Het huishoudboekje van de culturele zzp’er

Financiële positie zelfstandigen Zelfstandigen in de cultuursector hebben het zwaar; het werk valt in de lockdowns grotendeels weg en de coronasteun blijft hangen bij de instellingen. Hoe komen ze rond?

Eline Benjaminsen Foto Lars van den Brink

Fotograaf Eline Benjaminsen (29)

‘Als je alles in geld uitdrukt, gaat de betekenis van mijn werk verloren’

‘Veel kunstenaars leven op de rand van de armoede. Ik ook. Ik maak kunst uit innerlijke noodzaak. Ik kan mijn werk niet uitsluitend in geld vertalen. Dat zou de betekenis ervan tenietdoen.

„Na mijn best succesvolle afstuderen op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag ben ik genomineerd voor een aantal prijzen, en ik kreeg aanbiedingen voor tentoonstellingen. Maar ik kwam rond van mijn baantje in een restaurant. Ik ben zorgvuldig. Geen boekhouder, maar op mijn website heb ik een grid gemaakt waar je kunt zien welke fees ik krijg, of ik productie- en transportkosten vergoed krijg en hoeveel tijd het werk uiteindelijk in beslag neemt. Dat doe ik omdat ik vind dat we het in de kunst ook over arbeidsrechten moeten hebben: hoeveel tijd investeer je, en wat staat daar tegenover.

„Voor de Prospects and Concepts-tentoonstelling van het Mondriaan Fonds bijvoorbeeld, waarvoor ik vorig jaar was uitgenodigd op Art Rotterdam, kreeg ik 220 euro. We stonden daar met een heleboel jonge kunstenaars die in 2019 een startersbeurs van 19.000 euro van het Mondriaan Fonds hadden gekregen. De fee voor deze tentoonstelling was 220 euro. Dit is een normaal bedrag om te ontvangen, als je überhaupt al een fee krijgt.

„Aan het eind van ieder jaar maak ik een overzicht van de inkomsten die ik van festivals, musea en projectruimtes ontvang, en hoeveel ik omgerekend per werkdag verdien. Tussen 2017 en 2019 verdiende ik op die manier 27,87 euro per dag. Daar moesten de kosten dan nog af. In 2021 verdiende ik 47,86 euro per dag. Die stijging is vooral te verklaren doordat ik drie maanden een super coole residentie in Luxemburg deed, waarvoor ik 2.000 euro per maand kreeg.

„Voor mij – en voor heel veel vrienden – was TOZO een zegen. Laat alsjeblieft een basisinkomen terugkeren in de kunst. Ik had geen financiële zorgen, ik kon me concentreren op mijn werk. En dat heeft, al zeg ik het zelf, echt iets opgeleverd. Ik ben twee keer uitgenodigd voor het grote internationale fotofestival in Arles, dat helaas is afgezegd vanwege corona. Een festival in het Zwitserse Biel werd uitgesteld.

„Mijn atelier in de Chinese buurt in Den Haag is gevestigd in een heel oud pand waar vroeger vermoedelijk hooi werd opgeslagen en dieren stonden. Ik deel de ruimte met vijf mensen. Ik heb een dure camera en mijn harddrives zijn onvervangbaar. Dus toen de verzekering langs kwam, keken ze hun ogen uit hun hoofd, naar alles wat hier houtje-touwtje aan elkaar hangt – deuren, trappen, muren, leidingen. Ik heb een pittige verzekering moeten afsluiten van 380 euro per jaar. Daarnaast moest ik een kluis installeren. Dus kijk, die heb ik. Achter mijn bureau. Daar zitten mijn kostbare spullen in.

„Ik heb een lage huur, zowel voor mijn huis als voor mijn atelier. Aan kleren geef ik weinig uit. Alles wat ik draag, is tweedehands. Ik geef niet om dure dingen. Ik heb een fiets en ik ga twee keer per jaar naar Oslo, naar mijn familie. Ik koop de kaartjes lang van tevoren, zodat ik voor 80 euro op en neer kan. Ik ben blij dat Noorwegen een Schengenland is en dat ik na mijn studie in Den Haag kon blijven wonen. In Noorwegen zou ik nóóit kunnen rondkomen met het geld dat ik verdien.”

