Reportage

Groene apartheid in de ‘safarihoofdstad’ van Zuid-Afrika

Zuid-Afrika Het verlangen naar ongerepte natuur van Europese toeristen leidt in Zuid-Afrika tot forten in de wildernis: exclusieve wildparken waar de arme zwarte bevolking geen toegang toe heeft. „Het idee hier is: dieren en witte toeristen binnen, zwarte mensen buiten.”

Toeristen op safari in een Zuid-Afrikaans wildpark.
Toeristen op safari in een Zuid-Afrikaans wildpark. Foto documentaire Groene Apartheid, VPRO Frontlinie

Tot eind jaren negentig was Hoedspruit een boerengat. „’N dorpie”, zoals de Zuid-Afrikanen het noemden. Een benzinestation aan de hoofdweg, omringd door veeboerderijen en een luchtmachtbasis, in 1978 gebouwd als laatste buitenpost van het apartheidsregime aan de rand van het Krugerpark en de grens met Mozambique.

Wilde dieren waren enkel overlast voor de veeboeren, die zuchtend het geweer ter hand namen als een leeuw weer eens een rund te pakken had. De landingsbaan van de luchtmachtbasis liep jarenlang zo vol met wild dat landen vaak onmogelijk was. Tot de piloten drie cheeta’s het terrein lieten bewaken. Toen was het afgelopen.

Nederlandse villa’s in Zandspruit bij Hoedspruit

Maar nadat de apartheid was gevallen en Zuid-Afrika weer in trek kwam bij internationale toeristen, veranderde Hoedspruit voorgoed. Veeboer Piet Warren besefte dat een nieuw tijdperk was aangebroken na een telefoontje van een Amerikaanse jager, die vroeg of hij een keer een antilope kon komen schieten. „Hij bood me vijf keer het bedrag dat een koe opbrengt. Vijf keer”, zegt Warren, terwijl hij zijn terreinwagen langs de hekken van zijn omheinde erf stuurt. „Toen pas viel het kwartje. Wilde dieren zijn een product.”

Het dorpie van toen is veranderd in een „natuurparadijs” dat zich in brochures ‘de safari-hoofdstad van de wereld’ noemt, met de hoogste concentratie wildparken in heel het land, vijf winkelcentra, drie banken, restaurants en een eigen vliegveld, speciaal gebouwd voor vijfsterrentoerisme. Wie het geld heeft kan hier in alle luxe tussen de beesten slapen, voor een bedrag tot 4.000 euro per nacht.

De veeboerderijen van toen zijn nu private wildparken, samen 172.000 hectare groot, en omheinde landgoederen die zich wildlife estates noemen. „Van de 65.000 koeien die ooit rond Hoedspruit graasden zijn er nog geen tweeduizend over”, zegt Warren. Met de wilde dieren kwamen ook manshoge hekken, soms driedubbeldik. Die houden de beesten binnen en dieven en stropers buiten, is het idee. Forten in de wildernis.

Toegang tot de parken is alleen voor mensen die geld hebben

Het duurde niet lang tot ook een Nederlander in Hoedspruit verscheen. Nog geen kilometer buiten de dorpskern bouwt Gerrit Jan van der Grijn tweehonderd villa’s en een hotel met 138 kamers op een stuk grond dat Zandspruit Bush and Aero Estate heet. „Koop je droomhuis en leef in het wild, waarvan je dacht dat het niet langer bestond”, lokt zijn website. „De schoonheid van Afrika, op de stoep.”

De villa’s zijn 250.000 tot 600.000 euro per stuk, „maar dan heb je wel 350 vierkante meter grond. Kom daar maar eens om in Nederland”, zegt Van der Grijn. Van de honderd villa’s die hij inmiddels heeft gebouwd, worden er ruim dertig bewoond door Nederlanders. De hotelkamers zijn vrijwel allemaal in bezit van Nederlandse en Vlaamse investeerders. „Mensen zoeken ruimte, natuur, het wilde. Dat krijg je hier. Als je in Nederland in de tuin zit komt er geen giraf langslopen”, zegt Van der Grijn als hij met zijn safari-auto laat zien wat er op Zandspruit te koop is.

Op de duizend hectare grond die hij nu ontwikkelt, lopen behalve giraffen ook zebra’s, koedoes en wildebeesten. Geen Big Five, „je loopt hier natuurlijk niet het risico dat je door een leeuw wordt opgegeten”.

Aan alles is gedacht, tot aan glasvezelkabels toe – behalve aan zwarte Zuid-Afrikanen. „De hele labourforce woont in townships dertig tot veertig kilometer verderop. Die gaan heen en weer met de bus”, zegt Van der Grijn. Bij het ontwerp van het nieuwe Hoedspruit was er nog even discussie of op een van de landgoederen geen goedkope huizen gebouwd moesten worden, zodat ook het zwarte personeel in Hoedspruit kon wonen. Maar de witte landeigenaren verzetten zich fel. Goedkope huisvesting zou criminaliteit met zich meebrengen. „Die hebben daar hun eigen huisje met een stukje grond en een geit en een groententuintje. Per saldo een heel andere levensstandaard dan wij hebben natuurlijk”, zegt Van der Grijn.

