Analyse

Terughoudendheid Duitsland in Oekraïne-crisis wekt wrevel

Duitse positie Berlijn leek een leidende rol te kunnen nemen in de koers van het Westen tegenover Rusland. Maar nu stelt het kabinet-Scholz zich terughoudend op. „Duitsers geloven dat afschrikking conflict juist aanwakkert.”

De Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, Jean Asselborn, spreekt met de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock tijdens een bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken.
De Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, Jean Asselborn, spreekt met de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock tijdens een bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken. Foto Virginia Mayo/AP

Ondanks de diplomatieke inspanningen van minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock (Groenen) manoeuvreerde de Duitse regering zichzelf de afgelopen dagen in een eenzame positie wat internationale Ruslandpolitiek betreft.

Terwijl de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Baltische landen wapens leverden aan Oekraïne, sprak de Duitse regering zich opnieuw uit tegen wapenleveranties en blokkeerde Berlijn een Estse lading houwitzers die voor Oekraïne was bestemd. De Britten vlogen antitankraketten naar Oekraïne, maar maakten een bocht om het Duitse luchtruim. Weliswaar hadden de Britten niet aan Duitsland om doorgang gevraagd, maar de indruk ontstond dat de Britten vreesden dat een dergelijk verzoek zou worden afgewezen.

„De afgelopen week was een catastrofe voor de geloofwaardigheid van de Duitse buitenlandpolitiek”, zegt Marcel Dirsus van het Instituut voor Veiligheidspolitiek van de Universiteit Kiel.

Vorige week bezocht buitenlandminister Baerbock haar collega’s in achtereenvolgens Kiev en Moskou, en leek Duitsland een leidende rol te kunnen nemen in de koers die het Westen tegenover Rusland zou kunnen varen, nu Rusland ruim honderdduizend militairen plus materieel aan de grenzen van Oekraïne heeft verzameld. Maar de kans op een Duitse voortrekkersrol werd snel verspeeld.

Uit de regering-Scholz klinkt geen eenduidig geluid over welke sancties Duitsland Rusland zou opleggen na een inval in Oekraïne. De mogelijkheid om Nord Stream 2, de omstreden gaspijpleiding, niet te gebruiken, blijft volgens kanselier Olaf Scholz weliswaar op tafel, maar wordt niet helder uitgesproken. Rusland uitsluiten uit het internationale betalingssysteem Swift, zoals de VS voorstelden, stuit op Duits verzet omdat de economie afhankelijk is van export naar Rusland, en de Duitse huishoudens van Russisch gas.

Lees ook: Speler op het wereldtoneel, ook na Brexit

‘Arrogantie en grootheidswaanzin’

Het wankelmoedige Duitse sanctiebeleid zorgt voor wrevel bij de Amerikanen. Volgens weekblad Der Spiegel nodigde de Amerikaanse president Joe Biden vorige week kanselier Olaf Scholz met spoed uit in Washington om het Rusland-beleid af te stemmen. Die vond aanvankelijk geen tijd in zijn agenda, maar maandagavond werd bekend dat Scholz in februari naar Washington afreist. Een precieze datum is nog niet bekend. Zo doet de onduidelijke Ruslandstrategie van het kabinet-Scholz niet alleen afbreuk aan de eigen geloofwaardigheid, maar ook aan die van het westerse blok.

Ook uit Oekraïne klinkt onvrede. Symbolisch voor de wig die de afgelopen dagen ontstond, waren de uitspraken van de Duitse marine-admiraal Kay-Achim Schönbach. In een publiek debat in New Delhi op vrijdag zei de marine-chef dat de Krim voor Oekraïne voorgoed is verloren en dat Poetin geen aanval verlangt maar respect, dat hij ook verdient. De marinechef nam zaterdagavond ontslag en het ministerie van Defensie distantieerde zich van de uitspraken. De Oekraïense ambassadeur in Berlijn vond dat niet genoeg. Hij vond dat de uitspraken van Schönbach uitdrukking gaven aan „Duitse arrogantie en grootheidswaanzin”. De burgemeester van Kiev, Vitali Klytsjko, noemde het vasthouden aan Nord Stream 2 en de weigering defensieve wapens te leveren maandag in Bild „verraad aan vrienden”.

