‘Nepotisme en racisme bij de WHO’

Wereldgezondheidsorganisatie De interne problemen hinderen de Wereldgezondheidsorganisatie, die ook een belangrijke rol heeft in de pandemiebestrijding.

Een lading vaccins komt aan in Abidjan, Ivoorkust.
Een lading vaccins komt aan in Abidjan, Ivoorkust. Foto: Diomande Ble Blonde

Binnen de Wereldgezondheidsorganisatie is sprake van machtsmisbruik, nepotisme en racisme. Dat blijkt uit intern onderzoek in handen van NRC. De misstanden hebben volgens WHO-medewerkers een effectieve aanpak van de crisis in de weg gestaan.

Volgens het onderzoek is sprake van een angstcultuur, die ertoe leidt dat problemen blijven voortduren. Veel WHO-medewerkers durven niet te klagen uit angst voor represailles van meerderen. Daders ontspringen de dans of worden te mild gestraft. Interne klachtorganen worden niet als volledig onafhankelijk gezien.

Volgens meerdere bronnen kan de WHO door de interne gebreken niet de hoofdrol spelen die de organisatie is toebedeeld bij de bestrijding van gezondheidscrises. De VN-tak is al twee jaar belast met de internationale bestrijding van de coronapandemie.

Op het regiokantoor ‘West-Pacific’, in Manila, lijkt sprake van een escalerend conflict. Een groep anonieme medewerkers heeft vorige week een brandbrief gestuurd naar de ‘Executive Board’ van de WHO, een soort raad van advies die in de regel twee keer per jaar samenkomt. De medewerkers beschuldigen daarin de Japanse regiodirecteur, een van de hoogste bazen van de WHO, onder meer van „autoritarisme”, „nepotisme” en „racisme”. Onduidelijk is hoe groot de groep precies is.

Ook zou het welzijn van medewerkers in het geding zijn gekomen door „onnodige blootstelling aan corona”. Medewerkers zouden „gedwongen” zijn terug te keren naar kantoor, en te forenzen, terwijl er een strikte lockdown was in Manila.

‘Passende stappen’

De WHO verklaart desgevraagd op de hoogte te zijn van de beschuldigingen aan het adres van de regiodirecteur en zegt „passende stappen” te zetten. Wat voor stappen dat zijn, is niet bekend.

De WHO is een belangrijke VN-organisatie die de volksgezondheid in 194 lidstaten probeert te bevorderen. Er werken zo’n 20.000 mensen bij zes grote regiokantoren, landenkantoren en het hoofdkantoor in Genève. De WHO was eerder onder andere belast met de coördinatie van de crisisbestrijding tijdens de ebola-uitbraak in West-Afrika in 2013.

De afgelopen twee jaar kwam de organisatie prominent in beeld door haar rol bij de bestrijding van de coronacrisis. WHO-baas Tedros Adhanom Ghebreyesus pleitte veelvuldig voor ‘vaccingelijkheid’: rijke landen moesten niet alle levensreddende coronavaccins opkopen, die moesten eerlijk worden verdeeld over alle landen.

Tedros was zich intussen bewust van de problemen binnen zijn organisatie. Hij huurde vorig jaar een onafhankelijk adviesbureau in voor de enquête naar de cultuur op de werkvloer. Het merendeel van de 13.000 commentaren van bijna 1.700 medewerkers was negatief.

De onderzoekers noteerden voorbeelden van benoemingen op politieke gronden en andere vormen van vriendjespolitiek. Sommige leidinggevenden misbruikten volgens respondenten hun positie en hun collega’s om eigen belangen na te streven. Ook zeiden medewerkers racisme en discriminatie te ervaren, van meerderen en directe collega’s, maar daarover niet te durven praten.

De onderzoeksresultaten werd in oktober vorig jaar intern bekendgemaakt. In een begeleidende e-mail, ingezien door NRC, beloofde Tedros te werken aan een „meer inclusieve, rechtvaardige en diverse WHO, waar iedereen […] wordt gerespecteerd”.

De WHO kwam vorig jaar in opspraak door een omvangrijk misbruikschandaal in Congo. WHO-medewerkers op alle niveaus bleken hun positie te hebben misbruikt om lokale werkzoekenden over te halen tot seks, tijdens de ebola-crisis van 2018-2020.

Lees hier meer over het onderzoek: Wegduiken achter de bloempot als de regiodirecteur in woede ontsteekt