Opinie

Frits en Soumaya

Frits Abrahams

Een goede romanschrijver heeft ze bedacht: de recente verwikkelingen in de VVD rond Frits en Soumaya. Een veroordeelde jihadiste komt tot inkeer, of doet alsof – de schrijver laat listig beide mogelijkheden open, want hij wil dat wij dóórlezen. Zij zoekt contact met een VVD-coryfee, ene Frits, iemand die zij in haar tijd als jihadiste als een gezworen vijand moet hebben beschouwd. Ze weet hem te overtuigen van haar volledige bekering. Frits raakt zozeer onder de indruk dat hij haar mentor wordt en haar in 2015 meeneemt naar de Ridderzaal voor de Troonrede door koning Willem-Alexander.

De romanschrijver laat zien dat jarenlang niemand aanstoot neemt aan deze opmerkelijke ontwikkeling. Dat gebeurt pas als de concurrentie tussen de VVD en een andere rechtse partij, de PVV, ernstig verscherpt. Soumaya is inmiddels adviseur veiligheid van de VVD geworden, en de blonde leider van de PVV, ene Geert, ziet zijn kans schoon om zich over de rug van Soumaya op de VVD en haar leider, ene Mark, te storten.

Geert beweert woedend dat hij zich nu óók op het Binnenhof bedreigd voelt. Hij suggereert de mogelijkheid dat Soumaya binnenkort met haar zus Fonda, gehoofddoekt Kamerlid voor D66, in de wandelgangen van het Kamergebouw hun meegesmokkelde kalasjnikovs op hem zullen richten. En hij betwijfelt of zijn trouwe adjudanten, genaamd Martin en Dion, zich dan als een levende, kogelwerende muur tussen hem en de schutters zullen opstellen.

Heeft het angstige Kamerlid reden voor zijn verdenking en voeren de dames inderdaad iets in hun islamitische schild? De schrijver laat het nog altijd open. Sommige lezers zullen begrip hebben voor Geert, andere – zoals een niet nader te noemen columnist – veronderstellen dat hij zo langzamerhand rijp is voor een psychiatrische inrichting.

Wat nu? De roman dreigt te stokken en heeft een verrassende ontwikkeling nodig. Daarvoor verzint de schrijver een nieuw personage, ene Sophie, een rijzende ster aan het nogal lege firmament van de VVD. Desgevraagd zegt Sophie dat zij zich „ongemakkelijk” voelt bij deze zaak en dat zij er zelfs „mee in haar maag zit”. „Ik vind dat wij hierover moeten nadenken, en dat doen wij ook.”

Nu wordt het boek écht spannend, want er beginnen zich fascinerende morele dilemma’s af te tekenen. Zal de VVD lafhartig zwichten voor de xenofobisch getinte intimidatie door de PVV-leider, of houdt ze de rug recht en stelt ze zich kranig op achter haar voormalige, geëerde partijleider Frits (alweer niet te verwarren met een niet nader genoemde columnist)?

Mogelijk nog fascinerender: wat doet Frits als zijn partij Soumaya laat vallen als een baksteen die te zwaar op de maag lag? Laat ook Frits zijn pupil, die hem zo dierbaar was geworden en die in hem een onverschrokken beschermheer zag, dan volkomen in de steek? Of ontpopt hij zich als een koene moraalridder met een ijzeren ruggengraat, die geen verraad op zijn geweten wil hebben? Sterker nog: is hij desnoods bereid zijn geliefde partij de rug toe te keren?

De roman nadert nu in hoog tempo zijn ontknoping. Ik weet hoe de schrijver het laat aflopen, want ik mocht het nog niet gepubliceerde manuscript alvast inkijken. Jammer dat ik er, spoiler verboden, niets over mag verklappen. Ik kan alleen maar adviseren: blijf doorlezen.