De afgelopen week was een catastrofe voor de geloofwaardigheid van de Duitse buitenlandpolitiek

Marcel Dirsus Instituut voor Veiligheidspolitiek van de Universiteit Kiel

Op dergelijk harde woorden uit Oekraïne kunnen de Duitsers ook rekenen als Baerbock herhaalt dat Duitsland „met een blik op de geschiedenis” geen wapens aan Oekraïne kan leveren. „Voor niet-Duitsers mag dat een vreemd argument lijken”, zegt Ulrike Franke van het European Council on Foreign Relations in Londen, „iedere Duitser begrijpt zo’n uitspraak meteen.” En, zo schat Franke in, het is een oprechte uitspraak van Baerbock, geen rookgordijn. „Sinds 1945 heeft Duitsland zeer geïnternaliseerd dat oorlog het kwaad is, en dat wordt direct gelinkt aan iedere vorm van militaire interventie. Dat is een les die Duitsland heeft geleerd uit de geschiedenis. Een andere les die je zou kunnen trekken, namelijk dat een militaire operatie ook een oorlog kan beëindigen, is niet de les die Duitsers hebben geleerd.”

Dirsus wijst op een andere eenzijdigheid van het Duitse argument: „Ja, de Duitsers hebben in de Tweede Wereldoorlog miljoenen Russen vermoord. Die geschiedenis is een factor die de buitenlandpolitiek beïnvloedt.” Maar voor de Oekraïners is een dergelijke uitspraak „maximaal beledigend”, vindt Dirsus: „Want die opmerkzaamheid voor de geschiedenis wordt niet in gelijke mate voor Oekraïne in overweging genomen.” In Oekraïne vielen eveneens honderdduizenden doden.

Veldhospitaal

De aversie tegen militair ingrijpen is niet alleen te herleiden tot een soort pacifisme; volgens Dirsus is de overtuiging in Duitsland veel sterker dan in de VS of in het VK dat de diplomatieke weg de effectiefste is. „Britten of Amerikanen zullen eerder denken dat een oorlog te verhinderen is door de tegenpartij af te schrikken. In Duitsland gelooft men het tegendeel.”

Binnen de Duitse coalitie bestaat er geen consensus over wat de juiste weg is als het op wapenleveranties aankomt. De Groenen, de partij die de minister van Buitenlandse Zaken levert maar ook die van Economische Zaken, het ministerie dat over wapenexport gaat, is van oorsprong pacifistisch. Maar die minister van Economische Zaken Robert Habeck zei in mei, destijds nog Groenen-voorzitter, bij een bezoek aan Oekraïne dat „defensieve wapens” geleverd moeten kunnen worden.

Duitsers zien de antimilitaire positie als moreel verheven

Ulrike Franke European Council on Foreign Relations

Die tussenweg kiest ook coalitiepartner FDP. Een woordvoerder van de portefeuille buitenlandpolitiek sprak eerder over „helmen en kogelvrijevesten”. Maandagochtend laat de woordvoerder van de portefeuille veiligheid, Marie Agnes Strack Zimmermann, weten dat „Duitsland bereid moet zijn defensieve wapens te leveren. Defensief betekent bijvoorbeeld dat we Oekraïne in de verdediging van cyberaanvallen kunnen bijstaan”. Duitsland heeft ook toegezegd een veldhospitaal te zullen bouwen, mocht dat nodig zijn.

De terughoudende Duitse positie is zeer ingewikkeld voor buitenlandse partners, meent Ulrike Franke, omdat er een soort morele superioriteit uit spreekt: „De Duitsers zien de antimilitaire positie als moreel verheven. Dat is de houding van: ‘Wij hebben in het verleden bijzonder grote fouten gemaakt, maar we hebben er ook het beste van geleerd.’ Daar zie ik behoorlijke hybris naar de internationale partners toe, die in Duitse ogen nog in de logica van de geschiedenis leven en niet hebben begrepen dat machtspolitiek verkeerd en passé is.”

Toch denkt Marcel Dirsus dat er wel iets van beweging zit in de Duitse houding tegenover het leger, en dat Duitsland langzaam bereid zal worden meer militaire verantwoordelijkheid te nemen: „Vooral omdat nu veel Duitsers niet meer in de VS de betrouwbare partner zien die het eens was. Nu overdenkt men nog eens wat de Duitse rol in de wereld zou moeten zijn.”

Lees ook dit artikel: Nederland stelt zich harder op dan eerst in de Oekraïne-crisis