Necrologie

Wim Jansen, het Feyenoord-icoon dat niet graag op de voorgrond trad

Op 75-jarige leeftijd is oud-Feyenoorder Wim Jansen overleden. Hij was een icoon van zijn tijd, die de grootste prijzen won. Jansen leed al enige tijd aan dementie.

Wim Jansen in 1967 in De Kuip in de wedstrijd tegen Xerxes. Rechts op de achtergrond ploeggenoot Coen Moulijn, die ooit zijn jeugdidool was.
Wim Jansen in 1967 in De Kuip in de wedstrijd tegen Xerxes. Rechts op de achtergrond ploeggenoot Coen Moulijn, die ooit zijn jeugdidool was. Foto Jac. de Nijs/Anefo

Hij won de Europa Cup 1, de wereldbeker, de UEFA Cup, drie landstitels en hij speelde twee WK-finales. En toch werd de deze dinsdag op 75-jarige leeftijd overleden Wim Jansen door het grote publiek niet zo bewonderd als Feyenoords andere clubiconen Coen Moulijn en Willem van Hanegem. Een kwestie van charisma en/of brutaliteit.

Wimpie (1.65 meter) Jansen speelde bijna een kwart eeuw, tussen 1956 en 1980, in het rood en wit van Feyenoord. Vervolgens voetbalde hij bij de Washington Diplomats, waar hij een vriendschap voor het leven sloot met ploeggenoot Johan Cruijff. Die adviseerde hem najaar 1980 – toen Feyenoord treuzelde met een aanbieding – om voor Ajax te gaan spelen. Een doodzonde volgens het Rotterdamse legioen.

Jansen heeft het geweten. Hij debuteerde voor Ajax toevallig in het hol van de leeuw en werd vanaf de tribunes door een goed gemikte sneeuwbal bij een oog geraakt. „We hadden het duidelijk op hem gemunt”, erkende Feyenoorder André Stafleu. „En het publiek vond het geweldig.” Tientallen slidings en tackles had hij overleefd. De sneeuwbal, gegooid door een 14-jarige jongen, was te veel van het goede.

Sneeuwbal

Zichtbaar geraakt verliet Jansen het veld, opgevangen door assistent-trainer Bobby Haarms. „Het was verschrikkelijk om hem zo aangedaan te zien. In je eigen huis zoiets meemaken, dat gun je niemand”, sprak deze Mister Ajax na afloop.

Hoewel geen volksheld, de geboren en getogen Rotterdammer Jansen was voor insiders Mister Feyenoord. Als enig kind groeide hij op – net als zijn idool Moulijn – in de Bloklandstraat in het Oude Noorden. Ingefluisterd door de bijna tien jaar oudere Moulijn werd hij naar Zuid gelokt. Op zijn fietsje reed hij elke dag veertien kilometer heen en weer naar de Kuip. Op weg naar de wereldtop.

Wim Jansen (links) als Ajacied in De Kuip tegen ‘zijn’ Feyenoord, nadat hij door een sneeuwbal is getroffen. In het midden in donkere jas hulptrainer Bobby Haarms. Rechts zijn vriend Johan Cruijff. Foto ANP

De gloriejaren van het Nederlandse voetbal waren eind jaren 60 aangebroken – met successen voor Ajax, Feyenoord en Oranje. Jansen was de verpersoonlijking van het typisch Nederlandse circulatievoetbal. Met Franz Hasil en boezemvriend Van Hanegem vormde hij een complementair middenveld. In het Nederlands elftal hetzelfde verhaal – met Ajacied Johan Neeskens op de plek van Oostenrijker Hasil. Jansen was de sjouwer, de gatenvuller, het manusje-van-alles. Altijd de goede positie kiezend. Functionele techniek, geen balgoochelaar. De ideale teamspeler.

Wim zag de gaten

Hoogtepunten waren zijn bijdragen aan de Europa-Cupzege in mei 1970, gevolgd door de wereldbeker voor clubteams in september. Aanvoerder Rinus Israël was najaar 2021 bij de presentatie van Jansens biografie vol lof over zijn ploeggenoot. „Wim zag de gaten. Hij wist waar balverlies zou ontstaan. Hij stond altijd op de goede plaats. Hij zag het voetbal geweldig.”

