Opinie

Beleggers die over duurzaamheid Unilever klagen, klagen vooral over hun eigen misrekening

Menno Tamminga

Nu de knallers, later de kater. Het was financieel vuurwerk afgelopen week. Microsoft koopt voor 69 miljard dollar (60 miljard euro) spelletjesmaker Activision Blizzard. Voedings- en zeepconcern Unilever (Dove, Knorr, Calvé) hoopte voor een vergelijkbaar bedrag de consumentenmerken (Centrum vitaminepillen, Aquafresh) van farmabedrijf GSK te kopen. Maar dat liep faliekant fout. Eigenaar GSK vond het te weinig, Unilever-aandeelhouders vonden het krankzinnig veel.

Lees ook:Unilever geeft niet op na kritiek op mega-overnameplan GSK

De bedragen verraden de denkwereld van de bieders. Leve opportunisme en optimisme. Opportunisme om nu al ‘de overname van het jaar’ te doen. Optimisme over de economie én over hun vaardigheid om de voordelen van een fusie (meer klanten, kostenreductie) te realiseren. Al valt dat, zo blijkt uit onderzoek, nogal eens danig tegen.

Optimisme, opportunisme en overnames met deze verbijsterende bedragen zijn onlosmakelijk verbonden met elke beurshausse. Rond de piek op de beurs zie je koerskrakers. De fusies en overnames die geschiedenis schrijven. Zoals de fusie van America Online (AOL) en uitgever Time Warner in de internethausse rond 2000 en de overname van ABN Amro door drie andere banken in 2007. De fusie- en overnamedrift werd in 2001 en 2008 gevolgd door een beurscrash. De kater komt later. De twee genoemde transacties wedijveren sindsdien om de titel: meest waardevernietigende fusie of overname.

De drie O’s voeden de beurshandel: overnames, optimisme en opportunisme

In het financiële vuurwerk afgelopen week zag je de kloof in koopkracht tussen Microsoft en Unilever. De softwaregigant heeft geld genoeg, Unilever niet. Het voedings- en zeepconcern had het geld moeten lenen bij banken en had extra aandelen moeten uitgeven. En dat stuitte op woedende aandeelhouders. De woede onderstreept de gespannen relatie van de top van Unilever met zijn beleggers. Al jaren.

In Nederland bestaat het idee dat Unilever afzag van de samenvoeging van zijn twee hoofdkantoren in Rotterdam en voor Londen koos omdat het kabinet de dividendbelasting niet wilde afschaffen. Maar dat kwam later. Unilever en toenmalig topman Paul Polman kozen Londen omdat de toonaangevende Britse beleggers de oversteek naar Nederland dreigden af te keuren.

Het is opnieuw hommeles. Polman is weg, maar nu heeft opvolger Alan Jope het verbruid. Een van de grotere Britse Unilever-beleggers klaagde over de duurzaamheidspolitiek die een schaamlap zou zijn voor achterblijvende resultaten. Hij maakte zich vrolijk dat Unilever zijn Hellmann’s mayonaise een hoger doel wil geven. Zijn kritiek was gratuit. De belabberde belegging is ook zijn eigen misrekening. Alsof hij niet eerder wist dat Unilever duurzaamheid als onderscheidend beleid heeft.

Vorige week sloeg de vlam echt in de pan na het nieuws van Unilevers halfbakken overnameplan. Vervolgens werd bekend dat belegger Nelson Peltz, een bemoeial met de leiding van bedrijven waarin hij geld steekt, een pakket aandelen van Unilever heeft gekocht. Kortom: spanning in de boardroom op het moment dat óók spanning in de schappen van de supermarkten dreigt. De prijzen van grondstoffen stijgen. Verkopers van A-merken, zoals Unilever, zullen proberen om beleggers gunstig te stemmen door winstmarges op peil te houden met prijsverhogingen. Nestlé strijdt daarover al met Albert Heijn. Gevolg: lege schappen.

Kwaaie beleggers én kwaaie klanten, dat kan Unilever niet gebruiken. Unilever is nu echt Brits. In Londen staan beleggers op één. De consument betaalt. Mayo wordt duurder.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.