Wanneer ontwaakt de tijger in Maximiliano Romero, Argentijnse spits van PSV?

Profiel De Britse pers noemde hem ‘the next Lionel Messi’, maar PSV-spits Maxi Romero kwam door blessures nauwelijks aan spelen toe de afgelopen jaren. Tegen Ajax hoopt hij zondag te laten zien wat hij waard is.

Maximiliano Romero in de thuiswedstrijd van PSV tegen FC Twente, eind oktober.
Maximiliano Romero in de thuiswedstrijd van PSV tegen FC Twente, eind oktober. Foto Maurice van Steen/ANP

Naar goed gebruik in het Argentijnse voetbal had Maximiliano Romero al een bijnaam voordat hij aan PSV werd verkocht. El Tigre – de Tijger. Dezelfde bijnaam als Radamel Falcao, de door hem bewonderde Colombiaanse spits die in 2009 aan FC Porto werd verkocht door zijn Argentijnse club River Plate. „Romero reageerde opgetogen toen ik hem een paar jaar geleden in een interview vroeg of hij ook El Tigre genoemd wilde”, vertelt de Argentijnse sportjournalist Carlos Martino.

In Eindhoven waren ze ook opgetogen, die winter van 2018. Wéér leek de club een bijzondere Zuid-Amerikaan te hebben ingelijfd. „PSV haalt met Maximiliano Romero toppotentie in huis”, schreef Voetbal International. In de Britse pers werd zelfs gesproken over ‘the next Lionel Messi’.

Maar het roofdier in Romero heeft Nederland nog niet echt kunnen ontdekken. Achtervolgd door ernstig blessureleed heeft Romero nog altijd geen volledige Eredivisiewedstrijd in de benen, nu zondag zijn derde basisplaats in vier jaar tijd lonkt: Ajax thuis. Misschien wel de wedstrijd van het jaar voor PSV.

„Wij hebben altijd gezegd dat Maxi iets speciaals heeft”, zegt voormalig teammanager Mart van den Heuvel, die nog altijd buitenlandse spelers van PSV begeleidt. „We weten alleen niet precies wát.”

Veertien wedstrijden. Twee basisplaatsen. Twaalf invalbeurten. 176 speelminuten. Eén doelpunt. En 21 maanden revalideren. Wie is de spits achter deze pijnlijke statistieken?

„Maxi was twaalf toen ik hem voor het eerst zag spelen”, vertelt Guillermo Tagliaferri, sportjournalist van de grootste Argentijnse krant Clarín. In de jeugd van profclub Vélez Sarsfield rijgt de aanvaller de doelpunten aaneen. „Hij was toen al veelbesproken: waar zou hij heengaan in Europa? Op zijn zeventiende speelde hij al in het eerste elftal van Vélez.”

Romero komt uit een middenklassegezin. Evenals zijn broer Walter voetbalde hij in de nationale jeugdteams van zijn geboorteland. „Fysiek en mentaal sterk”, omschrijven Argentijnse sportverslaggevers hem. Carlos Martino, die van Romero’s bijnaam: „Het is altijd zijn droom geweest om bij een Europese topclub te spelen, in Engeland, Spanje of Italië. In Argentinië volgde hij al privélessen bij een lerares om goed met media om te kunnen gaan.”

Arsenal meldt zich in 2015 als een van de eerste clubs. „Ik wil in de voetsporen van Diego Maradona treden”, vertelt de zelfbewuste tiener in die tijd aan Reuters. „Kampioen worden met Vélez, naar het WK en de beker winnen.” Hij noemt ook zijn idool Radamel Falcao. Zo agressief als de Colombiaan in het strafschopgebied is, wil hij ook zijn.

De deal is bijna rond. Naar verluidt zou Arsenal 5,5 miljoen euro voor hem over hebben gehad. Maar dan meldt Romero dat hij zichzelf te jong vindt voor zo’n avontuur en eerst Engels wil leren. Niet veel later komt de ware reden voor het afketsen van de deal naar buiten: de spits heeft een knieblessure opgelopen, vlak voor het contract zou worden getekend. Tegen de tijd dat PSV zich meldt, is hij daarvan hersteld.

