Reportage

Door de rivier Parapeti stroomt bijna geen water meer: ‘Zo droog als nu kenden we het niet eerder’

Bolivia De Boliviaanse streek Alto Isoso kampt met hardnekkige droogte en een watertekort. Het autonome bestuur van de inheemse bevolking heeft te weinig zeggenschap om daar iets aan te doen.

De Parapeti-rivier in het zuidoosten van Bolivia is veranderd in een grote, droge woestijn.
De Parapeti-rivier in het zuidoosten van Bolivia is veranderd in een grote, droge woestijn. Foto Marcelo Perez del Carpio

Toen ze nog een jong meisje was, liep Eladia Cuellar (60) mee aan de arm van haar vader als hij met zijn kruiwagen de oogst naar huis bracht. Op zijn lapje grond niet ver van de rivier Parapeti, in het zuidoosten van Bolivia, verbouwde haar vader rijst, bonen en cassave. „We hadden altijd genoeg eten thuis”, vertelt Cuellar, een inheemse vrouw met grijze strengen tussen haar donkere haren.

Ze haalt jeugdherinneringen op terwijl ze haar ogen dichtknijpt tegen het felle zonlicht en naar de enorme zandvlakte tuurt die zich voor haar uitstrekt. „Het water stond vroeger tot hier”, ze wijst tot haar knieën. „We speelden erin en gingen met vader vissen. Deze rivier zat toen nog vol grote vissen.” Er klinkt weemoed in haar stem. De rivier is nauwelijks meer herkenbaar als rivier, hij is veranderd in een grote, droge woestijn.

Alto Isoso, een streek met witte, magere koeien en geiten, maakt deel uit van de Gran Chaco, een gigantisch bosgebied dat in het Boliviaanse deel vooral bevolkt wordt door Guaraní-inheemsen en het kleinere, nog geïsoleerde Ayoreo-volk. De Gran Chaco ligt in vier landen – Bolivia, Argentinië, Paraguay en Brazilië – en geldt na de Amazone als het grootste bosgebied van Zuid-Amerika, met een enorme biodiversiteit.

Alleen: het gebied wordt geteisterd door extreme droogte. Deels is dit een specifieke klimatologische eigenschap van de Gran Chaco. Een groot deel van het jaar valt er al weinig regen. Maar door ingrijpende klimaatverandering, ontbossing met als gevolg woestijnvorming, en de invloed van mijn- en landbouwbedrijven, wordt de droogte ieder jaar extremer. De afgelopen drie jaar woedden er bovendien grote bosbranden in beschermde natuurgebieden, de meest recente waren afgelopen zomer.

Eladia Cuellar staat op wat ooit de oever van de Parapeti rivier was, nabij haar woonplaats Kapeatindi in Bolivia.

Foto Marcelo Perez del Carpio

Maak een tocht van enkele dagen door het gebied en de gevolgen van de droogte worden goed zichtbaar. Tegelijkertijd is de aanpak ervan ingewikkeld. „Door de pandemie, de grote droogte en de enorme bosbranden zijn we extra hard getroffen”, vertelt Mario Rivera, een inheemse leider. Hij loopt tussen de kippen op zijn erf en inspecteert een zelfgemaakte waterpomp.

„Er wonen in de gemeente Alto Isoso 75 gezinnen. Er is geen water meer in de rivier en het heeft dit jaar maar twee keer geregend”, zegt hij. Laatst leek het erop alsof het zou gaan regenen. Toen de eerste druppels vielen, haastten zijn kinderen zich naar buiten met emmers om de regen op te vangen. „Maar meer dan wat motregen werd het niet. Zo droog als nu kenden we het niet eerder”, zegt hij bezorgd.

Lange strijd om zelfbestuur

De inheemse bewoners, de Guaraní, hebben sinds 2017 zelfbestuur over het gebied, met een eigen inheemse overheid die zetelt in Charagua, de hoofdplaats. Charagua ligt op vier uur rijden van Alto Isoso. In totaal hebben de Guaraní, zelfbestuur over een gebied van 74.000 vierkante kilometer, dat is vastgelegd in een nieuwe grondwet door de toenmalige president van Bolivia, Evo Morales, die zelf tot de inheemse Aymara behoort – een unieke situatie waar een lange strijd aan voorafging.

De autonomie had onder meer als doel om de natuur en biodiversiteit in het gebied beter te beschermen. Volgens de inheemse leefwijze van de Guaraní is de natuur een essentieel onderdeel in het evenwicht van het leven. Ruim 60 procent van de autonome gemeente is beschermd natuurgebied. In de praktijk houdt dit in dat de inheemsen in deze gebieden mogen leven, en dat ze er volgens hun manier mogen jagen en vissen, maar dit alleen zoals ze dat al eeuwenlang doen – en dus zonder het evenwicht in de natuur te verstoren.

Spelende kinderen in Kapeatindi, Alto Isoso.
Foto Marcelo Perez del Carpio
Een uitgedroogde rivier nabij het Boliviaanse San Antonio, in Irenda.
Foto Marcelo Perez del Carpio
Jonge mennonieten met paard en wagen langs de weg tussen Alto Isoso en Charagua in Bolivia.
Foto Foto Marcelo Perez del Carpio
Luchtfoto van het werkkamp van een Chinees bouwbedrijf nabij het Boliviaanse Charagua.
Foto Marcelo Perez del Carpio

Zelfbestuur klinkt mooier dan het in werkelijkheid is. De regio behoort volgens de grondwet dan wel aan de Guaraní toe, maar het is uiteindelijk de nationale overheid die grote verdragen kan sluiten en ingrijpende besluiten kan doorvoeren – en dat ook doet, soms met grote gevolgen voor de natuur in het gebied.

