En weer grijpen West-Afrikaanse soldaten de macht

Burkina Faso De staatsgreep in Burkina Faso van deze week was de vierde in West-Afrika in een jaar tijd. Analisten vrezen voor een domino-effect. Legerleiders zeggen dat ze wel moeten, omdat het volk ontevreden is.

De uitzending op staatstelevisie waarin de junta op maandagavond aankondigde de macht te grijpen in Burkina Faso.
De uitzending op staatstelevisie waarin de junta op maandagavond aankondigde de macht te grijpen in Burkina Faso. Foto AFP/Radio Télévision du Burkina (RTB)

Met het donderende geluid van geweerschoten en beelden van mannen in camouflage op de staatstelevisie is Burkina Faso terug bij een bekend scenario: soldaten die zich tegen de regering keren. In een halfdonkere nieuwsstudio kondigden zij maandagavond aan dat zij de macht overnamen van president Roch Marc Christian Kaboré, dat de grondwet was geschrapt, het parlement ontbonden en de grenzen tijdelijk zijn gesloten.

De Mouvement Patriotique pour le Sauvegarde et la Restauration (Patriottische Beweging voor Bescherming en Herstel), zoals ze zichzelf noemen, zag zich hiertoe genoodzaakt door de „verslechterde veiligheidssituatie” in het door jihadistisch geweld geteisterde land en „het onvermogen” van president Kaboré om het volk te verenigen, zo las een van hen voor op tv. „We nemen onze verantwoordelijkheid voor de geschiedenis.” De nieuwe leider is de 41-jarige kolonel Paul-Henri Sandaogo Damiba.

Voor velen in West-Afrika zijn de beelden een déjà vu. Burkina Faso is het vierde land in amper een jaar tijd waar militairen de macht grepen. Guinee, Mali en Tsjaad gingen het land voor; wie de grenzen wat breder trekt, telt er met Soedan vijf. In Niger werd in maart nog een coup verijdeld. Het scenario waarvoor analisten waarschuwen – de ene coup in deze onrustige regio versnelt de ander – lijkt uit te komen.

Lees ook: Waarom Mali steeds maar staatsgrepen heeft

De opstand in Burkina Faso begon zondagochtend in alle vroegte, toen vanuit kazernes in hoofdstad Ouagadougou en daarbuiten geweerschoten klonken. Er volgden twee dagen van chaos, waarin geruchten over de arrestatie van president Kaboré werden afgewisseld met een tweet van zijn officiële account waarin de muitende soldaten werden opgeroepen „in het belang van de natie” de wapens neer te leggen.

Ondertussen gingen er beelden rond van een jeep van Kaborés presidentiële garde vlakbij diens huis, de ramen verbrijzeld door kogels, het leer van de bijrijdersstoel roodgekleurd door bloed. De partij van Kaboré beschuldigt de soldaten ervan dat ze geprobeerd hebben de president te vermoorden. Zij ontkennen dat en zeggen dat de staatsgreep „zonder bloedvergieten” is verlopen. Waar Kaboré door hen wordt vastgehouden, is niet bekend.

Na de nieuwsuitzending trok een menigte naar het centrale plein in Ouagadougou, blazend op vuvuzela’s en zwaaiend met vlaggen, om zich zo achter de militairen te scharen.

„Er is op straat een zeker gevoel van opluchting voelbaar”, vertelt journalist Boureima Ouedraogo de volgende ochtend over de telefoon vanuit de hoofdstad. „Niet zozeer omdat de putschisten worden gesteund, maar omdat geweld is uitgebleven. Daar werd voor gevreesd. En mensen hebben toch ook hoop dat er nu echt dingen gaan veranderen.”

Staatsgrepen zijn ook voor Burkina Faso niets nieuws. Sinds het land in 1960 onafhankelijk werd van Frankrijk, hebben machtsovernames door militairen de geschiedenis bepaald. De vorige coup bracht een man aan de macht die zijn positie bijna drie decennia wist vast te houden, tot een volksopstand hem in 2014 naar Ivoorkust deed vluchten.

Na verkiezingen trad Kaboré aan. Het werd een presidentschap getekend door terreur. Bijna anderhalf miljoen Burkinezen sloegen sinds 2015 op de vlucht voor uit buurland Mali overgewaaid geweld, gepleegd door aan Islamitische Staat en Al-Qaida gelieerde groeperingen. Meer dan tweeduizend mensen kwamen om. Onder hen ook veel soldaten die, geplaagd door tekorten, weerloos bleken tegen de opmars van de militanten.

