Dus waarom zou ik nog vliegen, als een treinreis zo mooi is?

Treinreis Nee, redt het klimaat niet als ze met de trein naar Spanje rijdt. Maar ze ziet onderweg wel hoe de wereld eruitziet. Een ervaring die je in het vliegtuig niet hebt.

Illustratie Frann de Bruin

Als een kind verheugde ik me erop: de eerste keer dat ik per trein naar Málaga zou gaan. Iedere winter probeer ik enkele maanden in die stad door te brengen, dankzij de uitvinding van de wifi en de laptop kan ik dan gewoon blijven werken. Tot voor kort was de trein me te duur en te omslachtig: het is niet reëel om acht keer te moeten overstappen en dan ook nog eens vijfmaal meer te betalen dan wanneer je het vliegtuig neemt.

Maar tijdens de coronacrisis, terwijl ik gedwongen in Nederland moest blijven, bleek er het een en ander te zijn veranderd: plotseling kon ik via Trainline retourtickets naar Málaga bemachtigen voor slechts 298 euro per persoon. Mijn reisgenoot en ik zouden alleen in Parijs, Barcelona en Madrid hoeven over te stappen. Als cadeau aan onszelf lasten we in elke stad een pauze van enige dagen in en kozen geen treinen waarvoor we vroeg moesten opstaan. Op een zaterdagochtend nam ik plaats op een rood-met-paarse zetel in de Thalys naar Parijs. Het was heerlijk om weer eens te arriveren op Gare du Nord. Mijn reisgenoot en ik begaven ons per RER, de regionale trein, naar ons hotelletje bij het Gare de Lyon.

Het aantal daklozen in de stad leek toegenomen en ze hadden meer spullen tot hun beschikking dan voorheen. Uitgeklapte parasols vormden een scherm waarachter een stel op stoelen zat te dutten. Anderen woonden in een tent met een fauteuil ernaast of hadden een stoepdomein dat uit meerdere matrassen bestond.

In mijn herinnering was het een jaar of tien geleden in Parijs nog lastig om aan goedkoop voedsel te komen. Nu barstte het in het 12de arrondissement van de supermarkten, waarbij vooral Lidl succesvol leek. Misschien dat ik door de opeenvolgende lockdowns te lang in een isolement heb verkeerd, maar toen ook wij er boodschappen deden, schrok ik van de hoeveelheden eten die er alleen al voor de bewoners van dit ene hoekje van Parijs nodig was, van het aantal plastic verpakkingen en van de impact die de voorraad van een willekeurig filiaal van de Lidl ongetwijfeld op de aarde zal hebben. Wanneer je per vliegtuig reist, kun je jezelf tenminste nog wijsmaken dat alleen je eigen woonplaats en je bestemming bestaan. Alles wat elders plaatsvindt, blijft dan abstract.

Lees ook: Boek een ticket, plant een boom? Zo simpel is het niet

Reddingsboei

In het hotel lag een Le Monde. Ik las een artikel over PFAS in kleding, pannen en verzorgingsproducten: wereldwijd nemen mensen er kennis van dat deze olie- en waterafstotende producttoevoeging nauwelijks afbreekt en zich in ons lichaam kan ophopen. Het deed me denken aan het bijbelverhaal over de verdrijving uit het paradijs. Nadat ze het verschil tussen goed en kwaad hadden ontdekt, was het voor Adam en Eva afgelopen met de onschuld waarin ze verkeerden. Zoiets geldt tegenwoordig voor ons allemaal, we zijn van álles op de hoogte. Dat we PFAS binnenkrijgen, dat er een probleem is met iets wat ‘ftalaten’ heet, dat er microplastics in tandpasta zitten. Sommigen stribbelen nog tegen, die roepen dat al die onderzoeken fake news zijn waarachter een samenzwering zit, hun manier om toch nog enigszins in het paradijs te kunnen blijven. Anderen zoeken vergetelheid: ze ontwijken kennis of schakelen die uit. Dat is vaak ook mijn reddingsboei: vlak na het lezen van Le Monde stond ik alweer opgetogen in het luxe, pas gerenoveerde warenhuis La Samaritaine.

De rit van Parijs naar Barcelona duurde me haast te kort. Lezen, naar buiten kijken: de zeven uren verliepen zonder dat ik er erg in had. Ik zag het landschap veranderen, groene glooiingen gingen over in drogere contreien. De jachthaven van Sète kwam in beeld, kustmeren werden bevolkt door flamingo’s.

In Barcelona bezochten we vertrouwde plekken. Net als in Parijs vond ik het confronterend om al die auto’s met hun uitlaatgassen te zien, al die winkels met hun koopwaar, al die woningen die mensen herbergden, al dat kortetermijndenken. In de metro kwam een geraffineerde, bijna symbolische reclame voorbij: op een ondergrondse muur waar we rakelings langs scheerden, was een scherm aangebracht waarop een fles cola zich met ons mee verplaatste. Er viel niet aan te ontkomen, het liefst zou je hem grijpen.

Het traject Barcelona-Madrid was een tochtje van niets. Over de vijfhonderd kilometer deed ons gestroomlijnde voertuig tweeënhalf uur. De trein zat vol doorsnee-Spanjaarden, voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid is ook in dit deel van Europa vrijwel alles dat tot voor kort alleen de elite zich kon veroorloven, haalbaar geworden voor grote groepen mensen. Allemaal hadden ze een koffertje op wieltjes, allemaal keken ze op hun mobiele telefoon.