Zo zijn in het gebied bijvoorbeeld oliebedrijven actief met toestemming van de regering. Ook is de Boliviaanse staat in zee gegaan met een Chinees bouwbedrijf om infrastructuur op te zetten. Er zijn wegen aangelegd, een viaduct is gebouwd, evenals een pijpleiding om olie mee te transporteren. Dit alles heeft volgens de inwoners grote impact op de watervoorziening en het milieu.

Bekijk ook deze In Beeld over een opgedroogd meer in Bolivia: Het verdwenen Poopómeer in Bolivia

‘Oliebedrijf vervuilt ons water’

Inwoonster Delcy Medina (45) werkt bij de lokale overheid in Charagua. Ze is blij met het zelfbestuur, maar de eigen bevoegdheden zijn volgens haar te gering. „We worden als inheemse overheid wel geconsulteerd, maar er wordt uiteindelijk veel te weinig rekening gehouden met onze wensen. We kunnen als het erop aankomt geen eigen beslissingen nemen als het om bouwprojecten, landbouw of oliewinning in het gebied gaat. Dan heeft de centrale overheid uiteindelijk zeggenschap. Maar al die projecten hebben impact op onze watervoorziening, omdat ze er gebruik van maken. En het oliebedrijf vervuilt ons water.”

Een ander probleem vormen de grote landbouwbedrijven die zijn opgezet door mennonieten; doopsgezinde boerenfamilies met een Duitse-Nederlandse oorsprong die zich in de negentiende eeuw in verschillende delen van Zuid-Amerika vestigden. Ook hier rondom Charagua hebben mennonieten zich met toestemming van de nationale overheid gevestigd in wat nu inheems territorium is.

Mennonieten leven volgens strikte regels, kleden zich nog exact zoals hun voorouders uit 1800 en kiezen een leven zonder te veel moderne ontwikkelingen. Maar dat laat onverlet dat ze grote moderne boerderijen opzetten in het autonome gebied van de Guaraní en voor de irrigatie van hun gewassen ook gebruikmaken van het weinige water in de Parapeti.

De inheemse activiste Delcy Medina op een oude brug in het Boliviaanse San Antonio.

Foto Marcelo Perez del Carpio

De Guaraní zijn daar niet blij mee. „Het laatste beetje water wordt daardoor weggepompt”, klaagt inwoonster Delcy Medina terwijl ze vanaf een viaduct aan de rand van Charagua laat zien hoe laag de rivier staat. „We voelen ons bedreigd. Het is een gesloten groep, en ze verkopen in Charagua hun spullen, verder weten we weinig over de mennonieten.”

In de lucht boven het viaduct vormen zich donkere wolken. Zal het nu toch eindelijk gaan regenen? Ze staart naar de lucht, maar op een paar spatjes na blijft het droog.

De Guaraní maken zich niet alleen zorgen over de hoeveelheid, maar ook over de kwaliteit van het water in de rivier: is dat nog wel schoon? Een nabijgelegen oliebedrijf dat met toestemming van de regering boringen uitvoert, zou afvalwater in de rivier lozen.

Uitgebreider onderzoek moet nog uitwijzen of de bezorgdheid van de inheemsen terecht is. „Ik maak me zorgen over ons voortbestaan”, zucht Medina. „We zouden ons sterker moeten maken en onze autonomie krachtiger moeten uitdragen.”

Lees ook dit bericht uit 2020: Bolivia verlangt naar verkiezingen

Geldtekort

Het bestuur van de inheemsen kampt niet alleen met problemen omdat ze weinig tegenkracht kan bieden aan de nationale overheid. Er is ook een financieel tekort. Voordat Charagua autonomie kreeg, en het nog een gemeente in de deelstaat Santa Cruz was, kreeg het een lokaal budget. „Er wordt nu van ons verwacht dat we met een nieuwe regeervorm, en bijna twee keer zoveel bevoegdheden en verantwoordelijkheden dit gebied runnen met dezelfde begroting als vroeger”, zegt José Avilla, een lokale bestuurder die namens de autonome overheid medeverantwoordelijk is voor de beschermde natuurgebieden.

Volgens hem is het ook na vier jaar zelfbestuur nog steeds zoeken naar wat wel en wat niet werkt. Er zijn ondertussen wel degelijk successen geboekt de afgelopen jaren. De inheemse overheid krijgt steun van verschillende ngo’s die waterprojecten in de regio begonnen. En nog steeds worden plaatsen uitgeroepen tot beschermd natuurgebied. „Er is nu een aaneengesloten gebied van zes miljoen hectare in de Gran Chaco dat beschermd natuurgebied is. Het voortbestaan van de Guaraní in dit gebied is daardoor eigenlijk veiliger dan voorheen”, zegt hij.

Vrouwen van de Guaraní-bevolking tonen hun handelswaar op een markt in een gemeenschapscentrum in Kapeatindi.

Foto Marcelo Perez del Carpio

Eladia Cuellar heeft de droge rivier achter zich gelaten en loopt terug door het dorre bos, naar het buurthuis van Alto Isoso. Overleven doet ze nu zonder vissen en haar lapje grond, maar met wat haar moeder haar leerde: de verkoop van handgemaakte tassen met Guaraní-symbolen en sieraden van zaden.

„Ook zo zal onze cultuur overleven”, verzucht Cuellar terwijl ze haar spullen rangschikt en wacht op de toeristen die langs het dorp komen.

Lees ook deze reportage uit 2019: Witte elite pakt de macht terug van de inheemsen