Tekst Lucette ter Borg

Acteur en regisseur Michaël Bloos (1988)

‘Onze positie als zelfstandige kunstenaars was al fragiel, en nu helemaal’

Michael Bloos Foto Lars van den Brink

‘De corona-uitbraak viel ongeveer samen met het moment waarop ik de Nieuwe Makers Regeling van het Fonds Podiumkunsten kreeg, een ontwikkeltraject van twee jaar. Dat budget is niet genoeg om volledig van rond te komen, dus ik deed daarnaast ook andere projecten. Een aantal daarvan is weggevallen. In de eerste maanden heb ik de TOZO gehad, tot de partnertoets werd ingevoerd.

„Ik ben afgestudeerd tijdens de kaalslag van staatssecretaris Halbe Zijlstra, dus noodgedwongen meteen zelf veel dingen gaan maken en als makende speler aan andermans projecten deelgenomen. Ik was dus al gewend om zelf projecten op touw te zetten. In 2020 heb ik de voorstelling Istanbul, bericht van de andere kant gemaakt. Ondanks goede kritieken, waaronder 4 ballen in NRC, heb ik die voorstelling nauwelijks kunnen verkopen, vanwege het gigantische aanbod bij de theaters. Grotere gezelschappen hebben goede contacten bij de theaters, en ik kom als jonge, zelfstandige maker blijkbaar toch ergens onderop te liggen.

„Ik vind het van belang dat we als samenleving het gesprek opstarten over wat de intrinsieke waarde van cultuur is. Bedrijven kunnen aanspraak maken op de NOW-regeling, maar als ik als zzp’er een voorstelling maak en daar acteurs voor inhuur, kan ik ze niet meer uitbetalen als het wordt geannuleerd. Dat is scheef. Er is wel enige trickle-down vanuit de culturele instellingen, maar minimaal. Ik heb in de contracten met de theaters laten opnemen dat we een deel van het bedrag uitbetaald krijgen als het door overmacht gecanceld wordt, maar meer dan dertig procent lukt niet.

„Financieel red ik het, maar ik heb wel spaargeld moeten investeren. Het scheelt dat ik een eigen huis heb en geen auto of kinderen. Bovendien werden mijn uitgaven door corona heel laag. Door de cultuur- en horecasluiting daalden mijn kosten significant: het café gebruikte ik als kantoor en voor koffie-afspraken, en ik ging niet meer naar theater, bioscoop en musea.

„De positie waarin Zijlstra de zelfstandige kunstenaars forceerde was al fragiel, en nu helemaal. Voor corona had ik genoeg inkomsten om te sparen. Daardoor had ik een goede buffer en die heb ik in 2020 ook gebruikt. Nu hoop ik die langzaam weer wat aan te vullen. Het gekke is: door alle projecten die ik tijdens de crisis heb opgestart, heb ik het in 2021 financieel gezien onder de streep niet eens zoveel slechter gedaan dan in 2019, alleen heb ik er harder dan ooit voor moeten werken.”

Tekst Sander Janssens

Altviolist en theatermaker Esther Apituley (63)

‘De steunpakketten voor de culturele sector komen niet bij de zzp’ers terecht’

Esther Apituley Foto Lars van den Brink

‘Tijdens de lockdowns heb ik nauwelijks gespeeld en dus bijna geen inkomen gehad. Ik kon alleen wat lesgeven en deed zo nu en dan een huisconcert. Dat leverde bij elkaar misschien 600 euro per maand op. Mijn broer heeft een restaurant met een kas in de tuin. Daar speelde ik ook, voor een heel klein gezelschap, zo bleef ik gemotiveerd.

„Ik speel in en ben producent van een muziekvoorstelling, Beethoven. Lost in Silence, die na de première in februari 2020 is gestopt vanwege de eerste lockdown en daarna telkens is verschoven en nu weer gecanceld. Als de zaal maar voor een derde gevuld kan worden en je het moet hebben van de kaartverkoop, dan verdien je te weinig voor zeven man op het podium en de technici. Een andere voorstelling, In De Schemering, die ik maak en speel met mijn partner, acteur/trompettist Hans Dagelet, was een kleine productie. Die hebben we onder die omstandigheden wel kunnen spelen.

„Op geen enkele manier heb ik een tegemoetkoming gekregen. Mijn stichting Viola Viola heeft een zakelijk leider en van haar hoor ik dat we nergens voor in aanmerking komen. Niet voor de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten), niet voor de NOW (Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid). Er zijn stevige steunpakketten voor de culturele sector, maar die komen niet bij de zzp’ers terecht.

