Nationale Reisopera, Giulio Cesare van Händel.

Foto Marco Borggreve

Interview

‘Het gaat om de waarde van de reis, niet om de bestemming’

George Petrou dirigent en regisseur

De Griek George Petrou dirigeert en regisseert Händels Giulio Cesare bij de Reisopera. „Kunst ontstaat in het hart van de mens die zichzelf bevraagt.”

Liefde en macht kunnen niet samenwonen in dezelfde mens, vond psycholoog Carl Jung. Als citaat uit een zwijgende jaren twintig film lichten zijn woorden op in de ouverture van Händels opera Giulio Cesare, die donderdagavond zijn première beleeft bij de Reisopera in Enschede. Dirigent en regisseur George Petrou (52) plaatst de bewogen liefdesgeschiedenis tussen de Egyptische koningin Cleopatra en Romeins veldheer Julius Caesar in het tijdperk dat archeoloog Howard Carter de ongeschonden graftombe van de jonge farao Toetanchamon vond. Een ontdekking die de wereld destijds in een Egypte-manie stortte.

Dirigent en regisseur George Petrou.

Foto Ilias Sakalak

„Deze opera riep bij mij altijd beelden op over de archeoloog-avonturiers uit filmreeksen als Indiana Jones en The Mummy”, zegt Petrou. „Dat spel tussen werkelijkheid en het bovennatuurlijke vind je ook vaak in de Händel-opera’s terug. Giulio Cesare is een staalkaart van zijn kunnen als componist. Behalve avontuur, humor en stemacrobatiek – zo karakteristiek voor de buitenissige barok – verklankt Händel ook de lange muzikale lijnen van een diepgravend psychologisch drama.”

Alle dimensies van het kunstenaarschap vloeien wat Petrou betreft samen in deze opera. „In tegenstelling tot andere grote 18de-eeuwse operacomponisten weerstaat Händel in mijn ogen de tand des tijds. Hij werkte al met archetypen voordat Jung het begrip muntte. Daarom doen zijn opera’s maar evengoed de oratoria nog steeds eigentijds aan. In de wereld van vroeger beschrijft de componist ook die van nu. In zijn ‘mythologische’ figuren herkennen we onszelf.”

Ithaka-ervaring

Als Griek komt Petrou uit het land van de mythen. Alle kinderen daar groeiden op met de twee bijna drieduizend jaar oude heldendichten van de blinde dichter Homerus, de Ilias en Odyssee, over de Trojaanse oorlog en de tien jaar durende terugtocht van de held Odysseus naar zijn eiland Ithaka.

Nationale Reisopera, Giulio Cesare van Händel.

Foto Marco Borggreve

„Dat laatste epos belichaamt onze geschiedenis. Griekenland gaat altijd op een of andere manier over thuiskomen na veel omzwervingen. Dat heeft de dichter Kaváfis ook verwoord in zijn gedicht Ithaka. ‘Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka, wens dat de weg dan lang mag zijn’, schrijft hij. ‘Bestond het niet, dan was je nooit vertrokken. Maar méér heeft het je niet te bieden. En vind je het armzalig, Ithaka bedroog je niet. Zo wijs geworden, met zo veel ervaring heb je al wel door waar Ithaka’s voor staan.’ Het gaat niet om aankomen, maar om de onderweg verzamelde kennis en inzichten. Hou je blik niet voortdurend op de bestemming gericht, betoogt Kaváfis, want in dat geval ontgaat je de wezenlijke waarde van de reis die het leven is.”

De loopbaan van Petrou vormt een schoolvoorbeeld van een Odyssee, met zijn slingerpaden en onverwachte afslagen. „Mijn ouders waren niet kunstzinnig of muzikaal, maar aan mij trok alles wat schoonheid en betekenis ademde, al in de vroegste kindertijd. Ik weet niet waarom. Overal dook de kunst op voor mijn ogen: op televisie, in tijdschriften, achter winkelruiten. Op mijn tiende onderstreepte ik in de krant voorstellingen van de Griekse Nationale Opera en vroeg mijn ouders om me daar mee naartoe te nemen. En dat deden ze. Hij kan beter om opera vragen, dachten ze, dan om speelgoed.”

Vanaf zijn negende kreeg Petrou pianoles, niet van een strenge bovenmeester, maar van een oude en vriendelijke musicoloog, die hem vooral liefde voor de klanken en de kleuren van zijn instrument bijbracht. „Ik zat uren achter mijn piano, als een soort ontdekkingsreiziger. Rond mijn achttiende haalde ik het diploma aan het conservatorium, maar studeerde ook rechten. Ik besloot een auditie te doen aan The Royal College of Music in Londen. Die nam me aan. Het joeg mijn ouders angst aan dat ik daarheen wilde, want het pad van een musicus is nu eenmaal mistiger dan dat van een jurist.”

Nationale Reisopera, Giulio Cesare van Händel.

Foto Marco Borggreve

Petrou bouwde een aardig bestaan als concertpianist op, maar er bleef iets wringen. Diep van binnen was dat niet wat ik wilde. Het fascineerde me en maakte me gelukkig. Maar alles eromheen ademde eenzaamheid, eenzelfde routine: studeren en optreden, vliegtuigen en hotels. Ik verlangde naar iets wat me meer zou vervullen.”

Rond zijn dertigste dook Petrou daarom in de hem onbekende wereld van de oude muziek, die hem naar de opera voerde. „Theater, ontdekte ik, zat in mijn bloed. Zoals in dat van iedere Griek. Athene telt wel zo’n driehonderd theaters, bizar maar waar. Daar voelen we ons thuis. En ik begon mijn eerste Händels te dirigeren, waaronder Giulio Cesare. Er doemde een nieuwe horizon op. En later kwam er ook het regisseren bij. Ik wilde het muzikale drama graag vertalen naar het toneel.”

Wat hem daartoe drijft, zegt Petrou, is zelftwijfel. „Tegenwoordig ligt de nadruk op eigenliefde. En uiteraard moet je in jezelf geloven, maar kunst ontstaat in het hart van de mens die zichzelf bevraagt. Scheppingskracht betekent je natuurlijke vermogens willen ontstijgen. Daarom worstelen kunstenaars zo vaak met hun talent. We blijven allemaal onderweg.”

Reisopera met Giulio Cesare van Georg Friedrich Händel gaat donderdag om 18 uur in première in het Wilmink Theater in Enschede. De aanvangstijd is naar aanleiding van de nieuwe coronaregels vervroegd om zo de 3 uur en 45 minuten durende opera (met een pauze) helemaal te kunnen spelen. De voorstelling is om 21.45 uur afgelopen. Daarna tournee tot en met 20 februari. www.reisopera.nl.