Groot en klein – ieder bedrijf kan CO2-uitstoot te lijf gaan

Klimaatdoelen Het is de gouden standaard onder de klimaatdoelen: ‘science based targets’. Onder druk van investeerders en zakenpartners stellen steeds meer bedrijven ze op.

Zonnepanelen op het dak van een Walmart-supermarkt in Chino, Californië in de VS.
Zonnepanelen op het dak van een Walmart-supermarkt in Chino, Californië in de VS. Foto J. Emilio Flores/ The New York Times

Tijdens een oceaanzeiltocht, een jaar of tien geleden, schrok ondernemer Sander Geelen enorm. De koraalriffen waarvan hij eerder zo onder de indruk was geweest en die hij nu aan zijn kinderen wilde laten zien, waren verdwenen. „Op dat moment realiseerde ik me pas echt hoe immens het klimaatprobleem is”, vertelt Geelen (54) aan de telefoon.

Hij verbond er gevolgen aan voor zijn bedrijf Geelen Counterflow, dat met 130 werknemers machines bouwt voor de voedingsmiddelenindustrie. Hij bouwde een kantoor van hout, het dak van de fabriek kwam vol te liggen met zonnepanelen en buiten gingen twee grote warmtepompen zorgen voor de fabrieksverwarming. Grootste uitdaging: de machines die hij verkoopt, ‘drogers’ voor korrelvormige producten als cornflakes of kattenvoer, klimaatvriendelijker maken. Inmiddels kan Geelen ook drogers maken die draaien op elektriciteit in plaats van gas. „We hebben nu drie exemplaren verkocht.”

Wat Sander Geelen ook deed: hij stelde science based targets op voor zijn bedrijf. Dat betekent: reductiedoelen voor broeikasgassen die in lijn zijn met wat de wetenschap nodig acht om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Vorig jaar werden ze ‘gevalideerd’ door het Science Based Targets initiative (SBTi), de ‘scheidsrechter’ die bepaalt of doelen goed genoeg zijn, ontstaan uit samenwerking tussen verschillende internationale non-profitorganisaties.

Objectieve ‘meetlat’

Geelen Counterflow is een van de 26 Nederlandse bedrijven die zulke doelen hebben opgesteld. Tot nu toe waren dat vooral grotere bedrijven, zoals Heineken, ASML, PostNL, Philips, Ahold Delhaize en KPN. Nog eens 65 Nederlandse bedrijven zijn ermee bezig. Geen overweldigende massa, maar als intenties tellen, zal dit aantal snel toenemen.

Science based targets zijn uitgegroeid tot gouden standaard voor klimaatdoelen in het bedrijfsleven. Ze gelden als de beste objectieve methode die er is, in ieder geval beter dan dat bedrijven op eigen houtje aan de slag gaan. Bovendien kent het stelsel niet alleen doelen voor de lange termijn, zeg 2050, maar ook voor de komende 5 tot 15 jaar.

Afgelopen oktober kwam SBTi nog met een standaard die voorschrijft wanneer bedrijven zich ‘net zero’ mogen noemen. Voor compensatie door bomen te planten of CO2 af te vangen, geregeld gebruikt om eigen vervuiling ‘af te kopen’, is binnen deze definitie weinig ruimte.

De eerste jaren na de start van het SBTi in 2015 was het lastig er bedrijven voor te winnen, maar de laatste jaren gaat dat al veel sneller. In 2018 werd de grens van honderd bereikt, inmiddels zijn het er meer dan 1.100. Ook internationaal doen grote namen mee: Walmart, Microsoft, Apple, Nestlé, Coca-Cola, H&M, Zalando, Mastercard. Nog ruim duizend andere bedrijven hebben zich ‘gecommitteerd’ en proberen hun doelen gevalideerd te krijgen.

Grote investeerders hebben de SBTi-methode omarmd als dé manier om duurzaamheidsdoelen te stellen. In september vorig jaar vroegen 220 grote beleggers aan bedrijven waarin ze investeren science based targets op te stellen. Voor Nederlandse beursgenoteerde bedrijven deed Eumedion, belangenbehartiger voor institutionele beleggers, een maand later dezelfde oproep.

Bedrijven zetten ook druk op elkaar. Supermarktreus Walmart probeert z’n leveranciers te verleiden. Philips wil leveranciers met science based targets in de toekomst gunstiger voorwaarden bieden, vertelt hoofd duurzaamheid Robert Metzke. „Dat kan een olievlekwerking hebben. We hebben tienduizend leveranciers, over de hele wereld.”

