Opinie

Oude politiek

Marcel van Roosmalen

Jaap de Hoop Scheffer was weer eens op televisie. Hij zat zondag te duiden bij Buitenhof. Jaap de Hoop Scheffer stelt eigenlijk nooit teleur. Ik ben fan sinds hij als minister van Buitenlandse Zaken met minister-president Jan Peter Balkenende namens ons een bezoek bracht aan het Witte Huis. Ze vielen er in het eigen mes. Vooraf hele verhalen over hoe serieus ze werden genomen om vervolgens oog in oog met het superkwartet Bush-Cheney-Powell-Rice te bezwijken onder dweepzucht en ijdelheid.

Sindsdien koester ik geen illusies meer: internationaal stellen we niets voor. Ideale knechten voor de grote jongens en meisjes, meer zit er voor ons niet in.

Jaap de Hoop Scheffer roept allerlei emoties op. Op mijn vaders verjaardag zaten we vroeger met een hele kamer vol Jaap de Hoop Scheffers, mannen die op een hele rare manier in hun pak wonen en die de eigen kennis nooit onderschatten. Blaffen naar beneden, likken naar boven en achteloos een bak borrelnootjes naar binnen gieten.

Jaap de Hoop Scheffer heeft natuurlijk belangrijke functies gehad - minister van Buitenlandse Zaken, baas van de NAVO – maar er zijn maar weinig mensen die weten wat hij toen besloot of deed. Gelukkig is hij er zelf nog om ons, zijn onwetende kinderen, daaraan te herinneren. Hij is een beetje Jan Terlouw, maar dan nog niet beloond met een aureool van heiligheid. Het is opa-vertel-nog-eens, maar dan met een opa die terwijl hij kennis en ervaring deelt alvast heel tevreden naar je kijkt.

Zondag mocht Twan Huys op schoot kruipen om te luisteren. Jaap de Hoop Scheffer was voor de gelegenheid extra fris gekapt en geschoren. Dat alleen al had iets ontroerends. De stropdas zat ook lekker strak onder de adamsappel terwijl hij een oorlog tussen Oekraïne en Rusland aankondigde. Hij had weleens in een huisje met Vladimir Poetin gezeten, het was onderhandelingstechnisch een gelopen race, dat durfde hij met al zijn ervaring wel te zeggen. Grootste gevolg voor ons?

Het zou zomaar kunnen dat we de rest van de winter een extra trui aan zouden moeten, want het zou hem met al zijn ervaring niet verbazen als Vladimir Poetin ook nog aan de gaskraan gaat draaien.

„En we zitten al moeizaam in onze gasposities.”

Wat we met deze wetenschap moeten, wisten we thuis ook niet, behalve dan dat ik het behalve onheilspellend ook geruststellend vond. Met vijf warme truien haalden we het wel tot de lente.

Dat was zo fijn aan de oude politiek, vijf warme truien, meer kwam en hoefde je niet weten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.