Foto Bram Vermeulen

Plastic View

De enige plek waar arme zwarte Zuid-Afrikanen in Hoedspruit kunnen wonen, is in een krottenwijk die tussen het winkelcentrum en het treinspoor is geperst. De wijk heet Plastic View en biedt amper plek aan dertig krotten. „Zandspruit is voor de witte mensen. Niet voor de zwarte mensen”, zegt een bewoner. Overdag snoeit hij de bush in Zandspruit. ’s Avonds woont hij in zijn krot met uitzicht op het spoor. De meesten van zijn collega’s moeten tientallen kilometers met de bus, terug naar de townships.

Afgelopen oktober haalde Plastic View de lokale pers omdat de voornamelijk witte bewoners van Hoedspruit zich zorgen maken over de groei van de krottenwijk: „een broeinest van criminaliteit en drugs”, schreef de krant Letaba Herald. „De krotten zien er niet aantrekkelijk uit voor de toeristen.”

„Het hele idee hier is: dieren en witte toeristen binnen, zwarte mensen buiten”, zegt een medewerker van het Southern African Wild Life College, een instituut voor wildbeheer. Hij wil anoniem blijven omdat de financiële belangen rond Hoedspruit groot zijn, en de gemeenschap te klein om ongestraft kritiek te kunnen leveren. „Wat we hier zien is de fortificatie van het wildbeheer. Als je rondrijdt zie je enkel prachtig land met wilde dieren en hoge hekken eromheen. De boodschap aan arme zwarte Zuid-Afrikanen is: je bent hier niet welkom, je kunt het je niet veroorloven.”

De wildparken worden bewaakt door bedrijven, die dieven en stropers op afstand moeten houden. De parkwachten zijn bewapend met AK-47 machinegeweren. Sinds misdaadsyndicaten de waarde van hoorn van neushoorns in zuidoost-Azië ontdekten, worden per jaar gemiddeld vijfhonderd tot duizend neushoorns gedood in Zuid-Afrika. De syndicaten werken vaak samen met de bewoners rond het Krugerpark en de private wildparken.

„Het gaat om heel grote bedragen, miljoenen Zuid-Afrikaanse randen, duizenden dollars, waarmee je makkelijk een huis of een auto kunt kopen”, zegt sergeant Bongani Lekhuleni van bewakingsbedrijf Protrack, geboren in een township. „Toegang tot de parken is alleen voor mensen die geld hebben. Dat is het gevolg van onze geschiedenis. De zwarte man is van zijn land gedreven en daar hebben ze een hek omheen gezet om hem weg te houden van de dieren. Het zou veel beter zijn geweest als zwarte Zuid-Afrikanen juist bij het wildbeheer betrokken zouden zijn.”

Leeg land

Als je de Nederlandse makelaar Gerrit Jan van der Grijn vraagt naar de geschiedenis van het land waarop hij zijn villa’s en hotel bouwt, zal hij zeggen dat dit leeg land was toen de witte voortrekkers hier eind negentiende eeuw arriveerden. „De zwarte Zuid-Afrikanen kwamen achter hen aan.” Maar archeologische opgravingen in 2008 laten zien dat de oevers van de Zandspruit-rivier al sinds 450 jaar na Christus werden bewoond. Sinds de oprichting van het Krugerpark in 1926 werden grote groepen Zuid-Afrikanen van het land rondom Hoedspruit verdreven. Het apartheidsregime dwong eind jaren zestig zwarte Zuid-Afrikanen de landerijen te verlaten en in de zogeheten Bantoestans te gaan wonen, thuislanden. Zo ver mogelijk van witte Zuid-Afrikanen vandaan. Zo werden in het hele land in totaal 3,5 miljoen zwarte Zuid-Afrikanen uit hun huizen gejaagd.

„Tussen 1965 en 1969 zijn mijn ouders op vrachtwagens gezet en hierheen gereden”, zegt Albert Thabane in een wijk buiten de township Acornhoek, veertig kilometer ten zuiden van Hoedspruit. „Steeds als ik langs plekken als Zandspruit rijd en alle ontwikkeling zie die er nu plaatsvindt, doet het pijn. Het graf van mijn grootvader ligt op een van die boerderijen.”

Het land waar zijn ouders woonden heette Happyland, een boerderij die later is opgedeeld in kleinere stukken. Een van die stukken is Zandspruit. De oorspronkelijke Moletele-gemeenschap die op en rond Happyland woonde, telde vierduizend huishoudens volgens het bestuur.

