Angstcultuur WHO staat effectieve aanpak coronacrisis in de weg, zeggen medewerkers

Wereldgezondheidsorganisatie

Een directeur die zijn medewerkers wegpest, racisme en vriendjespolitiek. De Wereldgezondheidsorganisatie worstelt niet alleen met het coronavirus, maar ook met interne problemen.
Zorgmedewerkers in Colombo, Sri Lanka prikken met het Pfizer/BioNTech-vaccin, nadat de WHO toestemming had gegeven om deze prik aan mensen te geven die eerst met AstraZeneca waren gevaccineerd.
Zorgmedewerkers in Colombo, Sri Lanka prikken met het Pfizer/BioNTech-vaccin, nadat de WHO toestemming had gegeven om deze prik aan mensen te geven die eerst met AstraZeneca waren gevaccineerd. Foto Chamila Karunarathne / EPA

Medewerkers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Manila zijn doodsbang voor hun regiodirecteur. Een „dictator” is het, een „psychopaat”. „Bij bijeenkomsten pikt hij er altijd iemand uit, die hij dan ten overstaan van zeventig mensen voor schut zet”, vertelt een oud-medewerkster. „Die vernedering kan uren duren. De rest van de aanwezigen verstopt zich ondertussen achter een bloempot in de hoop niet het volgende slachtoffer te worden.”

Terwijl de wereld nog midden in de coronacrisis zit, blijkt de VN-organisatie die de pandemie moet bestrijden te kampen met interne problemen en onrust.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is met zo’n twintigduizend medewerkers een van de grootste VN-organisaties. De organisatie heeft een hoofdkantoor, zes regiokantoren en tientallen kleinere kantoren over de hele wereld. De WHO wordt geacht samen met lokale overheden de gezondheid in de wereld te bevorderen, niet alleen tijdens grote gezondheidscrises zoals de coronapandemie, ebola en SARS, maar ook met de behandeling van bijvoorbeeld chronische ziektes, voorlichtings- en vaccinatiecampagnes. Vaak doet de organisatie in betrekkelijke stilte haar werk. Maar sinds de coronacrisis komt de naam WHO met het dagelijkse nieuws de huiskamers binnen.

Uit een intern onderzoek dat in handen is van NRC, blijkt dat WHO-medewerkers over de hele wereld klagen over machtsmisbruik, nepotisme en racisme. Een groep anonieme medewerkers en ex-medewerkers van het regiokantoor West-Pacific in Manila stuurde vorige week een brandbrief over de in hun ogen onhoudbare situatie op dit kantoor naar de ‘Executive Board’ van de WHO, een soort raad van advies die in de regel twee keer per jaar samenkomt. Deze maandag vergadert de raad.

De medewerkers stellen dat niet alleen zij onder de misstanden lijden, maar dat de WHO door de interne gebreken bovendien niet de hoofdrol kan spelen die de organisatie is toebedeeld bij de bestrijding van pandemieën. Volgens de brief heeft het beleid van de Japanse regiodirecteur Takeshi Kasai „substantieel bijgedragen aan een toename van het aantal gevallen [van Covid-19] in veel landen in de regio” en „verspilling van donorgelden”.

NRC sprak met enkele (voormalige) medewerkers van het kantoor over hun ervaringen met machtsmisbruik en vriendjespolitiek. Ook zij willen alleen anoniem hun verhaal doen omdat ze vrezen voor hun eigen positie. Een technisch expert vertelt dat de regiodirecteur aan het begin van de coronapandemie onderzoeksresultaten die zij aan hem presenteerde negeerde, ondanks haar protesten. „Als we de zorgelijke data serieus hadden genomen, hadden we stappen kunnen nemen, andere regio’s kunnen waarschuwen.”

Op dat moment trok ze de conclusie dat wetenschappelijke argumenten en expertise niet doorslaggevend waren in de aanpak van de pandemie. „Als je ziet dat je kunt worden gestraft als je je werk goed doet, word je bang om dingen te delen. Als er weer een pandemie voorbij komt, reken niet op de WHO.”

