Recensie

Recensie

Sjinkie Knegt stond letterlijk in brand, maar gaat ‘gewoon’ naar de Spelen

Shorttrack Sjinkie Knegt stond begin 2019 letterlijk in brand. Bijna vanaf het begin volgde een tv-ploeg zijn revalidatie. „Schaatsen verleer je niet.”

Shorttracker Sjinkie Knegt signeert boeken voor leden van het medische team van Brandwonden Centrum Groningen.
Shorttracker Sjinkie Knegt signeert boeken voor leden van het medische team van Brandwonden Centrum Groningen. Foto Vincent Jannink/ANP

Of hij reclame wil maken voor haardhout? Ja, dat wil hij wel. Maar al snel beseft hij dat dit gezien zijn voorgeschiedenis „niet heel handig” is. De lucratieve deal met de fabrikant gaat deze winter niet door.

Sjinkie Knegt, Europees- en wereldkampioen shorttrack, loopt in januari 2019 derdegraads verbrandingen op bij het aansteken van een houtkachel – thuis in Bantega, Friesland. Hij lijkt net op tijd hersteld om volgende maand mee te dingen naar olympisch eremetaal in Beijing. Een klein wonder volgens coach Jeroen Otter, niet volgens De Knegt (zeg maar Sjinkie). Hij gelooft heilig in een comeback en blijft dromen van olympisch goud, de enige prijs die ontbreekt op zijn erelijst.

Op de huid van de patiënt

In de NOS-documentaire Sjinkie, Spelen met Vuur zien we hoe hij de voorbije drie jaar is klaargestoomd voor de Winterspelen. Kees Jongkind, in 2020 uitgeroepen tot ‘sportjournalist van het jaar’, wordt tijdens de revalidatie in het Groningse Martini Ziekenhuis benaderd. Of hij letterlijk op de huid van de patiënt wil filmen?

Het resultaat is een prachtig beeld van een maniakaal gedreven sportman. Op het ijs is hij een vaatje buskruit – met de middelvinger als handelsmerk. Als patiënt blijkt hij de rust zelve. Hoe zwaar verbrand ook, heel veel pijn heeft hij niet, want de zenuwen zijn ook aangetast. „Ik heb twee jaar om de wonden te laten uitrijpen”, zegt hij, wijzend naar zijn paarse benen. „Dat moet kunnen lukken.” De honderden nietjes mag hij er zelf uit punniken.

Hij heeft het volste vertrouwen in zijn brandwondenartsen – vice versa. Terugblikkend: „Na een week zeiden de artsen al dat het in principe goed moest komen. Tot iemand vroeg hoe lang ik nog wilde shorttracken, toen werd ik even boos. Ik wil niet opgelapt worden voor een jaartje.” De artsen zijn op hun beurt lovend over zijn volharding. „Sjinkie kan diep gaan, kenmerkend voor een topsporter. Hij weet natuurlijk wat verzuring is.”

De samenwerking met een psycholoog verloopt minder harmonieus. Sjinkie, het no-nonsense-type, zegt hierover: „Zij zei op dag drie al hoe ze mij wilde helpen. Ze heeft het dapper een paar keer geprobeerd. Ik had mijn eigen plannen [niet terugkijken] en die stonden niet op haar routekaart.”

Met de vrouwelijke arts is er wel een klik. Zij komt aan het eind nog even in beeld, als toeschouwer bij een van zijn eerste wedstrijden. Het publiek is in tranen. Sjinkie niet: „Schaatsen is net als fietsen, dat verleer je niet.”

Dat geldt blijkbaar niet voor autocrossen, een populaire ‘sport’ in Friesland. Nauwelijks hersteld van zijn verwondingen, kruipt hij achter het stuur. Vrouw en kind houden op de tribune hun hart vast. Als hij de controle verliest en slippend tot stilstand komt, gooit hij het losgetrokken stuur boos weg. Zo kennen we het heethoofd weer.

De documentaire levert vanaf de eerste minuut mooie televisie op. Hoor zijn vrouw de eerste hulp bellen, nadat ze hem „in brand staand” heeft aangetroffen in de huiskamer. De eerste hulp zegt: „Nee, hij moet geen koude maar een lauwe douche nemen. De ambulance rijdt nu het dorp in.” Zie hem de daaropvolgende weken, eerst bijna onherkenbaar, in het ziekenhuisbed liggen. Een paar dagen na het ongeluk zegt de huilende coach Otter voor de NOS-camera: „Dan zie je zo’n kereltje in brand staan.”

Dertig meter drukverband

Zelf blijft Sjinkie de Friese nuchterheid zelve. Hij wikkelt de in totaal dertig meter (elk been vijftien) drukverband zorgvuldig om zijn onderlijf, doet fanatiek ligfietsoefeningen, zet voorzichtig zijn eerste stapjes naast het bed, speelt lego aan een tafeltje en neemt na zeven weken grijnzend afscheid van het ziekenhuispersoneel. Eenmaal thuis, traint hij in zijn tot sportschool omgebouwde garage. In Thialf zien ze hem even niet meer terug – het was te confronterend tussen zijn veel fittere schaatsvrienden.

In het vervolg van de film zien we hoe hij op het ijs terugkeert, ouderwets foetert na een val en een diskwalificatie, „een lichte” dip heeft na de zoveelste corona-onderbreking, en zich uiteindelijk weet te plaatsen voor de Spelen.

Het is te hopen dat hij de komende weken in het olympisch dorp niet besmet raakt. Anders is al die moeite voor niks geweest. Hij zegt: „We hebben er alles aan gedaan. Mooi dat het gelukt is. Ik hoop straks beter te zijn dan de oude Sjinkie. Want de concurrentie heeft ook niet stilgezeten.”

De documentaire Sjinkie, Spelen met Vuur wordt zaterdag om 22.40 uur uitgezonden op NPO1.