Zulke grote bedrijven hebben direct belang bij vergroening van hun leveranciers: als die minder uitstoten, scoren zij als afnemer ook beter op ‘indirecte’ uitstoot – de uitstoot die ze niet zelf in hun winkels of fabrieken veroorzaken. Denk aan de uitstoot van een stuk rundvlees vóór het bij Walmart binnenkomt, of de metalen die Philips nodig heeft om een mri-scanner te bouwen.

Taart en slingers

Ieder bedrijf, groot en klein, kan proberen science based targets te verkrijgen. Dat begint met een commitment letter aan SBTi, en vervolgens het opstellen van concrete reductiedoelen. Sowieso voor de ‘eigen’ operatie (scope 1 en 2, in jargon). En als ten minste 40 procent van de broeikasgassen voortkomt uit ‘de keten’ (scope 3), moet hiervoor ook een doel komen. Daarna beoordeelt een team van het SBTi de geformuleerde doelen op z’n eigen criteria. Kosten: 4.950 dollar (4.325 euro) voor grote bedrijven, 1.000 dollar voor kleinere.

Is het moeilijk? „Je moet er echt induiken, het is technische kost, maar de eisen zijn best duidelijk”, is de ervaring van Wouter Schakel, hoofd duurzaamheid bij BAM. Het bouwconcern wil in 2030 z’n eigen CO2-uitstoot gehalveerd hebben. De uitstoot in de ‘keten’ – bij BAM zit het vooral in beton en staal – moet dan 20 procent lager liggen.

Wat bedrijven ingewikkeld vinden: hun uitstoot precies vaststellen. Die van eigen fabrieken of winkels is nog wel te doen, maar hoe weet je wat jouw toeleveranciers uitstoten? Of hoeveel je producten uitstoten nádat je die verkocht hebt? Indirecte uitstoot is heel belangrijk: vaak is die verreweg het grootst.

Zo ook bij Philips, dat als een van de eerste Nederlandse bedrijven science based targets opstelde. Ook bij dit zorgconcern worstelden ze ermee, zegt hoofd duurzaamheid Robert Metzke. Philips heeft „vrij grote modellen gebouwd” om alles uit te rekenen, vertelt hij. Nu is duidelijk: 95 procent van alle uitstoot wordt veroorzaakt in de toeleveringsketen en de gebruiksfase. Na extra „verhelderende vragen” van SBTi kreeg Philips in 2018 positief bericht – reden voor taart en slingers op Metzkes afdeling.

Andere moeilijkheid: hoe haalbaar zijn de doelen die bedrijven stellen? „Veel bedrijven hebben óók een groeidoelstelling. Tegelijkertijd moeten ze dus ieder jaar hun uitstoot zien te reduceren. Dat is best taai”, zegt consultant Misha Elkerbout. Voor bureau Sustainalize adviseert hij bedrijven onder meer over science based targets.

Daar zit meteen ook de zwakte ervan: bedrijven zijn niet verplicht over de voortgang te rapporteren. Milieudefensie is dan ook kritisch over SBTi. „Bedrijven willen allemaal uitstralen: actie, actie, actie. Dan is het prettig om je aan te sluiten bij iets dat ‘science based’ heet”, zegt Bram van Liere namens de milieuorganisatie. „Wij vinden dat bedrijven verplicht zouden moeten publiceren wat hun emissies zijn, zodat iedereen kan meekijken.”

Te vrijblijvend

Het idee is, zegt consultant Elkerbout, dat er een zelfcontrolerend mechanisme ontstaat. Aandeelhouders, zakenpartners of klanten kunnen een bedrijf met science based targets hierop aanspreken. „Die kunnen zeggen: wat is je voortgang, waarom rapporteer je daar niet over? Maar dat lijkt inmiddels toch te vrijblijvend.”

Wouter Schakel van BAM herkent dat: „Er is nu niet echt een consequentie als je het niet haalt.” Dat zou anders moeten, vindt ook de bouwer.

Voor Europese bedrijven is verandering op komst: vanaf volgend jaar moeten grotere ondernemingen volgens nieuwe Europese standaarden rapporteren over hun ‘groene voortgang’ én dat laten controleren door een accountant. SBTi werkt zelf ook aan een manier om de voortgang van deelnemende bedrijven te volgen, schrijft het op z’n website.

Sander Geelen van machinebouwer Geelen Counterflow heeft nog een andere suggestie: voor kleinere bedrijven als dat van hem mag het wel een tandje strenger. Zo hoefde hij van SBTi geen doel te stellen voor indirecte emissies. Terwijl daar voor zijn bedrijf praktisch alle uitstoot zit – neem zijn ‘drogers’ die in de fabrieken van zijn klanten nog op gas draaien. Geelen: „We kwamen makkelijker van die drogers af dan ik had gedacht.”