Een andere medewerker beschrijft hoe leden van een selectiecommissie door de voorzitter onder druk werden gezet om hun scores voor de sterkste kandidaat naar beneden bij te stellen, zodat de favoriete kandidaat van Kasai als nummer één uit de bus zou komen. „Wij waren koppig”, aldus het commissielid. „We zeiden dat we haar hoogstens dezelfde score konden geven.” Op die manier werd de beslissing overgelaten aan een hoger panel met daarin de regionaal directeur, die zoals verwacht voor zijn favoriet koos.

„Niemand durft tegen zijn leidinggevende in te gaan”

De misstanden zijn niet beperkt tot het kantoor in Manila. Op alle WHO-locaties krijgen medewerkers met misstanden te maken, blijkt uit een recente interne enquête die afgelopen zomer onder medewerkers werd verspreid. Uit de bijna 1.700 ingevulde vragenlijsten destilleerden de onderzoekers ruim 13.000 commentaren. Ze noteerden voorbeelden van benoemingen op politieke gronden en andere vormen van vriendjespolitiek. Leidinggevenden misbruiken volgens respondenten hun positie en collega’s om eigen belangen na te streven.

„Het is een systeem dat vol zit met vriendjespolitiek en vrienden van vrienden die worden aangenomen zonder te kijken naar hun competenties of een competitief wervingsproces”, schrijft een respondent.

Ook klagen medewerkers over racisme en discriminatie. „Stop met internationale staf bevoordelen, hun werk te prijzen en dat van lokale staf te discrimineren”, aldus een medewerker. Binnen de Wereldgezondheidsorganisatie bestaat een onderscheid tussen ‘professionele’ en ‘algemene’ staf, wat in de praktijk overeenkomt met internationaal en lokaal personeel. Volgens veel respondenten leidt deze tweedeling tot inherente ongelijkheid binnen de organisatie op het gebied van beloning, carrièrekansen en behandeling.

Falende aanpak

Een dit voorjaar verschenen evaluatierapport over de coronacrisis bevestigt eveneens dat de interne problemen een negatieve invloed hebben op het functioneren van de VN-organisatie. De WHO en getroffen landen verloren in de beginfase van de crisis kostbare tijd, concludeerde een internationaal panel onder leiding van voormalig premier van Nieuw-Zeeland Helen Clark en voormalig president van Liberia Ellen Johnson Sirleaf. Fouten die werden gemaakt tijdens eerdere crises, zoals een lage reactiesnelheid en gebrekkige coördinatie, werden ondanks rapporten en waarschuwingen herhaald.

Het rapport noemt een scala aan oorzaken voor die falende aanpak, maar één ervan wordt ook in het huidige interne onderzoek herhaaldelijk genoemd: de politieke afhankelijkheid van de WHO. Kasai, de regiodirecteur van West-Pacific en de man voor wie medewerkers sidderen, is een van de machtigste mannen binnen de wereldwijde organisatie. Aan het hoofd staat directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus, daaronder komen de directeuren van de zes regiokantoren. Net als WHO-baas Tedros worden de regiodirecteuren gekozen door de lidstaten, waarvan de VN-organisatie ook haar mandaat en financiering krijgt.

Uit het interne medewerkersonderzoek blijkt verder dat er een angstcultuur is binnen de organisatie, die ertoe leidt dat problemen al jaren voortduren. Veel medewerkers durven niet te klagen uit angst voor represailles van meerderen. Daders ontspringen de dans of worden te mild gestraft. Interne klachtorganen kampen met achterstanden en worden ook niet overal als volledig onafhankelijk gezien.

„Niemand durft tegen zijn leidinggevende in te gaan”, zegt de Nederlandse Sacha Bootsma. „Ze zijn te bang om hun baan en pensioen te verliezen.” Bootsma werkte tot 2020 op het regiokantoor West-Pacific en is momenteel gestationeerd in Zuid-Soedan. „Tientallen mensen, onder wie ikzelf, zijn weggegaan omdat de regiodirecteur wegens persoonlijke voorkeuren ineens hun contract veranderde of opzegde, of gewoon omdat ze de verziekte sfeer niet meer aankonden.”

