Opinie

Voor de mens begint wederopbouw nu pas

Maarten Schinkel

Het mocht eindelijk weer, en dus bevonden de vijf mannen van een zekere leeftijd zich deze week in het oefenruimtecentrum te Amsterdam om lekker tekeer te gaan met hun mengsel van jazz en fusion. Hetgeen op papier overigens een stuk beter klonk dan in werkelijkheid – de afgelopen twee jaar was er veel minder gerepeteerd, met grote tussenpozen als gevolg van de lockdowns.

Maar waar waren alle andere bands in het gebouw dat doorgaans uitpuilt en een vrolijke kakofonie is van flarden salsa, metal en bebop? Het kan zijn dat mensen alsnog voorzichtig zijn, ondanks de boosters en tests vooraf. Maar misschien zijn de horten en stoten van de afgelopen twee jaar voor veel groepen te veel geweest. Leden die iets anders zijn gaan doen, inspiratie die verloren is gegaan of enthousiasme dat gesmoord is in te veel teleurstellingen achter elkaar. Was dit een voorbeeld van wat economen scarring noemen, het vormen van littekens na een crisis?

Het bovenstaande is een schrammetje in vergelijking met andere littekens. Er zijn grote onderwijsachterstanden ontstaan – oneindig veel belangrijker en ingrijpender. Minstens 60.000 zwemdiploma’s zijn niet gehaald – levensgevaarlijk. En in de professionele kunst- en cultuursector is de schade nauwelijks te overzien. Er zijn voorstellingen die nooit meer zullen doorgaan, ingehaald door de tijd en de planning van de theaters waar ze zouden worden gehouden. Niet alleen in de horeca, maar ook in de culturele sector zijn veel mensen inmiddels iets anders gaan doen. Niet alleen degenen die op het toneel staan, maar ook lichttechnici, muzikanten, choreografen en geluidsmensen.

Museumexposities zijn gesneefd en, kleiner leed misschien, studenten aan kunst-, toneel- en muziekacademies hebben twee jaar lang vaak hun werk alleen kunnen laten horen en zien aan elkaar. Scholieren en studenten hebben mentale schade opgelopen in een cruciale fase in hun leven. In de horeca is onnoemelijk veel ondernemersenergie gesneuveld in de kou van twee jaar pandemie. En, algemener: vriendschappen en familie zullen nog intact zijn, maar het is mogelijk dat we die buitenste kringen van kennissen uit het oog zijn verloren.

Dat is allemaal ‘immaterieel’ en niet in getallen te vatten. Ja, Nederland is terug op het welvaartsniveau van voor de pandemie – als het bruto binnenlands product daar als benadering voor mag worden gebruikt. Maar twee jaar van misgelopen welvaartsgroei, zeg een procent of drie, vier, komt waarschijnlijk nooit meer terug.

De Europese Centrale Bank rekende een half jaar na het begin van de pandemie een groot aantal vorige crises door. De conclusie: oorlogen zijn het ergst, gevolgd door financiële crises. De pandemie viel toen nog in de relatief milde categorie ‘oliecrisis’.

Nu de Covid-crisis al twee jaar duurt, zal het effect diepgaander zijn dan gedacht. Haperende productieketens, tekorten, inflatie, spanningen op de arbeidsmarkt: ze komen allemaal voorbij. Toch is het vertrouwen van de industrie, met een waarde van ruim plus 10, groot. De index voor het vertrouwen van consumenten niet: die is deze maand gedaald naar min 28. De stemming onder de mensen is terug op het bodemniveau waar deze kort na het uitbreken van Covid, in het voorjaar van 2020, op belandde.

Het immateriële effect van de pandemie op het individu mag, kortom, niet worden verwaarloosd. Welvaart is niet hetzelfde als welzijn. Voor de artiest, de hotelier, de scholier, de student en de ouders van de bibberende kleuter op de rand van het zwembad. Voor iedereen die het leven lastig of onmogelijk is gemaakt, begint de wederopbouw nu pas.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.