In december 2017 wordt de Eindhoverse club in het Duitse Bild gefeliciteerd door sportief directeur Michael Reschke van Vfb Stuttgart, dat Romero óók had willen inlijven. „Ik weet zeker dat hij over twee tot drie jaar zo’n dertig miljoen euro waard is”, zegt Reschke.

PSV legt zo’n tien miljoen euro neer voor de spits. Maar al na enkele weken dient het onheil zich aan. Tijdens zijn eerste trainingen bij PSV blijkt dat Romero onvoldoende is hersteld van een bovenbeenblessure waar hij in Argentinië al last van had. De trainingsintensiteit ligt ook veel hoger dan bij Vélez. Zijn geldingsdrang werkt averechts. Hij wil te veel, te snel.

Om aan te sterken moet Romero een tijdje apart van de groep trainen. Maar al snel wordt hij afgeremd door terugslag. Weken worden maanden, maanden een half jaar. Als Mark van Bommel in de zomer van 2018 als hoofdtrainer begint, heeft ‘de nieuwe Messi’ nog altijd geen minuut voor PSV gespeeld.

Taal als obstakel

Dat verandert in augustus van dat jaar. Romero speelt dan negen minuten mee tegen FC Utrecht. Het is zijn officiële Eredivisiedebuut, hoewel het meteen ook het laatste competitieoptreden van dat seizoen is. De spits moet het vooral hebben van wedstrijden in Jong PSV.

Ook dat seizoen heeft hij last van blessures. De technische staf vindt het soms moeilijk om tot hem door te dringen; Romero spreekt nauwelijks Engels. Op het veld is dat niet zozeer een probleem. PSV staat erom bekend dat het Zuid-Amerikaanse voetballers tot bloei laat komen door ze de ruimte te geven hun eigen taal te spreken. Sommige coaches spreken vloeiend Spaans (Phillip Cocu, Ronald Koeman), anderen (Guus Hiddink) sturen hun assistenten op Spaanse les.

Maar bij Romero blijkt de taal desondanks een obstakel. Met Google Translate is het een stuk moeilijker om het stappenplan na zwaar blessureleed te begrijpen. Om die reden benadert PSV Max Caldas, dan nog bondscoach van de Nederlandse hockeyers. Ook een Argentijn, maar wel een die al heel lang in Nederland werkt.

Caldas: „Clubarts Wart van Zoest, die bij mij in de staf van het Nederlands team werkte, vroeg of ik een keer wilde komen praten. Het idee was Romero uit te leggen wat de staf van hem wilde en waarom. Iets los krijgen bij hem, zeg maar. Hij wilde snel terugkomen en had allemaal ideeën hoe hij dat kon bereiken. Daar heb ik naar geluisterd en dat heb ik weer gedeeld met de staf. Het doel was dat beide partijen elkaar beter leerden begrijpen.”

Romero wilde eerder spelen dan PSV voor ogen had, en héél véél, herinnert Caldas zich. „Ik heb uitgelegd dat Nederlanders bereid zijn te luisteren. Als je goede vragen stelt, krijg je meestal wel antwoorden. ‘Je moet niet bang zijn om vragen te stellen’, zei ik. ‘Je mag best tegen de staf zeggen: ik zie het zo, hoe zien jullie het?’ Laten weten waar je over nadenkt. Niet zo bang zijn om te vragen en je twijfels te uiten.”

PSV zag al snel verandering bij de Argentijn, vertelt Caldas. „Hij werd losser, haalde meer gekkigheid uit. Voor een jonge jongen vond ik dat hij Nederland en de Nederlanders goed door had. Hoe werkt de maatschappij, hoe gaan Nederlanders met kinderen om, welke waarden hebben ze? Hij dacht echt na over zijn plek in de maatschappij en over zijn rol in de buurt waar hij woonde. De plek ook van zijn gezin daarin – hij had toen één kind. De levensstijl van de Nederlanders vond hij hartstikke leuk. Hij was erg in tune met wat er om hem heen gaande was.”

