Gij zult geen aardse behoeftes hebben

De tien geboden voor de vrouw Aan vrouwen worden meer eisen gesteld dan aan mannen, lijkt het. Aflevering zes van een serie: Vrouwen moeten ook zwoegen, maar wel op eigen kracht.

Illustratie Lotte Dijkstra

Het gedreun van de generator vult het anders zo vreedzame Toscaanse dal. Vanuit mijn appartement heb ik een adembenemend uitzicht over de olijvenboomgaard rond de hoeve. Links in mijn beeld staat in de zachte schemer het witte huisje waar de krachtige dieselmotor zijn gerochel uitstoot. Martha heeft de wasmachine aangezet, weet ik.

Langs het pad naar de schuren loopt Franz, een Duitse intellectueel die lang geleden zijn professoraat economische wetenschappen aan de wilgen heeft gehangen en in Italië een oude hoeve kocht. Gedesillusioneerd door de maatschappij die maar méér bleef willen in plaats van minder, zocht hij een nieuw leven in het land van Franciscus. Dat ‘sint’ hoefde er voor hem niet bij, want hij was marxist, maar de radicaal sobere monnik was een groot voorbeeld voor hem.

Ook van een afstand kan ik uit de nijdige zwiep die hij aan het hek geeft, opmaken dat hij uit zijn humeur is. Martha wil niet alleen de generator aan voor de wasmachine, maar dan gaat ze ook nog met hun twee zoontjes op de computer Zorro kijken. Franz heeft hier twintig jaar in de grootste eenvoud geleefd, zonder elektriciteit en met water van de heuvel, op een dieet van filosofie, politieke beschouwingen en excellente wijn. Zijn universitaire confraters, studenten en vrienden hadden al snel de weg gevonden naar dit mengsel van overvloed en armoede. Op een avond zong het rond in het dal dat twee jonge Nederlandse vrouwen op doortocht in het dorp waren neergestreken. In een aftandse Renault 5 reden ze de heuvel op. Franz zag Martha uitstappen in het schijnsel van een sproeiend vuur van snoeihout van de olijfbomen. Een blonde godin op slippers.

Arbeid en vrouwelijkheid hebben het in het Westen nooit zo goed gedaan als zwoegen bij mannen. Clint Eastwood die met gegroefd gezicht paarden borstelt, pistolen afvuurt en hooibalen torst. Colin Firth die zich ondanks zijn Pride and Prejudice in het water stort om met de elementen te worstelen. Rocky die tegen het noodlot bokst.

Heldinnen staan er keurig opgedoft naar te kijken. Smetteloos. En schuldbewust, want al dat zwoegen komt niet uit de lucht vallen. Het komt door die appel. Daarvoor was het pierewaaien en flaneren maar nadat Eva die appel had gegeten, beloofde God haar: ‘Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.’ Hupsekee. Daar kunnen we een paar eeuwen mee vooruit.

Huurder-verhuurderrelatie

Franz is nu bijna bij mijn terras. Zijn verheerlijking van handenarbeid en weerstand tegen de consumptiemaatschappij heeft ook gevolgen voor de huisjes die hij verhuurt want er is dus geen elektrisch licht. De kampeergaslampen functioneren met een gloeikousje en ik moet een nieuwe vragen. Alweer. Mijn onhandigheid in het steeds weer laten aanbranden van de kousjes is niet het meest opwindende aspect van onze huurder-verhuurderrelatie.

„Hi Franz, ehm, ik heb een vraag…” Hij haalt een nieuw kousje uit de voorraadschuur. De generator dreunt.

En tot Adam zeide Hij: ‘Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt (…).’

Naar je vrouw luisteren is van het begin af aan dus niet zo’n aanbeveling geweest volgens de Bijbel. Vandaar waarschijnlijk dat in het boek der boeken 98 procent van de tijd mannen aan het woord zijn en in 2 procent van de gevallen de directe rede op een vrouw is terug te voeren.

Martha komt naar buiten en loopt met hun twee jongetjes naar de schuur. Franz kijkt op.

„Ik moet nog een paar mails versturen!”, wuift ze vanuit de verte.

Naar je vrouw luisteren is van het begin af aan dus niet zo’n aanbeveling geweest volgens de Bijbel

„Vroeger ging de generator alleen aan als we water moesten oppompen of hout zagen”, gromt hij. Van Martha weet ik dat ze als kraamcadeau bij hun tweede kind een wasmachine eiste. En hoe erg Franz er op tegen was. Een zaagmachine, een waterpomp, een drilboor zijn er wel. Een wasmachine vond hij niets toevoegen aan zijn kluizenaarsberg. Twee zoontjes van zijn godin wel, zodra ze in zijn blikveld komen, licht hij op.

‘In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten.’ Franz is een overtuigde atheïst, zoals veel van mijn vrienden. Maar zit er in hun weerstand om vrouwen te helpen bij het overwinnen van het aardse zwoegen toch nog een onbewust randje wrok? Eigen schuld dikke bult?

„Vorig jaar was ze Maria.” Ik staar Franz aan.

„Sorry, wat zei je?” Het is niet zonder gevaar om je te verliezen in ingewikkelde mijmeringen over de onbewuste invloed van het christelijk erfgoed op het alledaagse leven. Ik dacht dat hij zei dat zijn vrouw vorig jaar Maria was.

„In de levende kerststal van het Franciscaner klooster”, legt hij uit. „Ze vroegen ons omdat ze Michael zo’n mooie baby vonden.” Hij steekt zijn hand in zijn zak en haalt uit zijn portefeuille een beduimeld fotootje van de heilige familie met een echte os en ezel. Franz is Jozef. „Ja”, grinnikt hij. „Ik moest ook meedoen.” De generator houdt ermee op en de stilte dreunt door de olijvenboomgaard.