Signify wil van domme naar slimme lamp

Deze rubriek belicht iedere week ontwikkelingen op de beurs. Ditmaal: lampenmaker Signify.

Waar het oude moederbedrijf Philips tegenslag na tegenslag incasseert vanwege ondeugdelijke slaapapneuapparaten, vaart de voormalige lampendivisie in kalmer water. Natuurlijk, Signify heeft net als zo’n beetje iedere producent last van het tekort aan onderdelen en grondstoffen. Maar er is ook reden voor optimisme, met name over de hogere marges – en dus winstgevendheid – die het bedrijf wist te bereiken na jaren van snijden in de kosten.

„Sinds Signify is afgesplitst van Philips, is het vooral een verhaal geweest van kostenbesparingen”, zegt analist Nigel van Putten van zakenbank Kempen & Co. „Dat snijden heeft een paar jaar geduurd, maar het bedrijf heeft nu relatief goede marges en een betere bedrijfsstructuur. Vergeleken met het grote Philips doen ze het stukken beter.”

Signify, dat nog wel de merknaam Philips voert, laat zich gezien zijn mondiale dominantie moeilijk een-op-een vergelijken met andere bedrijven. Het Eindhovense bedrijf (omzet 6,5 miljard euro, zo’n 37.000 werknemers) heeft een leidende positie in de meeste van zijn ruim zeventig eindmarkten. Grotere concurrenten zijn Acuity Brands, marktleider in de VS, en in Europa het Zweedse Fagerhult en het Oostenrijkse Zumtobel.

Signify is van veel markten thuis. Het verkoopt traditionele verlichting, zoals gloeilampen, halogeenlampen, HID-lampen en spaarlampen, maar zit ook midden in de transitie naar de veel energiezuiniger ledlampen. Hoewel die overgang nog niet is voltooid, heeft het bedrijf de volgende groeimarkt al voor ogen: de stap van de ‘domme’ naar de ‘slimme’ lamp, waarmee je meer kunt dan enkel aan- of uitzetten. Denk aan programmeerbare lampen, aangesloten op wifi, draadloos bestuurbaar met mobiele telefoon of stembediening, bedoeld voor huizen, tuinen en kantoren.

De markt ervoor is, als het om consumenten gaat, in een stroomversnelling geraakt door de coronacrisis, zegt ING-analist Marc Hesselink. „Die consumentencategorie van Signify heeft het heel goed gedaan tijdens de lockdowns. Mensen denken: ik zit veel thuis en heb geld over omdat ik niet op vakantie kan. Daar staat tegenover dat corona op professionele eindmarkten zoals retail en hospitality [onder meer horeca] een negatieve impact had.”

Het is op de lange termijn de vraag of het bedrijfsleven de stap naar slimme lampen gaat maken. Van Putten is sceptisch. Hij verwacht dat het gros van de bedrijven niet bereid is veel geld uit te geven aan slimmere, maar duurdere lampen. „De meeste zullen toch denken: het zijn gewoon lampen. Ik zie op dit moment heel weinig bewijs dat lampen onderscheidend zijn op kantoor en betwijfel of dat gaat veranderen. Signify kan technisch gezien echt alles maken, van kleuren tot kwaliteit, maar de gemiddelde werknemer en vastgoedbeheerder ziet het gewoon als iets vanzelfsprekends.”

Een saai aandeel dus? Van Putten: „Het lijkt misschien een saaie markt, maar geen saai aandeel. De koers is heel beweeglijk.”

Wat heet: het laagste punt (15 euro) werd bereikt vlak na het uitbreken van de coronapandemie. Maar dankzij de doorgevoerde kostenbesparingen bij Signify kon het aandeel daarna toch opklimmen naar bijna 55 euro, halverwege 2021. De volatiliteit sindsdien is een gevolg van de tekorten en problemen in de toelevering.

Hesselink: „2021 was voor Signify een gemixt jaar. Het had zeker last van de haperende toeleveringsketen, maar is al vroeg in het jaar proactief componenten gaan zoeken op de markt voor directe levering, waardoor ze nog wel konden uitleveren. In hoeverre dat gelukt is, zullen we terugzien in de komende kwartaalcijfers.”

Vrijdag maakt Signify de vierdekwartaalcijfers bekend.