Romero deze maand tijdens een training van PSV. Foto Jeroen Putmans/ANP

Opgepompte spits

Halverwege 2019 verhuurt PSV de aanvaller voor een jaar aan zijn oude club Vélez in Argentinië. Het idee is dat Romero daar op krachten kan komen. „Hij speelde goed daar, is volwassener geworden”, zag sportjournalist Guillermo Tagliaferri van Clárin.

Rik Elfrink, PSV-watcher van het Eindhovens Dagblad, zag een opgepompte spits toen de Argentijn zich voor het seizoen erop weer in Eindhoven meldde. „Ik heb bij hem ook nooit het gevoel gehad dat het mentaal niet goed zat. Dat hij lui was. Er zijn genoeg spelers bij PSV geweest waarbij ik dacht: bij jou speelt er meer dan pech.”

Toch gaat het weer mis, bij het Sloveense NS Mura, in de voorronde van de Europa League, enkele dagen nadat Romero in de Eredivisie het winnende doelpunt heeft gemaakt tegen FC Emmen. Zijn invalbeurt duurt één minuut; hij scheurt zijn kruisband af. Elfrink: „Ik zie hem nog liggen. Had zo met die jongen te doen.”

De Argentijn gaat onder het mes. Weer volgen maanden van individuele trainingen, voordat hij in september 2021 zijn eerste officiële wedstrijd speelt, ruim een jaar na het drama in Slovenië. „Wil je van zulke zware blessures terugkomen, dan moet je uit een bepaald hout gesneden zijn”, zegt assistent-trainer van PSV Boudewijn Zenden. „Ik denk dat hij door de negatieve ervaringen heeft geleerd hard te werken en beter weet wat het inhoudt om prof te zijn. Hij heeft veel kennis over zijn lichaam opgedaan.”

In zijn rol bij PSV ontfermt Zenden zich over buitenlandse aankopen. Hij spreekt meerdere talen en probeert spelers als Romero op hun gemak te stellen. „Maxi is altijd in voor een geintje, voor competitie. Hij is een Zuid-Amerikaanse macho, al heeft hij óók een klein hartje. In het begin liep hij rond met mate [een speciale kruidenthee, gedronken uit een kalebas, door een speciaal filter-rietje]. Als hij zich gedraagt als een macho, en ik lach hem daar om uit, dan moet hij zelf ook lachen. Hij weet dat het een pose is.”

Op het veld gaat het beter. Mede dankzij enkele optredens bij Jong PSV, onder de vleugels van een trainer die Romero bewondert: Ruud van Nistelrooij. „Alles wat hij tegen mij zegt, neem ik voor de volle 100 procent ter harte”, zegt Romero in november in een interview met ESPN. „Als hij bijvoorbeeld met Manchester United op zondagmiddag speelde, was het in Buenos Aires ochtend. Na het opstaan keek ik die wedstrijd. Als Ruud scoorde, was er een commentator in Argentinië die dan altijd ging zingen. Daar is mijn fascinatie voor Van Nistelrooij ontstaan.”

Trots, ook dat kenmerkt de man die donderdagavond 25 minuten meespeelde in de bekerwedstrijd tegen Telstar (2-1). „Hij loopt met de borst vooruit en de kop omhoog”, zegt Zenden. „Dat is niet makkelijk als je geblesseerd bent. Nu het de goede kant op gaat, merk ik dat hij steeds vrolijker wordt. Hij gaat voorop in de strijd. Is een praatjesmaker, die altijd wil uitdagen. Of het nou om voetvolley of latjetrap gaat, hij móet winnen. Als je van hem verliest, hoor je hem aan de andere kant van het trainingscomplex lachen.”

Zenden ziet een speler die dolgraag wil slagen bij PSV. „Ik zie niet iemand rondlopen die het liefst zijn koffers pakt en teruggaat naar Argentinië.” Dat ze destijds in de Nederlandse pers schreven dat PSV een kat in de zak heeft gekocht met Romero, heeft hij niet meegekregen, denkt Zenden. „Ik ben al blij als hij Engels begrijpt. Dus die Nederlandse pers, daar ligt hij niet wakker van.”