Michi’s in Gerlos, is bovendien streng voor de ongeveer veertig leraren die er op dit moment in dienst zijn: bezoek ontvangen in huis is strikt verboden. Hoogveld schat dat zo’n 80 procent van haar collega’s Nederlands is.

Quarantaine is Hoogveld en haar huisgenoten nog niet overkomen. En après-ski of niet, ze probeert er dit seizoen het beste van te maken. „Het is alsnog heel gezellig met de andere leraren. En het is beter dan in Nederland zijn: ik was gewoon helemaal klaar met de maatregelen daar.”

Eigenlijk is ze zelf ook wel blij dat haar baas streng is. „Uit andere gebieden hoor je dramaverhalen van gesloten scholen. Wij hebben tenminste steeds door kunnen skiën.”

Yuri Bartels ervoer de grillen van het virus daarentegen aan den lijve. Hij is oprichter en eigenaar van Snowlife, een bedrijf dat jaarlijks enkele honderden Nederlandse jongeren opleidt tot skileraar. Dit jaar zijn het er zo’n zeshonderd, verspreid over elf à twaalf groepen van vijftig tot zestig leraren in spe. De aanmeldingen vallen niet tegen, zegt Bartels. Maar plannen maken voor zulke grote groepen en de wisselende maatregelen maken het „pittig”.

Bartels: „In de derde groep die we dit seizoen hadden, testte één persoon op dag van aankomst in Oostenrijk positief. Omdat ze allemaal bij elkaar in de bus hadden gezeten, moest de hele groep direct al terug. Tsja, superzuur natuurlijk. Toen dacht ik wel: wat voor seizoen gaat dit worden?”

Daarna leek het even nog slechter te gaan: Oostenrijk voerde in november een lockdown in, waarop nóg een groep na een paar dagen moest terugkeren. „In eerste instantie leek het erop dat drie weken lang alles dichtging en we geen lessen mochten geven”, zegt Bartels. „Dat viel gelukkig mee: we kregen al snel bericht dat skilessen wel mochten en alle opleidingsgroepen erna hebben eigenlijk nauwelijks problemen gehad.”

Een meevallertje voor de Oostenrijkse wintersector. Ook Bartels zegt wekelijks belletjes te krijgen van eigenaren van skischolen die vragen of hij nog personeel voor ze heeft.

Ziet hij dit jaar terughoudendheid onder jongeren om zich aan te melden voor een opleiding tot skileraar? „Het is best lastig voor jongeren dat ze al bijna twee jaar geremd worden en ook op wintersport veel minder mogen. Maar uiteindelijk valt het mee. Wat een wintersporter zich als allerlaatste laat afnemen, is de wintersport. Fanaten doen er alles voor!”