De woede daarover is waarvoor Kaboré de prijs betaalt. De sluimerende onvrede binnen het leger en onder de bevolking bereikte afgelopen november een kookpunt, toen er bij een aanslag in het noordelijke Inata 49 soldaten en 4 burgers door jihadisten werden gedood. Later bleek uit een brief van deze eenheid dat zij ten tijde van de aanslag al twee weken zonder rantsoen zaten en op jacht moesten om zichzelf te kunnen voeden.

Het presidentschap van Kaboré werd getekend door jihadistische terreur

De woede hierover bracht in Ouagadougou en daarbuiten enorme mensenmassa’s op de been die het vertrek van president Kaboré eisten. „Toen al gonsde het van de geruchten over een mogelijke staatsgreep”, vertelt Anna Schmauder. De in de Sahel-regio gespecialiseerde analist van Instituut Clingendael was op dat moment in de hoofdstad. „Die geluiden zijn sindsdien niet meer verdwenen.”

Sterker: eerder deze maand werden diverse soldaten en enkele burgers gearresteerd wegens een vermeend plot om „de staat en haar instituties te destabiliseren”.

Almaar groeiende onvrede

Kaboré’s antwoord op de almaar groeiende onvrede – het ontbinden van zijn regering en het aanstellen van een nieuwe premier en ministers, evenals het schuiven met posten binnen het leger en de gendarmerie – bleek onvoldoende. Zaterdag werd een nieuwe demonstratie verboden. Diezelfde dag kwamen er in het noorden twee soldaten om door een bom.

Toen was het geduld op. Omwonenden van de Sangoulé Lamizana-kazerne aan de rand van Ouagadougou werden zondagochtend gewekt door geknal met zwaar geschut. De eisen die de muitende soldaten opsomden tegen de journalisten voor hun poorten waren even basaal als veelzeggend: méér mankracht om de jihadisten te bevechten, betere zorg voor gewonde soldaten en hun nabestaanden, betere training en wapens.

„Iedere dag sterven onze kameraden aan het front”, fulmineerde een soldaat tegen de correspondent van de Franse krant Le Monde. „We hebben [Kaboré] meerdere kansen gegeven, maar nu is de maat vol. De president moet vertrekken.”

De bewuste kazerne is niet zomaar een plek. Behalve de militaire barakken huist hier ook een gevangenis, waar gedetineerden soldaten vastzitten die betrokken waren bij de mislukte staatsgreep in 2015.

Nieuwe machthebber

De nieuwe machthebber, generaal Damiba, behoorde destijds nog tot de groep soldaten die zich tegen hun muitende collega’s keerden. Hij stond bekend als anti-terreurexpert en werd vorige maand nog door Kaboré gepromoveerd naar een leidinggevende rol bij de bestrijding van jihadisme in het oosten van het land. Analisten zagen dit als een poging van de president om zijn steun binnen het leger te versterken na het bloedbad in Inata.

Vergeefs. Net als zijn collega-juntaleiders in Mali en Guinee behoort Damiba tot een jonge generatie voetsoldaten wier machtsovername volgde op massale volksprotesten. Ze móésten wel ingrijpen, klonk het steeds weer. Ook nu.

Op goedkeuring vanuit de internationale gemeenschap hoeven Damiba en de zijnen niet te rekenen. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Antonio Guterres riep de soldaten maandag op de wapens neer te leggen en „de veiligheid en integriteit” van de door hen vastgehouden Kaboré te garanderen.

Lees ook: Mali hekelt sancties van buurlanden na uitstel verkiezingen

Extra pijnlijk is het voor ECOWAS, het samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen. Mali en Guinee werden al geschorst na hun staatsgrepen in respectievelijk 2020 en 2021. Onlangs kwamen daar voor Mali forse financiële sancties bovenop, vanwege het uitblijven van democratische verkiezen.

„Het roept de vraag op wat voor invloed ECOWAS nog heeft”, stelt analist Anna Schmauder. „In Mali heeft de junta de sancties bijvoorbeeld juist weten te gebruiken om haar steun onder de bevolking te vergroten.”