Waarom krijg ik klachten direct na de coronaprik?

Durf te vragen Sommige mensen hebben flink last van hun coronavaccinatie. „Alleen maar een goed teken.”

Een vrouw wordt gevaccineerd met het Pfizer-vaccin.
Een vrouw wordt gevaccineerd met het Pfizer-vaccin. Hans Punz/AFP

De coronaprik geeft even een korte, scherpe pijn. Maar in de dagen erna is er soms een ander soort ongemak. Spierpijn rond de prikplek, hoofdpijn, koorts en algehele malaise: maar liefst 60 procent van de geprikten krijgt ermee te maken, aldus een recent artikel in Science. Sommige jongeren hebben zelfs meer last van de bijwerkingen dan van een corona-infectie, merken de onderzoekers op. Hoe kan dat? En waarom is een coronaprik heftiger dan die voor griep of DKTP?

De antwoorden liggen in het bizar complexe raderwerk van het immuunsysteem. Daarin werken tientallen celtypen en honderden signaalstoffen en andere eiwitten samen om het lichaam te beschermen tegen ziekteverwekkers of schadelijke celprocessen zoals kanker. Dat gebeurt in een netwerk van onderling verbonden kettingreacties, of cascades.

Sleutelrol

Voor het verhaal van de bijwerkingen zijn die signaalstoffen van belang. En dan vooral één groep signaalstoffen, samen bekend als type-I-interferon (IFN-I). „IFN-I speelt een sleutelrol vroeg in de afweerreactie”, vertelt Joost Wiersinga, internist-infectioloog en hoogleraar aan het Amsterdam UMC. „Verschillende typen witte bloedcellen produceren het zodra ze de ziekteverwekker, of in dit geval het vaccin, detecteren.”

Het idee van vaccinatie is dat je lichaam alvast kennismaakt met een klein, onschadelijk stukje van de ziekteverwekker. Het immuunsysteem zet dan een specifieke afweerreactie in gang en ‘onthoudt’ die, zodat het later, als het virus zich echt aandient, sneller in actie kan komen.

„IFN-I activeert de T-cellen van het immuunsysteem”, vervolgt Wiersinga. T-cellen zijn witte bloedcellen; ze zijn er in verschillende typen. Sommige, de killer-T-cellen, vallen rechtstreeks ziekteverwekkers aan. Helper-T-cellen activeren andere witte bloedcellen, waaronder B-cellen. Wiersinga: „B-cellen maken antistoffen: eiwitten die de ziekteverwekker onschadelijk maken door eraan te binden.” En dan heb je nog geheugen-T-cellen, die in ruste gaan in verschillende weefsels en – evenals geheugen-B-cellen – zelfs jaren later weer paraat staan.

„Op de plek van de prik wordt snel een heleboel IFN-I geproduceerd”, zegt Wiersinga. „Dat trekt allerlei immuuncellen naar die plek toe. Die immuuncellen veroorzaken lokaal een ontstekingsreactie. Dat leidt tot vochtophoping in de spier, en dat voel je als spierpijn.” IFN-I verspreidt zich ook door het lichaam en kan dan koorts veroorzaken – en malaise en hoofdpijn.

Hard bezig

„Die symptomen duiden erop dat je afweersysteem hard bezig is te doen wat het moet doen”, zegt Wiersinga. „Ze zijn een goed teken. En ze duren maar kort. Na die eerste piek daalt de interferonproductie snel.” Geldt het omgekeerde ook? Dat een prik die geen klachten veroorzaakt, minder effectief is? „Een recente studie vond zo’n verband niet.”

Wel is duidelijk dat jongeren – die een actiever immuunsysteem hebben – gemiddeld meer bijwerkingen ervaren. Ook vrouwen rapporteren meer bijwerkingen. Bij hen is de balans tussen immuun- en hormoonsysteem wellicht wat gevoeliger afgestemd, onder meer omdat ze iets lichaamsvreemds – een foetus – bij zich moeten kunnen dragen zonder het af te stoten. „Maar op individueel niveau is daar weinig over te zeggen.”

Rest nog de vraag waarom we op coronavaccins heviger reageren dan op andere vaccins. „Het mRNA in de vaccins van Pfizer en Moderna zit verpakt in een vettig omhulseltje”, zegt Wiersinga. „Wellicht wekt dat lokaal iets meer reactie op. Maar ook die van AstraZeneca en Janssen geven soms bijwerkingen, hoor. Net als het griepvaccin.”