Opinie

Picasso, Fabre, Weinstein, Andeweg, The Voice...

Seksueel machtsmisbruik is overal. Als er al een oplossing is, dan moet het zijn: vrouwen laten zien zoals ze zijn, niet zoals het patriarchaat ze heeft verzonnen. En dat gebeurt gelukkig al, ziet Joyce Roodnat.

Joyce Roodnat

‘De strijd van Dora Maar en Marie-Thérèse Walther om Picasso’s aandacht’ – zo prijst het magazine New York Review of Books de nieuwe Picassobiografie aan. Het dagblad The New York Times interviewt Françoise Gilot en kopt: ‘De enige vrouw die Picasso verliet’. Gilot is 100 en nog altijd een schilderes van formaat. Dora Maar was een invloedrijke surrealiste. Maar dat is vers twee voor deze voorname kranten. Hun voornaamste belang is dat ze model (het mierzoete ‘muze’ schaf ik hierbij af) annex geliefde van Picasso waren. Die behandeling treft al ‘zijn’ vrouwen, die hij mishandelde en wreed tegen elkaar uitspeelde. Zij stofferen zíjn mythe, ook Walther die zich verhing.

Dat kunstenaars niet zachtzinnig omspringen met vrouwen wordt vanzelfsprekend gevonden, van roddelpers tot kwaliteitsmedia. Hoe dat er in de praktijk uitziet kwam weer eens aan het licht in de kwestie-The Voice of Holland. Daar gingen we weer, voor de zoveelste keer sinds Harvey Weinstein, sinds Jean-Claude Arnault, sinds Julian Andeweg, sinds Jan Fabre. Wéér klonken de hartverscheurende getuigenissen van getraumatiseerde vrouwen over de machtige stijve-pikken-maffia. De kwestie-The Voice evolueerde tot de kwestie-John de Mol, zuiver exemplaar van totalitair machismo. Vrouwen die zich niet verweren leerde hij hoe hij een viezerik aanpakt. Die laat hij „alle hoeken van de kamer zien”, en klaar is Kees. Maar Kees is niet klaar, als je geen macht hebt en alles te verliezen. Als je hoort tot de zwerm van ‘hun vrouwen’.

Françoise Gilot in 2003. Foto Wolfgang Thieme / ANP

In de wereld van kunst en entertainment komt onevenredig veel misbruik aan het licht. Roem en macht erotiseren en dat biedt een makkelijke sluiproute naar seksueel geweld. Maar zulk machtsmisbruik beperkt zich niet tot culturele kringen. Vergeet de turnsters niet. De UvA-studentes. De vrouwen in de krijgsmacht. En dan halen de verhalen van caissières of verpleegsters of schoonmaaksters de kranten en talkshows nog niet eens. Het is overal. Intussen weten de daders best dat ‘hun vrouwen’ niet van hen zijn, maar ze blijven zich gedragen alsof dat wel zo is. Omdat het kan? Omdat ‘iedereen’ het doet? Omdat het lekker is? In ieder geval is het stoer.

De mannen moeten veranderen, is nu de mantra. Dat klopt, maar ik zie het niet snel gebeuren. Daarvoor willen te veel mannen niet eens nadenken over de pijn van vrouwen. Hoeven ze namelijk niet. Maar wat dan? Nou, iets wat al bezig is.

Ik lees Een geest in de keel van de Ierse schrijfster Doireann Ní Ghríofa, een vuurspuwende roman over ambitie en scheppingsdrang en over baren en baby’s en dagelijkse liefde. Ik zie The Lost Daughter, prachtfilm over denkkracht en moederschap. Ik zie The Spectacular, sterke tv-serie over een geobsedeerde rechercheur (Hadewych Minis!). En ik weet: áls er een oplossing is, dan dit. Dring via films, boeken, tv-shows en tv-series het publiek vrouwen op zoals ze zijn, niet zoals het patriarchaat ze heeft verzonnen. Anders verandert er nooit wat.