Takashi Miike, diabolische punker van extreem Japan

Achtergrond | IFFR: Takashi Miike De Japanse cultregisseur is al decennia een vaste waarde op IFFR, dat liefst 29 van zijn films vertoonde. Wie is Takashi Miike?

In ‘As the Gods Will’ dwingen wrede goden een schoolklas tot nare spelletjes.
In ‘As the Gods Will’ dwingen wrede goden een schoolklas tot nare spelletjes. Foto IFFR

De romantiek van het filmfestival van Rotterdam? Voor directeur Vanja Kaludjercic hoort de Japanse filmmaker Takashi Miike daar zeker bij. Vorig jaar vertelde ze hoe ze in 2004 na een lange winternacht in een roestbak op de Autobahn ’s ochtends vroeg haar badge oppikte in de Doelen en direct vier films op rij zag. Ze dommelde in en ontwaakte door ijselijk gekrijs en een afgehakt hoofd dat in haar richting werd gesmeten. Vast een film van Miike, dacht ze.

Dat kan. In 2004 gaf Takashi Miike in Rotterdam acte de présence met de surrealistische yakuza-film Gozu, die een vermorzelde chihuahua, pratende vagina en golfstick in het achterwerk bevatte. Er rolde vast ook wel een hoofd ergens. Volgens de website vertoonde IFFR in de 21ste eeuw liefst 29 films van Takashi Miike. Hij werd er in 2000 geïntroduceerd met drie speelfilms in het roemruchte filmprogramma ‘No Cherry Blossoms’ over Japanse genre- en cultfilms: een soort ‘ground zero’ voor Rotterdams blijvende verknochtheid aan ‘Asia Extreme’.

Dit jaar selecteerde Kaludjercic Miike’s The Mole Song: Final, het sluitstuk van een drietal yakuza-komedies rond de bespottelijk geile en domme politie-infiltrant Reiji Kikukawa. Nu smokkelt de yakuza-clan van boss Todoroki speed-a-roni, amfetamine vermomd als spaghetti. We treffen Reiji in Sicilië, waar de maffia hem kruisigde met een pot mascarpone om zijn penis: zo snel zijn erectie verslapt, zullen mascarpone-verslaafde zeemeeuwen zich op zijn geslachtsdeel storten.

Die meeuwen hangen aan touwtjes, dat zie je zo. Miike maakt sowieso een potje van de trucage. Bij knokpartijen slaat iedereen mis en hoor je geen vuistslagen. Storyboards verschijnen zomaar in beeld, green screens, cameraploegen. De film lijkt maar half af, en dat is bewust. Over computereffecten, of CGI, zei Miike ooit: „Sommigen willen die zo realistisch mogelijk, ik wil dat ze eruitzien als een leugen. CGI wordt toch nooit zo echt als je moeders borst.”

Anarchisme

Dat onvoorspelbare anarchisme maakt Takashi Miike tot cultfavoriet van filmfestivals. Miike doet wat hij wil, en heeft altijd wel films in de aanbieding. De productiviteit van de 61-jarige regisseur is verbluffend: twee tot vier films en/of series per jaar, 111 titels in totaal. Hij ziet film als topsport, vertelde hij tien jaar geleden in Venetië. „Je rent je race en je bereikt de finish.” Dat moment is verslavend, daarom maakt hij er zoveel.

Miike studeerde film in Yokohama onder regisseur Shohei Imamura en was diens assistent voordat hij begin jaren negentig eigen baas werd in de ‘straight to video’-industrie. Het Japanse studiosysteem was ingestort, als filmmaker moest je klein, snel en flexibel kunnen werken. Zijn vluggertjes voor de videotheek trokken aandacht met cartoonesk geweld en pornografie, hectische montage en flamboyante gimmicks. Miike vond daarin steevast de overtreffende trap en kruidde zijn werk met morbide humor en ADHD-montage: snelle zooms, jump cuts, Dutch angles, knalkleuren.

Toch was hij nooit vies van een kabbeltempo en long shots, zo lang zulke verstilde momenten maar escaleerden in hectiek. Zo’n stoomtrein is Audition, zijn grootste succes in Nederland.

Diabolische vindingrijkheid maakt Miike’s oeuvre tot een grabbelton die anderen vrolijk plunderen. Neem het eerste spel van Netflix-sensatie Squid Game: een bloedige versie van het welbekende Annemaria Koekoek. Dat idee is direct gestolen uit Miike’s As the Gods Will (2014), waarin wrede goden een schoolklas tot al even nare spelletjes dwingen. Squid Game wordt plagiaat verweten, Miike zal er minder mee zitten: As the Gods Will was indertijd weer zijn reactie op de rage rond The Hunger Games.

Takashi Miike brak medio jaren negentig door en surfde mee op een mondiale golf van ironisch geweld: Tarantino’s ‘nouvelle violence’, Frans extremisme, martelporno, J-Horror. Hij identificeert zichzelf als pulpauteur – als favoriete film noemde hij Paul Verhoevens Starship Troopers – die filmt als er geld is en in het genre dat zich dan aandient: vaak yakuzafilms, maar ook kostuumdrama, sciencefiction, horror, musical, fantasy, tienerdrama en videogamebewerking.

Zoals hij uitlegde in Venetië: een Japanner eet tegenwoordig de ene dag sushi en de andere dag een hamburger of Chinees. Waarom zou hij dan louter sushi maken? Aan de genreregels houdt hij zich toch niet.

Miike kan zelfs een respectabel filmauteur zijn als hij wil, zo bewees hij toen hij voor top-producer Jeremy Strong samoeraifilms maakte die direct tot de hoofdcompetities van Cannes en Venetië doordrongen: het ultra-emotionele Death of a Samurai in 2011 en 13 Assassins in 2010. Die laatste film begint als een klassieke meditatie over plicht versus geweten, maar eindigt in een oeverloos heroïsch bloedballet. De setting is het 19de-eeuwse shogunaat, waar na eeuwen van geforceerde vrede door isolatie en repressie de zwaarden roestig en bot zijn geworden.

Provocaties

„We denken dat we nu in vrede en vrijheid leven”, peinste Miike indertijd. „Ik betwijfel dat. Je moet je vrijheid zelf afdwingen.” Westerse fans labelen zijn oeuvre als ‘cinema of outrage’, bespeuren inherente kritiek op de Japanse cultuur. Ze wijzen op zijn ‘queerness’, zijn focus op outcasts en op gaijin, buitenlanders. Miike’s Japan is niet gesloten en in de ban van traditie, maar kosmopolitisch en chaotisch.

Zijn slechte smaak is vaak provocatie, het verkennen van grenzen. Neem zijn beruchte Imprint, een bijdrage aan de Master of Horror-serie van kabelkanaal Showtime; met zijn martelporno, seksueel sadisme en geaborteerde foetussen te verontrustend voor tv en in veel landen ook als dvd verboden. Je kan daarin cynische exploitatie van seks en geweld zien, maar dat is dan wel cynisme van de oude school: het principieel afwijzen van elke conventie. Ging het Takashi Miike om succes, dan had hij zijn enorme talent wel handiger ingezet. De oude punker wil zelfs op zijn 61ste ongrijpbaar blijven.

‘The Mole Song: Final’ van Takashi Miike is online te zien op IFFR.