Schakelen de Italianen over op kernenergie, ondanks het taboe?

Kernenergie In Italië gingen de laatste kerncentrales rond 1990 dicht. De scherpe stijging van de energieprijzen doet de Italianen echter weer twijfelen. De rechtse partij Lega wil een referendum over de ‘taboe-energie’.

Koeien op het gras bij de ontmantelde kerncentrale van Garigliano, ten noordwesten van Napels.
Koeien op het gras bij de ontmantelde kerncentrale van Garigliano, ten noordwesten van Napels. Foto Filippo Montefo/AFP

‘De Italianen hebben zich herhaaldelijk en ondubbelzinnig uitgesproken tégen kernenergie. Het debat is dus allang beëindigd.” Aldus luidde een boodschap die de lokale afdeling van het Wereldnatuurfonds op Centraal-Sicilië midden januari uitstuurde.

Die felle ontkenning verraadt vooral het tegenovergestelde: dat het debat over kernenergie in Italië recentelijk juist weer is heropend.

Italië heeft als enige G7-land op dit moment geen eigen kerncentrales – een gevolg van de historisch gegroeide weerstand onder veel Italianen tegen nucleaire energie. Maar de recente, uitzonderlijke energieprijsstijgingen hebben sommige Italianen aan het twijfelen gebracht.

Hogere energieprijzen dan elders in Europa schaden de Italiaanse economie, stelde de rechtse Lega-partij onlangs. Partijleider Matteo Salvini zei dat de Lega handtekeningen gaat verzamelen voor een referendum „dat het land op de weg zet naar een onafhankelijke, schone en veilige energietoekomst”.

Een referendum in november 1987, een jaar na de ramp in Tsjernobyl, luidde het einde in van het Italiaanse kernprogramma

Een kwestie van overleven, volgens hem. Want ook vóór de recente prijsstijgingen was elektriciteit in Italië al duur. In 2019, voor de pandemie uitbrak, kostte stroom in Italië gemiddeld een kwart meer dan in Frankrijk. Italië is voor zijn energie sterk afhankelijk van leveranciers in het buitenland.

Het zou een radicale breuk zijn met het verleden. In de jaren zestig was Italië weliswaar nog een voorloper op het gebied van kernenergie, maar tegen de jaren negentig raakte het taboe. Een referendum in november 1987, een jaar na de ramp in Tsjernobyl, luidde het einde in van het Italiaanse kernprogramma. Rond 1990 gingen alle kerncentrales dicht. In 2009 probeerde de centrum-rechtse premier Silvio Berlusconi nog eens eigen kernenergieproductie mogelijk te maken. Maar twee jaar later – kort na de ramp van Fukushima – staken de Italianen hier, wederom via een referendum, een stokje voor.

Salvini looft Europa

Of kernenergie dit keer wel uit de taboesfeer komt, is de vraag. Zelfs als de Lega een half miljoen handtekeningen zou ophalen, is het allerminst zeker dat er een referendum komt: referenda worden in Italië gebruikt om wetten af te schaffen, niet om nieuwe regels te creëren.

Maar het debat leeft wel weer, ziet Salvini, over een thema waarin de euroscepticus zich bovendien gesteund voelt door Europa. Bij zijn referendumvoorstel verwees hij expliciet naar het plan van de Europese Commissie om private investeringen in gas en kernenergie als duurzaam te gaan kwalificeren. Dat voorstel heeft de gemoederen binnen de EU danig geroerd. Frankrijk is lijnrecht tegenover Duitsland komen te staan. Frankrijk is voorstander van kernenergie, Duitsland is juist sceptisch en lobbyde voor gas.

Lees ook: Hoe duurzaam is kernenergie eigenlijk? En kan het veiliger?

De Italiaanse politieke partijen zitten zelf ook niet op één lijn. Net als de Lega is Silvio Berlusconi’s Forza Italia vóór. Maar de ecologisch ingestelde Vijfsterrenbeweging wijst het idee af. Premier Mario Draghi stelt weer dat kernenergie op de korte termijn geen oplossing biedt voor sterk wisselende energieprijzen (het duurt jaren voor een kerncentrale gebouwd is en stroom produceert), en dat hernieuwbare energiebronnen de voorkeur hebben. Milieuminister Roberto Cingolani, een technocraat, ziet mogelijkheden in de vorm van nieuwe modulaire reactoren (een soort ‘minikerncentrales’) zodra die beschikbaar komen.

De milieubeweging, die in Italië invloedrijk is, is vanwege die verdeeldheid vooral bezorgd. „De meerderheidspartijen zitten niet op één lijn en dat kan lobbyisten uit de kernenergiesector op ideeën brengen”, stelt Ennio Bonfanti van het Wereldnatuurfonds op Centraal-Sicilië. Ook ‘Brussel’ geeft met zijn plannen om kernenergie groen te labelen volgens hem „een verkeerd politiek signaal”.

Het zou ruimte kunnen scheppen voor bedrijven die, bijvoorbeeld met kennis uit Frankrijk, in Italië kerncentrales willen komen bouwen, vreest hij. Het Wereldnatuurfonds op Sicilië is onder andere bang dat de oude, gesloten zwavelmijnen en braakliggende terreinen op het eiland straks als dumpplaatsen voor nucleair afval zouden worden gebruikt. Het zuiden van Italië kreunt al onder de dumping van giftig afval door maffiaorganisaties, zegt Bonfanti. „Dit hoeven we er echt niet nog bij.”

Kernafval in de opslagruimte van de voormalige centrale in 2017. Foto Filippo Montefo/AFP

Wie de maffia erbij haalt, heeft echt geen andere argumenten meer, reageert fysicus Enrico Brandmayr. Kernenergie wordt nationaal én internationaal zeer strak gereguleerd, benadrukt hij, telefonisch vanuit de noordelijke stad Triëst. „Het risico dat de maffia infiltreert bij de opslag van kernafval lijkt vele malen kleiner dan bij de bouw van een brug.”

Als reactie op de hoog oplopende emoties in het Italiaanse kernenergiedebat richtte Brandmayr in 2011, na de ramp in Fukushima, samen met andere natuurkundigen van de universiteit van Triëst een vereniging op. Die wil het debat naar eigen zeggen verrijken met rationele argumenten. „Mensen zijn bang voor wat ze niet zien en niet kennen. Ze zijn niet bang voor gas, maar wel voor straling, die overal rondom ons is. Er waren drie ernstige incidenten in zestig jaar tijd. Kolen maken véél meer slachtoffers.”

Lees ook: Frankrijk ziet kansen nu taboe op kernenergie is weggesmolten

De vereniging stelt dat kernenergie duurzaam én veilig is, en pleit voor kernenergie als basisenergiebron in Italië ter vervanging van gas en steenkool, aangevuld met wind- en zonne-energie. Italië is na Duitsland overigens de grootste producent van hernieuwbare energie in de EU.

Maar de meeste Italianen lijken niet overtuigd. In juli 2021 bestelde de vereniging een peiling, waaruit bleek dat 33 procent van de Italianen voorstander is van nucleaire energie. Bij een rondvraag tien jaar eerder was dat ongeveer hetzelfde. Rationele argumenten aanbrengen in een emotioneel debat dat nog lang niet lijkt afgerond, vergt volgens Brandmayr een „lange adem.”

Tegelijk zei 56 procent van de ondervraagden het gebruik van nieuwe kerntechnologie niet te willen uitsluiten. Dat blijken vooral jongeren: „Zij hebben geen herinnering aan Tsjernobyl en hebben doorgaans ook meer voeling met technologie.”