Illustratie Frann de Bruin

Beloning of straf

Mijn eigen verleden kwam boven, de vele jaren dat ik fanatiek streefde naar een schonere wereld en iedere beslissing daaraan toetste. Mijn vegetarische voedsel was ecologisch geteeld en uiteraard verplaatste ik me per openbaar vervoer, totdat ik moest constateren dat ik vooral had bereikt dat anderen me een heikneuter vonden. Er begon een lossere fase waarbij zelfs de aanschaf van een auto hoorde. Nu milieuvriendelijk gedrag salonfähig is geworden, kan ik enig cynisme soms niet onderdrukken. Dezelfde figuren die mij vroeger uitlachten, ‘scoren’ nu met hun betrokkenheid.

„Waarom zijn wij alsnog weer bezig de wereld te redden?”, vroeg ik rijdend door het droge Midden-Spanje aan mijn reisgenoot en levensgezel. Hij antwoordde dat veel neerkomt op beloning of straf. Door met de trein te reizen, krijg je het gevoel dat je de wereld iets goeds geeft, waarmee je vooral je eigen psyche beloont.

Lees ook ons dataonderzoek: Is de internationale trein echt een redelijk alternatief voor korte vliegreizen?

Zelf vond ik dat te negatief, zodat ik al denkend terechtkwam bij Voltaire, bij il faut cultiver notre jardin ofwel: pak eerst je eigen leefomgeving maar eens aan. We kunnen wel blijven wachten op acties van de politiek en de industrie, hoe dan ook zijn het de individuen die het systeem in stand houden. De Amerikaanse auteur van zelfhulpboeken Stephen Covey beweerde hetzelfde in zijn boek over de leefregels van efficiënte mensen. Je hebt de circle of concern en de circle of influence. Het is efficiënter om eerst je invloedscirkel van binnenuit te vergroten dan jezelf constant te laten uithollen door je ongerustheid over het grotere.

In Madrid ontdekten we El Matadero, een voormalig slachthuis waarvan de paviljoens veranderd waren in theaters en expositieruimtes. Op een tentoonstelling met hedendaagse variaties op de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch maakte een videodrieluik van het Nederlandse collectief Smack grote indruk. Een van de luiken, het nachtmerrie-achtige ‘De hel’, bracht me terug bij wat me toch al bezighield. Een artikel van psycholoog Robert Gifford kwam boven, The road to climate hell, waarin wordt uitgelegd dat er in de menselijke geest drieëndertig factoren geworteld zijn die het lastig maken de klimaatcrisis op persoonlijk niveau tegen te gaan.

Ook andere sombere publicaties kwamen in me op, zoals het essay van de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen uit The New Yorker met de titel What if we stopped pretending. Volgens Franzen moeten we ophouden elkaar wijs te maken dat er nog tijd is klimaatverandering te keren.

Illustratie Frann de Bruin

Zelfrespect

Na Madrid, tijdens de tocht naar Málaga, dankzij de superieure Spaanse hogesnelheidstrein opnieuw een ritje van niets, begon ik weer wat optimistischer te worden. Deze reis was toch maar mooi gelukt! Hij was zelfs nog aangenamer dan ik had verwacht, met wifi aan boord, een eigen stopcontact en op sommige tracés een usb-oplaadpunt. Alle treinen op tijd, geen opeengepakte mensenmassa’s. Hoewel ik niet veronderstel met één zo’n tripje ons complete leefmilieu te redden, wil ik ook niet ten prooi vallen aan wat wel het ‘omstandereffect’ wordt genoemd. Wanneer iemand het gevoel krijgt dat anderen er maar wat op los leven, is hij als eenling geneigd het er ook bij te laten zitten. Zo weiger ik te zijn.

Jonathan Franzen denkt er net zo over, hij eindigt zijn essay als de dominee uit zijn eigen roman Crossroads. Hij stelt dat, al koesteren we geen valse hoop, iedere ‘goede’, ethische handeling er tenminste één is. Bovendien, zou ik eraan willen toevoegen: je verliest dan tenminste niet je zelfrespect. Ergens tussen onverschilligheid en cynisme – in feite een vorm van teleurgestelde betrokkenheid – bestaat nog iets anders.

„Wat is het toch een mazzel dat wij mensen leven op die ene planeet die zich op de juiste afstand van de zon bevindt”, filosofeerde intussen mijn reisgenoot. „De temperatuur is er goed, op dit moment tenminste nog wel, zodat er van alles op kan groeien. Zelf zijn we van eencelligen veranderd in wezens die het een en ander kunnen uitvinden. En wat doen we? We verknallen de boel. We lijken verdorie wel kinderen die ondanks hun rijke afkomst dreinend aan het mollen slaan.”

In Málaga voelde ik me zeer op mijn plek. Na zes weken, langer kon ditmaal niet, reisden we in sneltempo naar Nederland terug. We hadden een directe trein naar Barcelona (zes uur), sliepen er goedkoop en raceten de volgende dag naar Amsterdam (twaalf uur, inclusief tweeënhalf uur Parijs). Onderweg zagen we de besneeuwde Pyreneeën en spotten opnieuw flamingo’s.

Al met al ben ik vrolijker geworden van dit avontuur. Deze trip was voor mij een manier om niet depressief te worden van de kennis die ik met me meedraag. Een begrip als vliegschaamte is me vreemd, ik doe nooit iets uit angst dat anderen me veroordelen, maar ik zie niet in waarom ik de volgende keer niet net zo zou reizen.

Een voorwaarde is wel dat ik het niet als een opoffering ervaar. En ik ben echt niet de enige. Toen ik er op Facebook over vertelde, bleek dat veel mensen naar zoiets snakken, zeker wanneer de kosten redelijk zijn en de reis comfortabel verloopt. En dat gaat ook gebeuren, binnen Europa komen er steeds betere, steeds goedkopere hogesnelheidslijnen bij.

Dat er maar hele volksstammen van mogen gaan genieten.