De angst dat klagen averechts werkt, is zeker niet ongegrond. De Italiaanse afdeling van Transparency International kaartte onlangs het geval aan van een WHO-medewerker in Italië. Die moest naar eigen zeggen van zijn baas een rapport over de corona-aanpak van Italië afzwakken op straffe van ontslag. De ethische afdeling van de WHO beschermde de medewerker volgens Transparency International niet: de dreiging met ontslag had plaatsgevonden vóórdat hij het probleem intern rapporteerde, dus er zou geen sprake zijn geweest van wraakacties.

De medewerker moest maar terugkomen als hij bijvoorbeeld zomaar werd overgeplaatst of negatief beoordeeld. In maart 2021 stapte de medewerker na voortdurende pesterijen en ondermijning zelf op. Het beroep in zijn zaak loopt nog.

Lees ook: WHO: ruim 80 gevallen van misbruik door medewerkers tijdens ebolacrisis Congo

Een van de ernstigste misstanden is voor zover bekend grootschalig misbruik in Congo tijdens de uitbraak van het ebolavirus in 2018-2020. WHO-medewerkers op alle niveaus misbruikten hun positie om lokale werkzoekenden over te halen tot seks, bleek vorig jaar. Nadat zeker vijftig slachtoffers in de media hadden geklaagd over seksuele uitbuiting, liet de WHO een onafhankelijk onderzoek uitvoeren.

„Iedereen had seks in ruil voor iets”, zei een vrouw die tijdelijk bij WHO werkte destijds tegen de onderzoekers. De onderzoekers oordeelden in september vernietigend. Niet alleen waren er ondanks het hoge risico onvoldoende maatregelen genomen om het wijdverbreide misbruik te voorkomen, ook reageerde het hoofdkantoor inadequaat toen er signalen van misbruik opdoken.

Anoniem meldpunt

De WHO-leiding zet zich naar eigen zeggen op allerlei manieren in om de situatie te verbeteren. Sinds zijn aantreden in 2017 hamert Tedros op de noodzaak van structurele veranderingen. „We moeten het dna van de organisatie veranderen om impact te hebben”, zei hij tegen het personeel in een toespraak in 2019, waarin hij ingrijpende aanpassingen in werkprocessen en doelstellingen aankondigde. De WHO stelde ook een anoniem meldpunt in en introduceerde verplichte trainingen voor medewerkers over seksueel misbruik. Bij de verspreiding van de recente onderzoeksresultaten riep Tedros alle medewerkers wederom op mee te werken aan een cultuurverandering.

Medewerkers tonen echter weinig vertrouwen in de eigen organisatie om de heersende problemen op te lossen. „Niets van dit alles is nieuw”, schreef een respondent. Ook Bootsma en haar voormalige collega’s zien geen brood in de bijeenkomsten en workshops die de directeur-generaal heeft aangekondigd. „Ik heb de eerste bijeenkomst halverwege verlaten”, zegt één van hen. „Toen er weer eens werd gezegd dat ze veranderingen wilden, dacht ik: ik zit al tien jaar in dit systeem en al die tijd is er niets veranderd. Hoezo zou het dit keer anders zijn?”

Regiodirecteur Kasai ontkende donderdag tot woede van diverse medewerkers het gros van de beschuldigingen aan zijn adres, met de vergoeilijkende toevoeging dat „de laatste twee jaar voor zorgmedewerkers in de hele wereld, inclusief WHO-personeel, een stressvolle en moeilijke tijd [zijn] geweest”. Het hoofdkantoor in Genève reageerde zondagavond op de zaak-Kasai dat „WHO zich bewust [is] van de aantijgingen en alle gepaste stappen neemt om de kwestie op te volgen”.