Stef Collignon: ‘In de cultuursector valt er niks meer te marketen’

Het januarigevoel De lockdown heeft voor velen in de kunstsector grote gevolgen. Hoe vergaat het ze? Aflevering 24: Stef Collignon, cultuurondernemer.

Ondernemer Stef Collignon.
Ondernemer Stef Collignon. Foto Patricia Steur

Stef Collignon (1965) is bij beheermaatschappij Amerborgh International verantwoordelijk voor de investeringen in kunst, cultuur en media. Daaronder vallen onder meer vier cultuurhuizen in Amsterdam (Compagnietheater, Felix Meritis, Rode Hoed en de Nieuwe Liefde) en de musical Soldaat van Oranje in de TheaterHangaar op vliegveld Valkenburg. Vóór corona was Collignon verantwoordelijk voor ruim 300 werknemers, nu zijn dat er zo’n honderd minder.

Hoe gaat het met je?

„Op zich goed. Amerborgh is een grote organisatie, en sommige onderdelen slaan zich heel goed door deze crisis heen. Maar voor onze cultuurtak zijn het verdrietige tijden. Toen Soldaat van Oranje vorig jaar eindelijk weer open mocht, moest het vrijwel meteen weer dicht, ontzettend zuur voor al die medewerkers. En Felix Meritis zou na een lange verbouwing opengaan juist toen de pandemie uitbrak. Dat gebouw heeft helaas op nog geen enkele manier gefunctioneerd zoals de bedoeling is.”

Wat gaat er goed, en wat niet?

„Er wordt bij ons nog steeds hard en geconcentreerd gewerkt aan nieuwe plannen. Maar dat wordt wel steeds ingewikkelder. Sinds het begin van de pandemie hebben we reeksen alternatieve plannen opgesteld. Hoe meer van die plannen in het water vallen, hoe lastiger het wordt om steeds opnieuw met volle overtuiging het zoveelste plan uit te werken. Hoe zinvol en nuttig is dat? Meerdere medewerkers zijn vertrokken om iets heel anders te gaan doen. Nee, niet alleen zzp’ers. Bijvoorbeeld marketingmedewerkers die het zat waren omdat in de cultuursector niks te marketen valt. Ook weet ik van een talentvol zanger die tuinman is geworden. Hij is lekker gaan schoffelen. Fijn voor hem, maar zonde toch voor de cultuursector.”

Wat is je grootste zorg?

„Dat we steeds maar niet het begin van zekerheid krijgen over hoe de komende 24 maanden er uitzien. In onze sector is plannen zo belangrijk, een nieuwe productie opzetten duurt vaak twee jaar. We hebben dus perspectieven nodig: waar staan we over drie maanden, waar over zes. Ik heb nog liever besluiten die door de actualiteit moeten worden herzien, dan geen besluiten.”

Hoe kan dit jaar beter worden dan 2021?

„Uit het besluitproces van het vorige kabinet sprak weinig inzicht hoe de genomen maatregelen inhoudelijk uitpakten voor de cultuursector. Ze waren te generiek. Er zijn grote verschillen tussen grote en kleine theaters en bioscopen, tussen de gesubsidieerde en de niet-gesubsidieerde sectoren.

„Wat ook zou helpen is meer oprechte belangstelling en respect voor de noden van de cultuursector. Dat Rutte afgelopen jaar in coronapersconferenties soms driemaal de sekswerkers noemde en niks zei over de cultuur, dat heeft voor veel verdriet en frustratie gezorgd. Een positieve toon aanslaan, en de bereidheid tonen om mee te denken met de sector, het zal goed doen.”