„Ik schat dat ik in deze hele covid-periode zo’n vijftien- tot twintigduizend euro op mijn spaargeld heb ingeteerd. Ik vulde bij het overboeken getallen in met heel veel nullen en dan kon ik weer even vooruit. En dan betaalt mijn man nog de vaste lasten. Acteurs verdienen veel beter dan muzikanten, dus hij betaalt altijd de vaste lasten: de hypotheek, elektra. Ik betaal de vakanties, de boodschappen en het uit eten; de leuke dingen.

„Maar hij verdiende helemaal niets, dus bij hem vloog zijn spaargeld helemaal weg. Op zijn initiatief namen we een financieel adviseur in de arm om te kijken of we ons huis konden verkopen of de overwaarde konden verzilveren. Maar als je verkoopt, moet je ook weer een nieuw huis kopen en met de huidige prijzen in Amsterdam schiet dat niet op. Ik heb toch ook een studio nodig om te repeteren. En de stad uit is geen optie. Dat offer is mij te groot. Dan trouw ik wel met een rijke man, zei ik tegen hem. Dat is trouwens mijn advies aan alle zzp’ers: neem een rijke partner met een vaste baan!

„Ik moet wel zeggen: ik ben makkelijk met geld. Ik hou van genieten, van uit eten, trakteer graag. Dus mocht de situatie nog nijpender worden, dan heb ik nog een altviool, een viool en strijkstokken om te verkopen. Maar ik hoor net dat de theaters weer open mogen. Ik ben blij dat we onze muziekvoorstelling Beethoven Lost in Silence weer kunnen spelen. Nu hoop ik veel kaartjes te kunnen verkopen.”

Zie voor optredens Esther Apituley en voor ‘Beethoven Lost in Sillence’: estherapituley.com

Tekst Ron Rijghard

Coördinator theatertechniek Arthur Duijzers (55)

‘Het idee van trickle down vanuit de instellingen naar zzp’ers is één grote farce’

Arthur Duijzers Foto Lars van den Brink

‘Voor de coronacrisis werkte ik volledig freelance als hoofd theatertechniek, deels uitvoerend en deels coördinerend, binnen de theatersector en de muzieksector. Het aantal opdrachten en mijn inkomsten bleven van jaar tot jaar redelijk stabiel. Begin maart werd ik vader – en vlak daarna vielen al mijn opdrachten weg door de eerste lockdown.

„Ik heb na een paar maanden de TOZO aangevraagd, en die heb ik een paar maanden gekregen, en verder hebben we op mijn spaargeld en het inkomen van mijn partner moeten teren. Mijn redding was dat een van mijn voormalige opdrachtgevers, Het Huis Utrecht, me vanaf augustus een baan voor drie dagen in de week aanbood als hoofd techniek. Als dat niet was gebeurd, had ik ander werk moeten gaan doen. Omdat we net een kind hadden gekregen en even later gingen samenwonen, was het een dure periode. Dan merk je hoe het is om zonder financiële reserves te leven. Er zijn nog veel dingen niet af aan het huis, en mijn auto is nu stuk en ik kan geen nieuwe kopen, ook al heb ik er een nodig voor mijn werk.

„Veel van mijn collega’s zijn ander werk gaan doen, in de elektrotechniekbranche of in de ICT. Die komen niet zo makkelijk meer terug: buiten de theatersector zijn zowel de arbeidsvoorwaarden als het salaris vaak veel beter. Als coördinator heb ik steeds meer moeite om freelance technici te vinden voor optredens of andere klussen, daar krijgt de sector echt een groot probleem mee.

„Toch denk ik dat er door veel buitenstaanders veel te makkelijk wordt gedacht over overstappen naar een andere sector. Je werk is toch een belangrijk deel van je identiteit, ik zou mijn expertise, ervaring en netwerk niet zomaar weg willen gooien, ik voel me bij dit werk thuis. Je hebt ook een sociaal leven in je branche, ik mis dat ook erg tijdens de lockdown.

„Het overheidsidee van trickle down van financiële steun vanuit de gesubsidieerde instellingen naar zzp’ers is één grote farce, wij zijn door iedereen in de kou gezet. Ik vind het heel kwalijk dat zzp’ers er zo veel bekaaider afkomen dan werknemers of instellingen.

„Er zit misschien één positieve kant aan de situatie: als alles straks weer open gaat, gaan technici (en hopelijk ook andere zzp’ers) vanwege de schaarste hogere eisen stellen aan een arbeidsovereenkomst. Dat dwingt opdrachtgevers er misschien eindelijk toe om minder te produceren, maar wel onder fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden.”

Tekst Marijn Lems