In 1974 wonnen ze met Feyenoord nog samen de UEFA Cup, daarna volgde een leegloop en bleef Jansen als enige topspeler over. De waterdrager kroop in de huid van spelverdeler. Feyenoord zakte terug naar de Europese middenmoot.

Meest memorabel in zijn interlandloopbaan (65 caps) waren de verloren WK-finales van 1974 en 1978. In West-Duitsland was hij degene die – gatenvuller tenslotte – Bernd Hölzenbein ten val bracht nadat Arie Haan was weggelopen uit de dekking. Schwalbe, schreeuwden miljoenen Nederlanders in de huiskamer. Penalty, besliste de scheidsrechter. Na de 1-1 werd het ook nog 2-1 en was Nederland een voetbaltrauma rijker.

Ook tijdens zijn trainerscarrière trad Jansen liever niet op de voorgrond. Geen grootspraak, geen lange regenjas, geen onliners. „Als je serieus bent, vinden ze je saai”, verklaarde hij in zijn biografie. Die kreeg de toepasselijke titel Meesterbrein. „Hij ademde voetbal, maar hij ademde zo zacht dat de buitenwereld het niet kon horen”, noteerde biograaf/sportjournalist Yoeri van den Busken.

Wim Jansen tijdens een training bij Feyenoord in 1979, zijn laatste jaar als speler bij de club. Foto Koen Suyk/Anefo

„Voetbal is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen”, liet Jansen ‘Cruijffiaans’ in het boek optekenen. „Wim is een van de slechts vier mannen ter wereld die het waard zijn om naar te luisteren als ze het over voetbal hebben”, sprak Cruijff op zijn beurt. Jansen was diens harde schijf. Hij noteerde en bestudeerde alles, nadat Cruijff zijn gedachten de vrije loop had gelaten.

Oog voor jeugdig talent

In 1990 werd Jansen hoofdtrainer van Feyenoord, dat sportief in verval was en er financieel rampzalig voor stond. Lege tribunes en een lege portemonnee betekenden een goed instapmoment – slechter kon het bijna niet gaan. Het was zijn verdienste dat Feyenoord met twee bekerzeges terugkeerde in de nationale top. Hij had een goed oog voor jeugdig talent, trainingscomplex Varkenoord was zijn tweede thuis. „Je opleiding is je levensverzekering”, vertelde hij in zijn biografie.

In 1992 maakte Jansen, intussen ook technisch directeur, als hoofdtrainer plaats voor zijn oude maatje Van Hanegem. Die hielp Feyenoord in 1993 aan de eerste landstitel in negen jaar. Onder De Kromme was vechtvoetbal het devies, tot ergernis van zijn naamgenoot die ook als speler nooit een doodschop uitdeelde. Jansen werd door voorzitter Jorien van den Herik niet vooraf geïnformeerd over Van Hanegems contractverlenging – het was de aanleiding voor zijn onverwachte vertrek.

Jansen ‘vluchtte’ naar Saoedi-Arabië, als assistent van bondscoach Leo Beenhakker. Na omzwervingen in Schotland (hij won met Celtic de beker en de landstitel) en Japan (taal- en dus communicatieproblemen) keerde hij in 2005 terug bij Feyenoord. Eerst als technisch-directeur en later als jeugd- en assistent-trainer. Toen hoofdtrainer Gertjan Verbeek in 2009 werd ontslagen, toonde hij zich solidair en stapte ook op.

Als trainer van Feyenoord won Wim Jansen begin jaren 90 de KNVB-beker. Die werd uitgereikt door toenmalig burgemeester van Rotterdam Bram Peper. Foto ANP

In 2011 keerde hij heimelijk terug op Varkenoord, als klankbord voor de jeugd. In de openbaarheid trad hij nog maar zelden, sinds zijn Alzheimer-diagnose leidde hij een teruggetrokken bestaan met zijn vrouw Coby.

Zelfs over het dieptepunt in zijn lange voetballoopbaan – de sneeuwbal in de Kuip – heeft Wim Jansen zich naar buiten toe nooit negatief uitgelaten. „Ik heb de Ajaxhaat onder de Feyenoordfans onderschat”, toonde hij zich schuldbewust in zijn biografie.