Volgens Van der Grijn liggen er 172 claims op het land rondom Hoedspruit, „maar daar zitten de zeven grote estates hier rondom het dorp niet bij. Anders had ik nooit een vergunning gekregen om te bouwen.” Een document van de Landcommissie uit september 2008 geeft toestemming voor de ontwikkeling op het land van Zandspruit. Een ander makelaarskantoor, Century 21, zegt op zijn website dat op de zeven grote landgoederen de landclaims inmiddels zijn afgewerkt.

Hezekiel Nkosi toont rechtbankpapieren van de landclaim op de boerderij Happy land, die de Moletele-gemeenschap waarvan hij de leider is in 2011 heeft ingediend.
Foto Bram Vermeulen
Hezekiel Nkosi toont rechtbankpapieren van de landclaim op de boerderij Happy land, die de Moletele-gemeenschap waarvan hij de leider is in 2011 heeft ingediend.
Foto Bram Vermeulen
Hezekiel Nkosi toont rechtbankpapieren van de landclaim op de boerderij Happy land, die de Moletele-gemeenschap waarvan hij de leider is in 2011 heeft ingediend.
Foto Bram Vermeulen
Hezekiel Nkosi toont rechtbankpapieren van de landclaim op de boerderij Happy land, die de Moletele-gemeenschap waarvan hij de leider is in 2011 heeft ingediend.
Foto’s Bram Vermeulen

Maar voor de zwarte Zuid-Afrikanen die rond Hoedspruit zijn verjaagd, is de kous niet af. Volgens onderzoek van de Zuid-Afrikaanse Lerato Thakholi, verbonden aan de Universiteit van Wageningen, rust er wel degelijk een actieve claim op dit land. De Zuid-Afrikaanse Staatscourant van 15 januari 2016 nodigde de oorspronkelijke bewoners van Happyland uit hun claim in te dienen.

Op een bijeenkomst van de Moletele-gemeenschap, een regenachtige zaterdagochtend eind november, laat Hezekiel Nkosi de papieren zien van de rechtszaak die de gemeenschap in 2011 heeft aangespannen voor teruggave van hun land. Nkosi is leider van de Moletele-gemeenschap. „Wij willen dat land delen. Wij willen ook weer op dat land wonen, samen met de dieren. Waarom zouden die dieren alleen voor hen zijn”, zegt hij, doelend op de voornamelijk witte expats in de estates rond Hoedspruit. „Dat land is niet alleen voor de rijken bedoeld, maar ook voor de armsten van de armsten, de mensen die in en rond Hoedspruit werken.”

Het landhervormingsproces is sinds het einde van de apartheid vastgelopen in bureaucratie. Veel van het geclaimde land is voor de overheid te duur geworden om terug te kopen van de witte landeigenaren. Een wetsvoorstel dat onteigening zonder compensatie mogelijk moet maken, haalde afgelopen december in het parlement net geen meerderheid.

In Hoedspruit, de ‘safari-hoofdstad’ van Zuid-Afrika, is krottenwijk Plastic View de enige plek waar zwarte Zuid-Afrikanen kunnen wonen. Foto documentaire Groene Apartheid, VPRO Frontlinie

Op de vergadering van de Moletele-gemeenschap is ook enig gemor over de grote auto’s van de bestuursleden. Die zouden betaald zijn met de afkoopsommen van landclaims, geld dat voor de gemeenschap was bedoeld. Er loopt een rechtszaak wegens corruptie tegen het bestuur. Deze wantoestanden en de trage overheid sterken de landeigenaren in Hoedspruit in de overtuiging dat de investeringen in de wildparken veilig zijn. De website van Century 21 beroept zich op „experts” die zeggen dat de afwikkeling van landclaims wel „150 tot 400 jaar” kan duren. „Het risico dat dit hotel in een landclaim of bij landjepik ten onder zal gaan is wel zo klein, daar geloof ik niet in”, zegt Van der Grijn.

Maar zolang de exploitatie van het verlangen naar dieren en ongerepte natuur de sociale ongelijkheid juist vergroot, is het verdienmodel van de parken niet veilig. De afgelopen tien jaar werd bijna tweederde van de neushoorns in Zuid-Afrika door stropers gedood, ondanks de hekken en ondanks de zware bewaking. In datzelfde decennium groeiden de Zuid-Afrikaanse townships en de officiële werkloosheid, tot boven de 40 procent. „We zeggen niet dat die ongelijkheid het doel is van het door projectontwikkelaars gedreven natuur-en wildbeheer”, schrijven onderzoekers van de Universiteit van Wageningen. „Maar hun wens om rijk te worden door in te spelen op de witte dromen over veiligheid en de liefde voor wilde dieren, leidt in de Zuid-Afrikaanse context tot de instandhouding of verslechtering van die ongelijkheid.” Sergeant Bongani Lekhuleni schuift zijn hoed naar achteren als hem wordt gevraagd of de hekken rondom het park dat hij bewaakt niet gewoon weg moeten. Hij lacht. „Tja, misschien wel. Uiteindelijk werkt dit voor niemand.”