Reportage

Dan maar naar Spider-man aan de andere kant van de grens

Cultuurtoerisme Op de parkeerplaats van de Belgische bioscoop staan veel meer auto’s met Nederlandse nummerplaten dan met Belgische.

De bioscoop in Lanaken krijgt sinds de Nederlandse lockdown veel Nederlanders op bezoek.
De bioscoop in Lanaken krijgt sinds de Nederlandse lockdown veel Nederlanders op bezoek. Foto Mine Dalemans

Heel af en toe moet de controleur aan de deur van Euroscoop in het Belgische Lanaken de bezoekers er nog op wijzen – of ze de internationale QR-code willen laten zien en niet de Nederlandse. Maar het meeste publiek houdt uit zichzelf al het juist schermpje in de aanslag.

Euroscoop opent vanavond later dan normaal, even na halfacht, pas vlak voor aanvang van de films. De reden: het snel oplopende aantal besmettingen in België. Het schrikt Nederlandse bezoekers niet af. Op de parkeerplaats staan veel meer auto’s met geel-zwarte nummerplaten dan met wit-rode.

„Het is allemaal niet meer te begrijpen”, verzucht Lesley Nuhulima. Met Nick Schutte heeft hij zojuist kaartjes gekocht voor Spider-Man: No way home. Met elk een bak popcorn in de hand zijn ze op weg naar de filmzaal. Hier in Euroscoop Lanaken (even ten noordwesten van hun woonplaats Maastricht) kan dat gewoon.

Schutte verbaast zich hardop over „de volle winkelstraten met iedereen dicht op elkaar” in zijn eigen stad. Maar horeca en culturele instellingen zijn daar net als elders in Nederland dicht. Nuhulima: „Terwijl je hier, een paar kilometer over de grens, wel volle kroegen en zalen ziet. Dat kan ook, want iedereen kan ver genoeg uit elkaar zitten.” Dus maken ze deze avond gebruik van de mogelijkheden die wonen in een grensregio biedt.

Zuid-Limburg grenst voor nog geen zes kilometer aan de rest van Nederland en voor 220 kilometer aan België en Duitsland

Ook Robin Wijsen en Terra Mans begrepen dat de opmars van de omicron-variant, waarvan de impact toen nog grotendeels onduidelijk was, in eerste instantie een stevige lockdown rechtvaardigde. „Maar het duurt nu wel erg lang”, vindt Wijsen. „Normaal gesproken gaan we bij ons in Maastricht naar de bioscoop, maar daar kun je nu nergens heen”, zegt Mans. Als ze niet allebei tot laat hadden moeten werken, waren ze voorafgaand aan de film nog even gaan eten in een Belgisch restaurant.

Ook voor corona was de toestroom van Nederlanders bij Euroscoop al groot. „We hebben nooit aan paspoortcontrole gedaan, maar afgaande op de nummerborden van auto’s was 50 procent van de bezoekers in Lanaken en Maasmechelen (even ten westen van Sittard-Geleen) toen al Nederlands”, vertelt Jan Moons, directeur exploitatie van de Vlaamse bioscopen van Pathé. Het is vlakbij, parkeren kost niets en een normaal kaartje is vier euro goedkoper dan in Nederland. „Soms komt een film hier in België net iets eerder uit. Maar andersom komt evengoed voor. Vroeger hebben we dezelfde kinderfilms weleens in twee versies gedraaid, met Nederlandse en Vlaamse nasynchronisatie. Na de digitalisering is dat lastiger te realiseren.”

Ook voor de lockdown kwamen veel Nederlanders naar Lanaken, maar nu is dat veel meer geworden. Foto Mine Dalemans

De laatste weken – met de cultuur en horeca gesloten in Nederland en open in België – is het percentage Nederlanders nog veel groter dan voorheen. „De bezetting is 50 tot 100 procent beter dan normaal.”

Bioscopen net over de grens in Duitsland spelen in op de nieuwe klanten door ook de originele versies van Engelstalige films te vertonen. Veel Nederlanders hebben het niet zo op Duitse nasynchronisatie.

Cafés stromen vol, maar musea blijven leeg

Niet alleen voor bioscoopbezoek, ook voor andere cultuur komen mensen naar de buurlanden waar meer mag. Ze doen bijvoorbeeld een dagje Düsseldorf, vanaf veel plekken aan de Nederlandse oostgrens maar een uurtje of zelfs minder rijden. „We zien het echt terug in onze bezoekerscijfers”, beaamt Susanne Fernandes-Silva, woordvoerder van de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in die stad. „Ten tijde van de kerstmarkten was het nog drukker. Dan combineerden mensen sfeer en shoppen nog meer met museumbezoek.”

In een opinieartikel in De Limburger en de Volkskrant drong de Maastrichtse burgemeester Annemarie Penn-te Strake vorige week aan op harmonisatie van de coronamaatregelen. Zuid-Limburg, de veiligheidsregio waarvan ze voorzitter is, grenst voor nog geen zes kilometer aan de rest van Nederland en voor 220 kilometer aan België en Duitsland. In zo’n streek bestaat geen binnen- en buitenland. „De grens in de grensregio is bereikt”, schreef de burgemeester. Ze signaleert afnemend draagvlak en meer kansen voor het virus. Penn heeft dat geluid ook in het veiligheidsberaad laten horen.

Van de harmonisatie zal het waarschijnlijk niet komen. Versoepelingen voor de Nederlandse cultuur en horeca lijken wel aanstaande. Kirsten Niesten in Euroscoop voor Scream („Ik ben een horrorfanaat”) zal ook dan vanuit Maastricht naar Lanaken blijven komen. „Dat deden we altijd al, ook voor de lockdown.”