Leerkracht én ander werk? Pittig, maar te doen

Zij-instromers Wil je naast je baan of onderneming ook een paar dagen per week voor de klas staan? Dat wordt makkelijker nu de lerarentekorten verder oplopen.

Fien Kraanen, leerkracht op basisschool: „Ik leer de kinderen anders naar dingen te kijken.”
Fien Kraanen, leerkracht op basisschool: „Ik leer de kinderen anders naar dingen te kijken.” Foto Olivier Middendorp

‘Fotografien’ noemen de kinderen van basisschool De Sterredans in Nijmegen haar. Fien Kraanen (55) is leerkracht én fotograaf. Ze maakt portretseries, van kinderen met sproeten en bebaarde mannen, ze legt kermissen en andere evenementen vast – net wat op haar pad komt. „Maar er is nauwelijks droog brood mee te verdienen. Met drie kinderen moet ik wel serieus aan de bak.”

Daarom koos ze jaren geleden voor het basisonderwijs. Meestal werkt ze halftijds, nu tot de zomer een dag extra.

Meer mensen besluiten hun baan of onderneming te combineren met een parttime docentschap. Voor een vast inkomen, structuur, afwisseling of uit een maatschappelijk behoefte, om iets te doen aan de nijpende personeelstekorten in het onderwijs.

In Nederland zijn ruim 20.000 van zulke ‘hybride docenten’, stelt expertisecentrum Hybride Docent, waarvan Marius Bilkes een van de initiatiefnemers is. Zelf gaf hij jarenlang drie dagen per week maatschappijleer op een middelbare school en combineerde dat met advieswerk voor bedrijven als ABN Amro en Tata Steel.

Van de docenten op de basisschool werkt 8,5 procent hybride, op de middelbare scholen geldt dat voor 10,2 procent. Dat blijkt uit een onderzoek op basis van data van de Belastingdienst, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Die aantallen zijn de laatste jaren vrij constant, maar Bilkes merkt in de praktijk dat de belangstelling groeit. Ook bij de politiek, die zij-instromers een zetje geeft met extra financiële tegemoetkomingen. Bovendien is er veel meer kennis en ondersteuning beschikbaar dan voorheen. Zo zijn er naast het landelijke Onderwijsloket sinds 2020 door heel Nederland ook regionale loketten geopend. Daar kunnen scholen en docenten in spe terecht voor begeleiding. Dat maakt de overstap stukken makkelijker, zegt Bilkes. „Een paar jaar geleden moest je nog alles zelf uitzoeken.”

Alleen maar voor de klas staan wordt minder populair, constateert Sanne van Kempen. Zij is directeur van Stichting Tio (Trainees in onderwijs), waar ook het Onderwijsloket onder valt. „Wij merken dat veel mensen het interessant vinden om daarnaast andere dingen te doen. Een combinatie van banen wordt gebruikelijker. Ik zie dat ook als een kans om meer mensen van buitenaf het onderwijs in te krijgen.”

Ingekorte opleiding

Hoe pak je het aan als je het onderwijs in wilt zonder te stoppen met je huidige baan of onderneming?

Nadat je je werkgever hebt overgehaald, begin je met een opleiding naast je werk. Gebruikelijk is ‘zij-instroom in het beroep’, een ingekorte lerarenopleiding waarvoor een hbo- of universitair diploma is vereist. Om dat traject te kunnen volgen, moet je eerst afspraken maken met een school waar je vanaf dag één van de opleiding een aantal uren lesgeeft. De school betaalt jouw opleiding en krijgt daarvoor subsidie van de overheid. Voor de gewerkte uren krijg je een normaal salaris.

Zo’n opleidingstraject duurt maximaal twee jaar. Hoeveel dagen je ermee zoet bent, hangt af van de gemaakte afspraken. Reken per week minimaal op één studiedag en één dag voor de klas. De opzet van de lerarenopleiding varieert natuurlijk naar gelang het soort onderwijs: basis-, voortgezet of middelbaar beroepsonderwijs.

