Nederland stelt zich harder op dan eerst in de Oekraïne-crisis

Nederlandse inzet In antwoord op de Russische dreiging stuurt Nederland twee F-35’s naar Bulgarije. Mogelijk is dat pas een eerste stap.

Een F16-jachtvliegtuig op vliegbasis Volkel waar trainingen van de Koninklijke Luchtmacht plaatsvinden.
Een F16-jachtvliegtuig op vliegbasis Volkel waar trainingen van de Koninklijke Luchtmacht plaatsvinden. Foto Rob Engelaar/ANP

Er was in de ministerraad „heel lang” over gesproken, zei premier Mark Rutte (VVD) afgelopen vrijdag. Mocht de Russische president Poetin opnieuw Oekraïne binnenvallen, dan moet hij rekening houden met „een onwaarschijnlijk harde reactie”.

Dat klonk dreigend, maar in werkelijkheid is het Westen verdeeld over de vraag hoe te reageren op een eventuele Russische inval. Dat de NAVO onder geen beding militair betrokken wil raken bij een nieuw conflict in Oekraïne is duidelijk. Over het alternatief – economische sancties – lijkt overeenstemming echter nog ver weg. Zo heeft de Duitse regering nog geen duidelijk standpunt ingenomen over een van de zwaarste opties: het afblazen van de Russische gaspijplijn Nord Stream 2.

Als het gaat om ándere maatregelen, zoals het bewapenen van de Oekraïense strijdkrachten, rollen de NAVO-landen nog net niet ruziënd over straat. De afgelopen week hield Berlijn tegen dat Estland van oorsprong Duitse houwitsers aan Kiev leverde. Toen Groot-Brittannië de afgelopen week antitankraketten stuurde naar Oekraïne, vlogen de Britse transporttoestellen met een grote boog om het Duitse luchtruim heen. Terwijl Washington en Londen bijna dagelijks waarschuwen over een ophanden zijnde Russische invasie, suggereerde de Franse president Emmanuel Macron dat de EU een eigen dialoog zou moeten starten met Moskou.

In de discussie over de Oekraïne-crisis behoorde Nederland tot nu toe tot de duiven, zegt Han ten Broeke, directeur bij het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). Maar de afgelopen week zocht Nederland ineens aansluiting bij het kamp van de haviken binnen Europa. Minister Kajsa Ollongren (Defensie, D66) maakte bekend dat twee Nederlandse F-35’s naar Bulgarije worden gestuurd en dat er een amfibisch transportschip beschikbaar wordt gesteld aan de snelle reactiemacht van de NAVO.

Hoewel het gaat om lopende NAVO-operaties, is de inzet wel degelijk bedoeld om Rusland af te houden van „verdere schending van de soevereiniteit van Oekraïne”, schreef Ollongren.

Nog een stap verder

Tijdens overleg met de Tweede Kamer ging minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) nog een stap verder. Nederland, zo zei Hoekstra, staat „niet onwelwillend” tegenover verzoeken van de Oekraïense regering om „defensieve wapens” te leveren. Zijn voorganger, demissionair minister Ben Knapen (CDA), zag wapenleveranties niet zitten.

„Nederland is duidelijk opgeschoven”, concludeert Han ten Broeke. „Een trendbreuk”, zegt Rem Korteweg, onderzoeker bij Instituut Clingendael: „Wij staan meestal niet vooraan als het gaat om het leveren van wapens.”

Ten Broeke en Korteweg zien een aantal redenen voor de hardere opstelling van Den Haag. De Britse leveringen van afgelopen week hebben een rol gespeeld. Nederland heeft nauwe banden met Oekraïne, bijvoorbeeld vanwege het gezamenlijke onderzoek naar het neerschieten van vlucht MH17. Nederland is bovendien al jaren betrokken bij militaire missies ter bewaking van de Baltische landen – landen die een harde lijn tegenover Moskou voorstaan.

In de afgelopen jaren stond Nederland er niet bepaald goed op bij de NAVO, maar het nieuwe kabinet investeert nu miljarden extra in defensie. „Nederland wil hiermee laten zien dat het serieus te nemen is”, zegt Korteweg. Ook de nieuwe man op Buitenlandse Zaken Hoekstra zal daadkracht willen uitstralen. Begin februari brengen Hoekstra en premier Rutte een (al eerder gepland) werkbezoek aan Oekraïne. „Als Rutte en Hoekstra naar Kiev gaan moeten ze natuurlijk daar wel iets kunnen aanbieden”, zegt Ten Broeke.

Verzoek om wapens

Minister Hoekstra zei donderdag in de Tweede Kamer dat er inmiddels al een verzoek ligt van de Oekraïense regering voor wapens. Woordvoerders van de ministeries van Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken konden dit weekend nog niet zeggen waar Kiev om heeft gevraagd. Duidelijk is wel dat Nederland overweegt om Oekraïne te helpen bij de verdediging tegen cyberaanvallen.

Maandag komen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bijeen in Brussel om te overleggen over het sanctiepakket. Zowel minister Hoekstra als premier Mark Rutte wilde de afgelopen week niets loslaten over de Nederlandse inzet. Zeker is dat Duitsland, met zijn zachtere aanpak, steeds geïsoleerder komt te staan. Afgelopen week besloot Spanje om net als Nederland gevechtsvliegtuigen naar Bulgarije te sturen. Madrid stuurt ook een marineschip naar de Zwarte Zee en liet bovendien weten bereid te zijn met militairen deel te nemen aan een militaire trainingsmissie.

Ook voor Nederland ligt die optie nog op tafel. „De druk op Duitsland wordt steeds verder opgevoerd”, zegt Korteweg. Dit weekend deed Groot-Brittannië er nog een schepje bovenop, met de mededeling dat het beschikt over informatie dat Rusland een coup plant om de Oekraïense president Zelensky af te zetten.

Deze week zullen de VS en de NAVO schriftelijk reageren op de Russische eisen voor veiligheidsgaranties, zoals een verbod op verdere uitbreiding van het bondgenootschap. Maandag al zal er meer duidelijk worden over de positie die de EU-inneemt. Clingendael-onderzoeker Korteweg is benieuwd naar wat er valt af te leiden uit de verklaring die de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zullen afgeven – al zullen ze zich waarschijnlijk niet al te veel in de kaarten willen laten kijken. Nederland, zo zegt Ten Broeke, zal vooral moeten aansturen op het bereiken van een Europees compromis – hoe dat er ook uit komt te zien. „Eenheid, eenheid, eenheid, daar gaat het nu om.”