Journalisten en burgers moeten meestal te lang wachten op vrijgave overheidsinformatie

Wob Ministeries handelen een verzoek in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in gemiddeld 161 dagen af, terwijl dit eigenlijk in 28 dagen moet zijn gebeurd.
Exterieur van het ministerie van Algemene Zaken en het Torentje, met daarachter de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Exterieur van het ministerie van Algemene Zaken en het Torentje, met daarachter de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Foto Sem van der Wal/ANP

Wanneer burgers of journalisten de overheid verzoeken om informatie vrij te geven in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), moeten ze daar in gemiddeld 80 procent van de gevallen langer op wachten dan wettelijk is toegestaan. Dat blijkt uit een vrijdag gepubliceerde inventarisatie van de Open State Foundation en het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI). Het afhandelen van een Wob-verzoek duurt gemiddeld 161 dagen, terwijl de wettelijk termijn daarvoor 28 dagen is, met mogelijkheid tot verlenging met nog eens 28 dagen.

De onderzoekers analyseerden bijna duizend Wob-verzoeken die in de periode van oktober 2020 tot en met september 2021 op Rijksoverheid.nl zijn geplaatst. Hoelang het duurt voordat een verzoek is afgehandeld, verschilt per ministerie. De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (74 dagen) en Defensie (96 dagen) zijn gemiddeld het snelst, hoewel ook zij de termijn overschrijden. Justitie en Veiligheid (188 dagen), Financiën (191 dagen) en Infrastructuur en Waterstaat (206 dagen) zijn over het algemeen het traagst met het vrijgeven van informatie.

‘Corvee’

Het vrijgeven van informatie wordt nu nog te vaak als „corfee” gezien, concluderen de onderzoekers, die ook aanbevelingen doen. Zo moeten het kabinet en de ambtelijke top van departementen „het goede voorbeeld” geven en „politieke moed” tonen, en moeten zij een „cultuur van openheid leven en uitstralen.” De huidige cultuur waarbij overheidsinformatie wordt beschouwd als „gesloten, tenzij”, moet volgens de onderzoekers worden omgebogen naar „open, tenzij”. Met andere woorden: overheidsinformatie zou publiek toegankelijk moeten zijn, mits de documenten niet privacygevoelig zijn of bij publicatie een veiligheidsrisico kan opleveren.

Lees ook: Openbaarheid komt even op tweede plan (2020)

Dat ambtenaren het doorgaans erg druk hebben, waardoor Wob-verzoeken wekenlang op de plank blijven liggen, vinden de onderzoekers geen goed argument. Deze verzoeken moeten volgens hen met voorrang worden behandeld. Om de snelheid op te krikken, dienen er bij de ministeries „strakke afspraken” te worden gemaakt over „regie, verantwoordelijkheid, doorlooptijden en deadlines”. Want, concluderen de onderzoekers, openbaarheid van overheidsinformatie is „cruciaal voor een goed functionerende democratie”.