Je huidige werk blijven doen, een opleiding volgen én voor de klas staan is wel een zware combinatie, zegt Bilkes. „Voor een normale zij-instromer is het traject al best pittig. Heb je ook nog een andere baan, dan moet je gedurende die twee jaar heel wat balletjes in de lucht houden.” Na die hectische periode zijn hybride docenten overigens vaak erg tevreden, blijkt uit cijfers van TNO en CBS. Bilkes: „Zij zijn ook niet vaker ziek of overspannen dan andere docenten.”

Een alternatief is naast het werk in de avonduren een deeltijdopleiding te volgen, bijvoorbeeld aan de pabo. Soms willen mensen wel het onderwijs in, maar durven zij het nog niet aan hun baan deels op te zeggen, merkt Sanne van Kempen van het Onderwijsloket. „Wij krijgen geregeld vragen van mensen die het gezien hun hypotheek of gezin niet zien zitten om salaris in te leveren. Opleidingsuren krijg je vaak niet vergoed.”

Een deeltijdopleiding van drie of vier jaar is dan een optie. Die moet je wel zelf betalen, al biedt de overheid allerhande tegemoetkomingen.

Sascha Haans, docent op mbo-school: „Het is zo mooi om de stuiterende pubers naar de eindstreep te helpen.”

Foto’s Olivier Middendorp

Stuiterende pubers

Op basisscholen lopen (nu nog) minder hybride docenten rond dan op middelbare scholen en mbo’s. Zeker het beroepsonderwijs leent zich ervoor eigen werkervaring in te zetten. Zo is sportpsycholoog Sascha Haans (38) docent op een mbo in Amstelveen. Zij geeft lessen op de opleiding Sport & Gezondheid en daarnaast begeleidt ze via haar eigen bedrijfje topsporters met een handicap, onder meer tijdens de Paralympische Spelen.

Aanvankelijk werkte ze ook als fysiotherapeut, maar die combinatie werd haar te zwaar. In 2015 koos ze voor een baan erbij in het mbo, vanwege de link met haar vakgebied en omdat mbo-leerlingen naar haar gevoel ondersteuning het hardst nodig hebben. „Het is weleens een grote overgang naar zo’n klas met stuiterende pubers met soms een grote mond. Maar het is zo mooi om ze naar de eindstreep te helpen.”

De opleiding duurde anderhalf jaar, met om de week één dag les in pedagogische en didactische vaardigheden. De eerste jaren had Haans het wel erg druk. Van maandag tot en met woensdag gaf ze les, op woensdagavond zat ze alweer in het vliegtuig naar Engeland, waar ze jarenlang een team begeleidde. Als ze op zondagavond naar Nederland terugkeerde, zat ze in het vliegtuig lessen voor te bereiden en toetsen na te kijken.

Het is weleens een grote overgang naar zo’n klas met stuiterende pubers met soms een grote mond

Sascha Haans (38) docent op een mbo in Amstelveen

Op dit moment begeleidt ze nog enkele individuele topsporters en staat ze vier dagen per week voor de klas. „Die balans kan volgend jaar weer anders zijn. Maar nu wil ik een periode bijkomen en niet elk weekend werken, zodat ik ook sociaal weer wat meer ruimte heb.”

Is het hybride docentschap volledig ingeburgerd in het mbo, het basisonderwijs is daar wat minder goed voor ingericht, zegt Van Kempen van het Onderwijsloket. „In de praktijk blijkt de combinatie daar lastiger. Als je op een lesdag een keer weg moet voor je andere werk, is dat haast onmogelijk. Het zou wel mooi zijn als daarin wat meer flexibiliteit komt en als het basisonderwijs de meerwaarde van praktijkervaring gaat onderkennen. Zo zijn er ook weer nieuwe mensen te werven.”

Met praktijkervaring kun je trouwens ook basisscholieren verrijken, merkt leerkracht en fotograaf Fien Kraanen. Tijdens de laatste lockdown kregen haar leerlingen een opdracht waarbij zij vertekende perspectieven moesten fotograferen, zodat het bijvoorbeeld leek of iemand verdween in een flesje of onder een schoen. „Ik leer de kinderen anders naar dingen te kijken.”