Necrologie

Ook de filosofie moest gedekoloniseerd worden, vond Kwasi Wiredu

Kwasi Wiredu (1931-2022) | filosoof De Ghanese filosoof Wiredu keerde zich tegen koloniaal exotisme. Hij werd een kopstuk van de moderne Afrikaanse filosofie.

Standbeeld van een Ashantikrijger in Kumasi, de geboortestad van Kwasi Wiredu.
Standbeeld van een Ashantikrijger in Kumasi, de geboortestad van Kwasi Wiredu. Foto Getty Images

Hoe ‘anders’ is Afrikaanse filosofie? En in hoeverre is dat andere in werkelijkheid een koloniale vertekening of misvorming?

Onder meer die vragen beheersten het denken van de Ghanese filosoof Kwasi Wiredu, een kopstuk van de moderne Afrikaanse filosofie die begin januari op 90-jarige leeftijd overleed in zijn woonplaats in de VS.

Wiredu, lange tijd hoogleraar aan de universiteit van Ghana, hoorde tot de analytische school van Afrikaanse filosofie, die het vak met inzichten uit de formele logica wilde beoefenen. Hij was overtuigd van het universele karakter van rationaliteit en zocht een kritische verhouding tot zowel de eigen tradities als de westerse, koloniale erfenis. De ‘conceptuele dekolonisatie’ van Afrikaanse filosofie stond daarbij voor hem centraal.

Kwasi Wiredu

Al in de jaren zeventig, in het artikel How Not to Compare African Thought with Western Thought (1976) keerde Wiredu zich tegen exotisme dat van Afrikaans denken iets geheel eigens wil maken, onvergelijkbaar met andere culturen, of juist een primitieve vorm van westers denken. Interculturele vergelijking was voor Afrikaanse denkers, die niet beschikten over een lange schriftelijke traditie, in zijn ogen juist onmisbaar.

Als academisch vak moest Afrikaanse filosofie zich zo bevrijden van koloniale stereotypen, vaak onder invloed van antropologen of zendelingen, die volgens Wiredu werden overgenomen door Afrikaanse denkers. Zoals het werk van de Belgische Franciscaan Placide Tempels, die met La Philosophie Bantu (1945) het pre-koloniale Afrikaanse denken een filosofische status gaf. Critici zagen in diens boek juist een vorm van koloniaal paternalisme of herkenden in Tempels ‘bantoe-filosofie’ vooral diens eigen katholieke neothomisme. Wiredu vond dat filosofie moderne, analytische methodes moest gebruiken en had bedenkingen bij de trends naar ‘etnofilosofie’ of sage philosophy, vormen van ‘inheemse’ wijsheid.

Politiek en democratie

Dat betekent niet dat hij de traditionele Afrikaanse context negeerde of niet waardevol vond. Wiredu publiceerde over specialistische problemen in de logica en taalfilosofie, maar analyseerde ook Afrikaanse talen, politiek en democratie. Hij bepleitte een ‘consensusmodel’ voor postkoloniale Afrikaanse staten, waar volgens hem het Europese meerpartijenstelsel niet goed bij paste. Ook doordacht hij het persoonsbegrip onder de Akan van West-Afrika: wat maakt een biologisch mens tot een waarachtig persoon. De vormende rol van de gemeenschap daarbij vergeleek hij met westerse definities van vrije wil en individualiteit.

Wiredu (1931) kende het kolonialisme van nabij. Hij werd geboren in Kumasi in de Britse kroonkolonie Goudkust, het huidige Ghana, waar hij een vooraanstaande kostschool bezocht. Dat hij filosoof zou worden, was al vrij snel duidelijk. Hij maakte kennis met het werk van Plato en Bertrand Russell, ging filosofie studeren en promoveerde in Oxford waar hij colleges liep bij de analytici Gilbert Ryle en Peter Strawson. Na zijn doctoraat werkte hij bijna een kwart eeuw aan de universiteit van Ghana. Vanaf 1987 tot zijn emeritaat was hij hoogleraar aan de universiteit van Zuid-Florida in het Amerikaanse Tampa.

Tot zijn boeken horen onder meer Philosophy and an African Culture (1980) en Cultural Universals and Particulars (1996). In beide onderzoekt Wiredu de mogelijkheden van een eigentijdse Afrikaanse filosofie die zich bewust is van zijn culturele en historische inbedding maar breekt met koloniaal folklorisme. Daarnaast stelde hij A Companion to African Philosophy samen (2004), een vuistdikke bundel artikelen van tientallen auteurs die invloedrijk werd in de bredere erkenning van Afrikaanse filosofie.